De uitspraak betekent dat alleen belastingplichtigen die destijds tijdig bezwaar maakten tegen de forfaitaire box 3-heffing aanspraak kunnen maken op rechtsherstel dat volgde op het zogenoemde Kerstarrest van december 2021.
Kerstarrest
In het Kerstarrest oordeelde de Hoge Raad dat het sinds 2017 geldende box 3-stelsel in strijd was met het discriminatieverbod en het eigendomsrecht uit het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, voor zover belasting werd geheven over een fictief rendement dat hoger lag dan het daadwerkelijk behaalde rendement. Belastingplichtigen die tijdig bezwaar hadden gemaakt, kregen daarop compensatie. Voor mensen van wie de aanslag al onherroepelijk vaststond, oordeelde de Hoge Raad in 2022 echter dat het Kerstarrest moest worden beschouwd als ‘nieuwe jurisprudentie’. Daardoor hoefde de Belastingdienst deze definitieve aanslagen niet ambtshalve te verminderen.
Proefprocedures
Na overleg tussen het ministerie van Financiën, de Belastingdienst en belangenorganisaties, waaronder SRA, het Register Belastingadviseurs (RB), de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs (NOB), de Consumentenbond en de Bond voor Belastingbetalers, werd een massaalbezwaarplusprocedure gestart. Via vier proefzaken werd de vraag aan de rechter voorgelegd of niet-bezwaarmakers alsnog recht hadden op hetzelfde rechtsherstel als bezwaarmakers. De rechtbanken wezen alle vorderingen af. Twee zaken werden vervolgens via sprongcassatie rechtstreeks aan de Hoge Raad voorgelegd.
Geen discriminatie
De Hoge Raad ziet geen aanleiding terug te komen op zijn eerdere oordeel uit 2022. Volgens het hoogste rechtscollege verkeren belastingplichtigen die geen bezwaar maakten niet in dezelfde juridische positie als degenen die dat wel deden. Daarom is volgens de Hoge Raad geen sprake van ongelijke behandeling of discriminatie.
Ook oordeelt de Hoge Raad dat de wettelijke uitzondering, die bepaalt dat definitieve aanslagen niet worden aangepast op basis van nieuwe jurisprudentie, niet in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. Die uitzondering dient volgens de Hoge Raad legitieme doelen, zoals rechtszekerheid en een uitvoerbare belastingheffing. Ook van schending van andere algemene beginselen van behoorlijk bestuur, zoals het vertrouwens- of zorgvuldigheidsbeginsel, is volgens de Hoge Raad geen sprake.
SRA teleurgesteld
SRA, de branchevereniging van accountantskantoren, reageert teleurgesteld op de uitspraak. De organisatie was nauw betrokken bij de totstandkoming van de massaalbezwaarplusprocedure. Bestuurslid fiscaal Sebastian van Wijk noemt de uitspraak een tegenvaller. “Wij hebben al die jaren als SRA met kennis en kunde bijgedragen aan deze procedure, vanuit de gedachte dat de niet-bezwaarmakers dezelfde rechten zouden krijgen als de bezwaarmakers. We hadden heel graag een ander oordeel gezien.”
Met de uitspraak komt definitief vast te staan dat belastingplichtigen die hun box 3-aanslagen over de jaren 2017 tot en met 2020 niet tijdig hebben aangevochten, geen recht hebben op vermindering van hun aanslag of teruggaaf van belasting.
Webinar RB
Het Register Belastingadviseurs organiseert op maandag 29 juni een webinar met Eric van Uunen en Martijn Paping over het einde van de massaalbezwaarplusprocedure. Aanmelden kan hier.


Wel duidelijk dat er tegenwoordig geen rechtspraak meer is. Er is een gelijkheidsbeginsel en een vertrouwensbeginsel. Gelijke behandeling , gelijke rechten en discriminatieverbod. (Dat staat in hun eigen nep wetten) Het heeft helemaal niets met een bezwaar indienen te maken. Iedereen heeft recht op gelijke behandelijk.Punt!
Beste Van Dijk, goed gezegd. Schending van het eigendomsrecht etc., het maakt allemaal niet, ze hebben een chronisch geldgebrek. Argumenten dat herstel te veel kost is onjuist, dit is geld van de burger en niet van de overheid. Ze hebben het geld willen en wetens afgepakt onder dreiging van boete wanneer er niet op tijd betaald wordt. Spaarrente percentage veel te hoog al jaren voor 2017. Ook de verhouding spaargeld t.o.v. beleggingen bij veel mensen onjuist terwijl bekend was hoeveel spaargeld en hoeveel er was aan (eventuele) beleggingen volgens aangiftes en informatie die ze zelf hebben ontvangen van banken etc. Mensen die (nagenoeg) alleen spaargeld hadden, kregen ten onrechte ook te maken met een nog hoger percentage van niet bestaande beleggingen, wat het gat tussen werkelijk rendement en fictief rendement, nog groter maakte. Bezwaar maken zou geen zin hebben kreeg ik te horen van de belasting hetgeen klopte want alle bezwaren werden afgewezen, dus heb ik geen bezwaar op tijd ingediend wel daarna. Ambtshalve verminderingen, verzoeken ruimschoots op tijd aangevraagd, zijn zelfs allemaal afgewezen.
En jawel hoor, het gaat over box 3 en het trollenleger brandt weer los!