De Tweede Kamer nam vorig jaar moties aan over fiscale regelingen voor startups en mkb-bedrijven. Ook wil de nieuwe coalitie een Belgische ‘win-winregeling’ onderzoeken, waarbij particulieren belastingvoordeel krijgen als zij geld uitlenen aan mkb’ers. Volgens Ziesemer en Van Rijn ontbreekt echter het bewijs dat Nederlandse startups kampen met een tekort aan financiering. “Eerder lijkt het erop dat kapitaal ruimschoots aanwezig is, maar dat de rendementen op risicovolle investeringen in start-ups niet toereikend zijn”, schrijven zij. Ook bestaan volgens hen al diverse instrumenten om eventuele financieringsgaten te dichten.
Innovatie centraal
Volgens de auteurs is de belangrijkste rechtvaardiging voor fiscale stimulering niet zozeer financiering, maar innovatie. Startups leveren volgens hen bovengemiddeld veel innovatie op, terwijl een deel van die maatschappelijke opbrengst niet bij investeerders terechtkomt. Daarom kan overheidssteun verdedigbaar zijn. Tegelijkertijd waarschuwen ze dat fiscale regelingen moeilijk doelmatig zijn vorm te geven. Veel bestaande buitenlandse regelingen trekken vooral onervaren particuliere investeerders aan. In de literatuur wordt daarbij zelfs gesproken van ‘family, friends and fools’. Dat bleek eerder al bij de befaamde Tante Agaathregeling. Die regeling leidde er volgens de auteurs vooral toe dat particulieren geld uitleenden aan familieleden of investeerden in bedrijfsovernames, in plaats van in innovatieve startups.
Vijf voorwaarden
De auteurs formuleren vijf voorwaarden waaraan een effectieve startupregeling volgens hen zou moeten voldoen. Zo moet een regeling specifiek gericht zijn op startups, op investeringen via aandelen en op innovatieve bedrijven. Daarnaast zouden vooral professionele investeerders moeten worden aangetrokken en zou succes achteraf beloond moeten worden. Van de bestaande voorbeelden komt volgens de auteurs de Zweedse herinvesteringsregeling nog het dichtst in de buurt van een doelmatige aanpak. Daarbij kan belasting op winst uit aandelenverkoop worden uitgesteld zolang het geld opnieuw wordt geïnvesteerd in niet-beursgenoteerde bedrijven.
Scepsis blijft
Toch blijven de auteurs sceptisch over de effectiviteit van fiscale stimulering. “Belastinggeld kan mogelijk beter worden besteed aan onderwijs, wetenschap en randvoorwaarden”, schrijven zij, “dan aan een fiscale regeling die moeilijk effectief vorm te geven is.”
Bron: ESB


Geef een reactie