Een bv voldoet op aangifte een bedrag van € 4.213 aan bpm bij de registratie van een BMW die in de aangifte wordt aangeduid als een BMW 2-serie Coupé M235i High Executive. De datum van eerste toelating van de auto is 1 juli 2016 en de aangifte vermeldt een CO₂-uitstoot van 286 gram/km. De bv heeft de auto op een veiling gekocht voor een bedrag van $ 12.335. De kosten voor het vervoer van de auto naar Nederland bedragen $ 2.345.
WOK-status
De RDW heeft de auto op 14 januari 2022 gekeurd en de auto de zogenoemde WOK-status (wachten op keuring) gegeven, die op 11 februari 2022 is opgeheven. De bv doet op 20 januari 2022 aangifte op basis van een expertiseverslag waarin de handelsinkoopwaarde van de auto in onbeschadigde staat op basis van de koerslijst XRAY is vastgesteld op € 17.948 en de handelsinkoopwaarde in beschadigde staat bepaald op € 4.500. Onderdeel van de schadecalculatie is een waardevermindering van € 7.416 wegens het schadeverleden (ex-WOK) van de auto.
Na bij de RDW informatie te hebben opgevraagd over de staat van de auto op het moment van keuring en om een kopie van de foto’s te hebben gevraagd die tijdens de keuring zijn gemaakt, legt de inspecteur de bv een naheffingsaanslag bpm op van € 11.509 op basis van de forfaitaire tabel. De inspecteur kan zich niet vinden in het taxatierapport van de bv vanwege formele en materiële gebreken en vanwege essentiële gebreken (WOK-status) op het moment van doen van aangifte.
Koerslijst XRAY met lagere CO₂-uitstoot
In hoger beroep voor Hof Den Haag overlegt de bv een verbeterde koerslijst van XRAY voor een BMW M2 DCT met een CO₂-uitstoot van 185 gram/km. Tussen partijen is niet in geschil dat de auto een M2 DCT is en niet het model dat de bv in de aangifte heeft vermeld. In deze koerslijst is de handelsinkoopwaarde van de auto in onbeschadigde staat bepaald op € 25.422. De bv doet met toepassing van artikel 10b Wet Bpm en artikel 110 VWEU een beroep op eerder geldend begunstigend beleid. Volgens de bv heeft artikel 10b betrekking op de historische wetgeving, de historische bruto bpm en de historische heffingsmaatstaf en valt daar volgens de bv ook het beleid onder.
Naar het oordeel van het hof mist artikel 10b Wet Bpm hier toepassing. In dit artikel wordt gesproken over de toepassing van wettelijke bepalingen en beleid is geen wettelijke bepaling. Het beleid is ingetrokken en de aangifte is ingediend na de datum waarvoor de goedkeuring gold.
Soortgelijke voertuigen niet gevonden
Ook het beroep op het beleid met toepassing van artikel 110 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie gaat niet op. Het is aan de bv om aannemelijk te maken dat in Nederland soortgelijke voertuigen rijden waarvan de bij de bv niet-geaccepteerde schade wegens essentiële gebreken wel in aftrek is toegelaten. In die bewijslast is de bv naar het oordeel van het hof niet geslaagd, omdat zij zelfs geen begin van bewijs heeft geleverd dat soortgelijke voertuigen bestaan.
De bv verzoekt het hof subsidiair de handelsinkoopwaarde in goede justitie vast te stellen. De inspecteur heeft bij het berekenen van de naheffingsaanslag de tabel toegepast en geen handelsinkoopwaarde bepaald. Het hof is van oordeel dat niet op de inspecteur maar op de bv de bewijslast op dit punt rust.
Scandinavische rekenmethode
Ook in geschil is of de bv de koerslijst XRAY kan gebruiken die in hoger beroep door de bv is overgelegd. De inspecteur stelt zich primair op het standpunt dat de bv vanwege de WOK-status helemaal geen gebruik mag maken van de taxatiemethode. Het hof verwerpt dat standpunt. Artikel 110 VWEU verzet zich er volgens het hof tegen dat een belastingplichtige de mogelijkheid wordt ontnomen om tegenbewijs te leveren. De bv wordt daarom toegelaten tot het leveren van tegenbewijs.
De inspecteur bestrijdt daarnaast dat de koerslijst kan worden gebruikt omdat de auto een model betreft dat niet in Nederland is geleverd. Het verschil in CO₂-uitstoot tussen de auto en het referentievoertuig is meer dan 100 gram/km (286 tegen 185). Bovendien gaat het in de koerslijst om een automaat terwijl de auto handgeschakeld is.
Het hof volgt de verbeterde koerslijst XRAY niet. Hoewel merk, model en type kloppen, verschilt de uitvoering. De inspecteur heeft onweersproken gewezen op de verschillen tussen de auto en het referentievoertuig, namelijk het gewicht, de transmissie en de veel hogere CO₂-uitstoot (101 g/km verschil). Het is voor het hof opmerkelijk dat XRAY in dit verband toch een koerslijst heeft afgegeven.
De bv voerde aan dat het model hetzelfde is en dat het verschil in uitstoot komt door de methode waarmee de CO₂-uitstoot is vastgesteld. Het gaat volgens de bv om de Scandinavische rekenmethode in plaats van de NEDC-methode. Het hogere gewicht en het verschil in transmissie zijn volgens de bv objectieve verschillen die een deel van het verschil in CO₂-uitstoot verklaren.
Geen realistische handelsinkoopwaarde
Naar het oordeel van het hof is het altijd lastig om een voor de Amerikaanse markt gebouwd voertuig te vergelijken met voertuigen die voor de Europese markt zijn gebouwd, omdat een Amerikaans voertuig moet voldoen aan heel andere regelgeving en gebruikerswensen. Er moet immers een reden zijn waarom de bv de voorkeur heeft gegeven aan de auto boven een Europees voertuig van hetzelfde merk, model en type.
De inspecteur heeft daarnaast twijfel gezaaid over de bruikbaarheid van de koerslijst. Na het scannen van de QR-code op de koerslijst verschijnt volgens de inspecteur in het programma een koerslijst waarop de CO₂-uitstoot van het referentievoertuig niet is vermeld, maar de aandrijving wel. Ook dat acht het hof opmerkelijk. Het hof acht daarom niet aannemelijk dat de verbeterde koerslijst is gebaseerd op reële transacties in dit type voertuig.
Het hof is van oordeel dat de koerslijst onder de taxatiemethode zou kunnen worden gebruikt als uitgangspunt voor het vaststellen van de handelsinkoopwaarde van de auto. Maar omdat de bv, op wie de bewijslast rust, geen enkel nuttig argument heeft aangevoerd om vanuit de koerslijst te komen tot een realistische handelsinkoopwaarde van de auto, ziet het hof geen aanleiding om de handelsinkoopwaarde in goede justitie lager vast te stellen.
Nu de bv niet is geslaagd in de bewijslast dat de handelsinkoopwaarde van de auto dusdanig moet worden verlaagd dat de verschuldigde bpm minder is dan de inspecteur heeft berekend aan de hand van de tabel, is de naheffingsaanslag niet tot een te hoog bedrag opgelegd.
Gerechtshof Den Haag, ECLI:NL:GHDHA:2026:2328


Geef een reactie