Vakbond FNV noemt de instemming een belangrijke stap, maar waarschuwt dat onzeker werk zich kan verplaatsen naar andere constructies als niet het volledige hervormingspakket wordt ingevoerd en de handhaving tekortschiet.
Een ruime meerderheid van de senaat stemde voor het wetsvoorstel van minister Vijlbrief van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De fracties van GroenLinks-PvdA, Volt, ChristenUnie, CDA, D66, SP, PvdD, VVD, PVV, 50PLUS, Visseren-Hamakers en OPNL steunden de wet. Tegen stemden SGP, FVD, JA21, BBB, Van de Sanden, Walenkamp, Beukering en Van Gasteren. Ook nam de Eerste Kamer een motie van BBB aan die de regering oproept maatregelen uit te werken om werkgevers tegemoet te komen.
Nulurencontract verdwijnt
De wet maakt deel uit van een pakket van zes wetsvoorstellen waarmee het kabinet de balans tussen vaste en flexibele arbeid wil herstellen. Minister Vijlbrief stelde tijdens het debat dat de eerdere Wet arbeidsmarkt in balans daarvoor onvoldoende bleek en dat werkgevers én werknemers om aanvullende maatregelen hebben gevraagd. Volgens de minister moet de nieuwe wet ervoor zorgen dat flexibiliteit mogelijk blijft, maar niet langer ten koste gaat van de bestaanszekerheid van werknemers.
Het wetsvoorstel bevat verschillende maatregelen. Zo verdwijnen nulurencontracten en worden deze vervangen door bandbreedtecontracten, waarin vooraf een minimum- en maximumaantal uren wordt afgesproken. Werknemers mogen oproepen boven het maximum weigeren. Werkt iemand structureel meer uren dan contractueel is vastgelegd, dan moet de werkgever een contract aanbieden met een hoger aantal uren. Voor scholieren en studenten met een bijbaan blijft oproepwerk wel mogelijk.
Daarnaast krijgen uitzendkrachten voortaan minimaal dezelfde arbeidsvoorwaarden als werknemers die rechtstreeks bij de inlener in dienst zijn. Ook wordt de periode waarin uitzendkrachten onder de meest flexibele uitzendvoorwaarden kunnen werken verkort van anderhalf jaar naar één jaar. Verder wordt de zogenoemde draaideurconstructie aangepakt. Werkgevers kunnen werknemers na drie tijdelijke contracten niet langer na zes maanden opnieuw een tijdelijk contract aanbieden, maar pas na vijf jaar. Voor seizoensarbeid en bijbanen blijven uitzonderingen bestaan.
Debat Eerste Kamer
Tijdens het debat bleek dat de senaat het doel van de wet breed onderschrijft, maar verdeeld is over de gekozen uitwerking. Voorstanders benadrukten dat flexwerk voor veel mensen geen vrije keuze meer is en dat meer zekerheid noodzakelijk is om de balans op de arbeidsmarkt te herstellen. Tegenstanders vrezen juist dat de wet de flexibiliteit voor werkgevers te veel beperkt, de administratieve lasten vergroot en in sectoren als de zorg tot personeelstekorten kan leiden. Ook vroegen verschillende fracties aandacht voor de economische gevolgen van de wet en voor een snelle behandeling van de overige arbeidsmarktwetten.
Minister Vijlbrief hield de senaat voor dat de wet voldoende ruimte laat voor flexibel werken en dat er, ook voor sectoren als zorg en onderwijs, alternatieven beschikbaar zijn voor nulurencontracten. Hij wees een uitzondering voor deze sectoren af en benadrukte dat de effecten van de wet zullen worden gemonitord.
FNV: handhaving cruciaal
Het FNV reageert positief op het aannemen van het voorstel door de Eerste Kamer. Volgens de vakbond is er “reden voor optimisme”, maar is de hervorming nog niet voltooid. De bond waarschuwt dat werkgevers kunnen uitwijken naar andere vormen van onzeker werk, zoals schijnzelfstandigheid, als slechts een deel van de maatregelen wordt ingevoerd. Ook noemt FNV effectieve handhaving noodzakelijk om te voorkomen dat de nieuwe regels worden omzeild.


Geef een reactie