Ze heeft inmiddels een aantal gesprekken gehad met de klant voor wie ze deze opdracht gaat doen. Tijdens die gesprekken bleek dat de onderneming geen goed beeld heeft van de impact van AI op het toekomstige verdienmodel. Ook is er geen goed model om de kostprijs vast te stellen.
‘Er komt genoeg geld binnen,’ zei de ondernemer, die Johan heet. ‘Ik kan er goed van leven, ik denk aan mijn personeel, ik betaal netjes belasting. Dus wat moet ik nog meer doen?’
‘Ik begrijp je,’ antwoordde Marga, die bewondering heeft voor wat Johan heeft opgebouwd. Het is ook een klant waar ze graag naartoe gaat. ‘Maar de wereld staat niet stil. Er zijn een aantal ontwikkelingen waar je rekening mee moet houden, als je in de toekomst ook nog zorgeloos wilt ondernemen.’
‘Je maakt mij nieuwsgierig. Welke zijn dat dan?’
Marga komt in haar element. ‘Tijdens de lessen heb ik geleerd dat er vier belangrijke ontwikkelingen zijn. De eerste is de almaar doorgaande digitalisering, en daar valt AI ook onder. Dan zijn er de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Nederland vergrijst, er worden minder kinderen geboren. Ondernemingen vinden het nu al lastig om personeel te vinden.’
‘Dat herken ik. Het vinden van nieuw personeel is erg lastig. En als ik iemand vind, dan hebben ze allemaal eisen. Ze willen zich kunnen ontwikkelen, ze hebben met hun partner afspraken gemaakt over de work-lifebalance, en een aantal wil dan ook nog weten of ik een beetje duurzaam ben.’
‘Dat is Gen Z, Johan. Die hebben andere eisen dan jij en ik.’
‘Vinden ze werk nog wel belangrijk? Dat vraag ik mij af. Ze kunnen toch niet van de lucht leven?’
‘Ze vinden werk belangrijk, als het maar betekenisvol is. En ze hebben aan hun ouders gezien dat altijd hard werken niet per se gelukkig maakt. Dus kijken ze ook naar andere dingen die belangrijk zijn.’
Johan staat op. ‘Interessant gesprek. Maar zal ik eerst nog wat inschenken?’
‘Doe mij maar een thee.’
Als Johan even later weer achter zijn bureau zit, gaat hij verder. ‘Wat ik dan niet snap, is dat zoveel van die jongeren een burn-out hebben. Dat kwam twintig jaar geleden echt niet voor.’
‘Er zullen toen ook wel mensen een burn-out hebben gehad, maar dat zul jij iets van overspannen hebben genoemd. En je hebt gelijk dat er meer jongeren in een burn-out terechtkomen dan toen jij met je onderneming startte.’
Johan zucht. ‘Toen was hard werken nog gewoon. Ze hebben te veel tijd om na te denken. Ik kwam daar niet aan toe.’
Wat praten mensen uit verschillende generaties toch makkelijk over elkaar, en langs elkaar heen, denkt Marga. Ze heeft het er met haar opa ook wel eens over gehad. Heel even is ze niet meer in Johans kantoor, maar terug aan de keukentafel bij haar grootvader.
‘Het gaat allemaal zo hard en snel,’ zei hij toen. ‘Ik kan het echt niet meer bijbenen. Ik heb het werken met computers altijd lastig gevonden. Ik moest wel, en ik kreeg er ook cursussen voor, maar ik heb er nog steeds een haat-liefdeverhouding mee. En dan al die veiligheidseisen, gek werd ik ervan op het laatst. Vroeger parkeerde ik de auto aan de kant, ging ik samen met een collega aan het werk, zetten we een paar pionnen neer en dan was het goed. Tegenwoordig moet je een kilometer van tevoren aangeven dat er werkzaamheden zijn, borden plaatsen. We kwamen nauwelijks meer toe aan ons echte werk.’
Marga moest glimlachen. ‘Het is wat, opa. En daarna ben je dat werk ook nog eens kwijtgeraakt, doordat uiteindelijk alles werd gemeten door sensoren en satellieten. Maar je kon nog wel genieten van een vroegpensioen.’
‘Ik moet ook niet zoveel klagen. Jullie hebben weer heel andere problemen. Zoals het klimaat. Ik snap wel dat ze op een snelweg gaan zitten. Daar hebben wij te weinig aandacht voor gehad. En ik vind het ook niet leuk dat het nauwelijks nog vriest in Nederland. Een Elfstedentocht, zal ik die nog meemaken? Zul jij die nog meemaken?’
‘Vind jij dat je hard moet werken?’ vraagt Johan.
Marga schrikt op. In haar gedachten was ze nog bij haar opa.
‘Sorry. Of ik hard moet werken.’ Ze herpakt zich. ‘Nou, ik moet wel mijn uren maken. Iedere dag voer ik in wat ik heb gewerkt, en iedere maand krijg ik een overzicht van mijn productiviteit en declarabiliteit. Als dat te veel afwijkt, dan volgt er een gesprek. Maar er zijn kantoren waar ze veel strenger zijn. Daar moet je ervoor zorgen dat je iedere dag minstens 95 procent van je uren op een klant schrijft.’
‘Dan ben ik blij dat ik niet op een accountantskantoor werk,’ zegt Johan lachend.
‘Nou, dat valt wel mee. Ik zou jouw werk niet willen doen. Altijd met dezelfde zaken bezig. Ik heb veel meer afwisseling, steeds weer nieuwe klanten. En maak je geen zorgen: de uren die ik aan dit gesprek en aan mijn advies besteed, hoef je niet te betalen. Die komen ten laste van mijn studiebudget.’
‘Dus dat advies van jou krijg ik cadeau?’ Johan slaat met zijn hand op het bureau. ‘Dat is bijzonder. Ik ben altijd gewend om nota’s van jullie te krijgen, en nu…’
‘Maar dan moeten we nu wel verder,’ zegt Marga, ‘want over een paar weken moet ik mijn opdracht presenteren, en dan wil ik geen flater slaan. En het is natuurlijk niet verboden om uit jezelf een bedrag naar ons kantoor over te maken, als je tevreden bent over het advies.’
‘Die zal ik onthouden.’
Marga fietst tegen het einde van de middag terug naar kantoor, rondt haar aantekeningen af en sluit haar laptop. Buiten kleurt de lucht al oranje. Onderweg naar huis merkt ze dat het lichte gevoel van het gesprek met Johan langzaam wegebt, en dat er iets anders voor in de plaats komt. Vanavond komt Chantal.
Ze denkt aan de drie zwarte schermpjes op de tafel bij Meet & Greet. Aan de vraag die Gijs had opgeschreven en die nog altijd geen antwoord had gekregen. Wat doen we met het lek? En aan die andere vraag, die haar sinds gisteren niet meer loslaat. Niet: is dit strafbaar. Maar: is dit een accountant waardig.
Thuis zet ze thee, twee mokken, en schuift ze de gordijnen half dicht. Ze weet niet precies waarom ze dat laatste doet. Ze doet het gewoon. Even later gaat de bel.
Jan Wietsma
Hier lees je de eerdere afleveringen van seizoen 4 van dit feuilleton


Geef een reactie