Een halfuur later zit hij met zijn zoon in de kantine. Jamie geniet van een kop warme chocolademelk met een grote koek. Gijs houdt het bij een cappuccino, al is die niet zo lekker als in Meet & Greet.
‘Je hebt lekker gespeeld. Ik ben trots op je. Jullie hebben terecht gewonnen.’ Hij gaat met zijn hand over het gemillimeterde haar van Jamie.
Jamie duwt de hand weg. ‘Pap, doe even normaal. Iedereen kan ons zien.’
Jammer, denkt Gijs, dat zijn zoon nu hij ouder wordt lichamelijke aanraking minder op prijs stelt. Is dat iets waar hij rekening mee moet houden, of is het juist belangrijk dat hij Jamie toch nog regelmatig een knuffel geeft, een aai over zijn bol, een klop op de schouder? Hij weet het niet. Hij zal het vanavond eens uitzoeken. Gijs vindt het belangrijk dat hij een goede band houdt met zijn zoon.
Als ze hun drinken op hebben, lopen ze naar hun fietsen. ‘Wat ga je vandaag doen?’ vraagt Gijs.
‘Ik ga naar Tim, daar gaan we gamen.’ Voordat Gijs iets heeft kunnen zeggen zit Jamie al op de fiets. ‘Doei pap, leuk dat je er was.’
Een paar minuten later zit Gijs ook op zijn fiets. Hij denkt na over het onderwerp waar hij nu in zijn boek Wat heeft Nederland aan zijn accountant? mee bezig is: het tuchtrecht. Het gaat hem niet zozeer om hoe het tuchtrecht werkt, maar vooral om de vraag hoe het komt dat een accountant de mist ingaat terwijl iedere buitenstaander al ziet dat het niet goed kan gaan. Wat hem intrigeert, is dat het vaak om betrekkelijke onbenulligheden gaat. En toch hangt er een tuchtmaatregel aan.
Eenmaal thuis merkt Gijs dat hij in een schrijversflow zit. Hij pakt meteen zijn laptop en begint te typen.
Waarom maken accountants simpele fouten, die persoonlijk grote gevolgen voor hen hebben?
Het verleidelijke antwoord is dat het luie of oneerlijke mensen zijn. Dat antwoord klopt bijna nooit. Wie de tuchtrechtspraak leest, ziet vooral bekwame, hardwerkende professionals die op een klein moment iets deden wat achteraf onbegrijpelijk lijkt. De vraag is niet waarom slechte accountants fouten maken. De vraag is waarom goede accountants dat doen.
Dat accountants de mist ingaan, heeft onder meer te maken met bounded ethicality: de grenzen aan ons eigen morele zicht. De meeste beroepsfouten ontstaan niet doordat iemand bewust kiest om fout te gaan, maar doordat hij niet doorheeft dat hij voor een keuze staat. De accountant die bij een echtscheiding vergeet de partner om instemming te vragen, ervaart dat niet als een moreel besluit. Hij ervaart het als een administratieve handeling. Precies daar zit het gevaar. Een keuze die je niet als keuze herkent, kun je ook niet toetsen.
Daar komt bij wat onderzoekers motivated reasoning noemen. We redeneren, vaak volledig onbewust, naar de uitkomst die ons het beste past. In experimenten met auditors is aangetoond dat wie zich inleeft in de klant systematisch soepeler oordeelt, ook als hij oprecht objectief probeert te zijn. De accountant die op verzoek van de client een nihilaangifte indient, vertelt zichzelf geen leugen. Hij gelooft werkelijk dat het deze keer verdedigbaar is. Onafhankelijkheid is psychologisch veel moeilijker dan de beroepsregels veronderstellen.
Een derde mechanisme verklaart waarom het zo geleidelijk gaat: de normalisering van afwijking. De eerste kleine concessie verlegt de norm. De volgende meet zich af aan die nieuwe norm. Zo schuift de grens ongemerkt op, tot een punt dat van buitenaf schokkend is, maar van binnenuit de logische volgende stap leek. Niemand besluit ooit om zijn kwaliteitssysteem te laten verslonzen. Het verslonst, stap voor stap, en elke stap was klein genoeg om te verdedigen.
En als het besef er wel is, treedt de rationalisatie in werking. Hier bieden de inzichten uit de bekende fraudedriehoek houvast. Mensen moeten hun handelen in overeenstemming kunnen brengen met hun zelfbeeld. Ik los het volgende kwartaal op. Iedereen doet het zo. De klant heeft het echt nodig. Het is maar tijdelijk. Deze verhaaltjes zijn geen smoezen achteraf. Ze doen hun werk vooraf, op het moment zelf, en maken de fout mogelijk voor iemand die zichzelf een integer mens vindt.
Ten slotte is er de omgeving. Mensen schakelen hun geweten tijdelijk uit door de taal die zij gebruiken. Creatief boekhouden. Agressieve waardering. Het jargon van het beroep is bijna een machine om morele keuzes om te zetten in technische termen. En waar een partner aandringt, weegt de hiërarchie zwaar. In vrijwel elk groot schandaal wisten juniormedewerkers dat het niet klopte, en tekenden ze toch, omdat tegenspraak hun beoordeling, hun bonus en hun toekomst raakte.
Wat betekent dit voor het tuchtrecht? De Accountantskamer beoordeelt achteraf een keuze. Maar de meeste fouten voelden op het moment zelf helemaal niet als een keuze. Ze waren een optelsom van kleine, verklaarbare, menselijke stappen, die pas in het koude licht van de zitting samenklonteren tot handelen dat een accountant niet betaamt. Dat is waarom de buitenstaander het wel ziet en de accountant niet. De buitenstaander ziet het eindpunt. De accountant beleefde het pad.
Gijs slaat de laptop dicht. Zo, dat staat op papier. Hij rekt zich uit. Op de rand van het ravijn bloeien de mooiste bloemen, denkt hij, en hij weet niet meer waar hij die zin ooit heeft gelezen.
Hij denkt aan Chantal en Marga. Hoe zou Joost zich verweren als het echt tot een tuchtzaak komt? Uit een kort telefoongesprek met Chantal heeft hij begrepen dat er nu een officiële klacht is ingediend bij het kantoor van Joost. Eens zien in hoeverre hij bereid is te reflecteren op zijn gedrag uit het verleden.
Jan Wietsma
Hier lees je de eerdere afleveringen van seizoen 4 van dit feuilleton.


Geef een reactie