
Wat hoogleraar accountancy Marcel Pheijffer betreft, worden de KPMG-medewerkers die hebben gefraudeerd met examens stevig gestraft. Hij pleit er in de Volkskrant voor om ze voor de Accountantskamer te brengen.
De krant belicht de fraudekwestie bij KPMG uitvoerig, onder meer door te verwijzen naar de in 2015 ingevoerde beroepseed, als een van de 53 onderdelen van de maatregelen die het vertrouwen in de accountancy moesten terugbrengen. ‘Accountants hebben de afgelopen jaren kleine stapjes vooruitgezet, maar lopen nu met zevenmijlslaarzen terug’ zegt Pheijffer. ‘Al het goede wordt nu weer tenietgedaan door een fraude die kennelijk jaren is geaccepteerd. Niemand is ertegen opgestaan.’
Rijkelijk laat
De fraude met toetsen strekte zich uit tot in de raad van commissarissen: voorzitter Roger van Boxtel had zich antwoorden laten influisteren, want vanwege een ’time squeeze’ was hij niet aan voorbereiden toegekomen. Na KPMG doen ook de vijf andere OOB-kantoren onderzoek naar mogelijke fraude. ‘Het is natuurlijk rijkelijk laat. Er zijn al vijf jaar onderzoeken gaande in de VS, Canada, Australië, het Verenigd Koninkrijk. Dat is uitgebreid in de pers geweest. Dan vraag je je als Nederlandse tak toch af: is het bij ons wel op orde?’, zegt Pheijffer. ‘Dan hoef je toch niet op een klokkenluider te wachten?’
Dat Van Boxtel naar eigen zeggen uit reinheid is opgestapt, vindt Pheijffer niet geloofwaardig. ‘Dat vind ik helemaal niet zo fris klinken. Hij wist toch al vanaf 2021 wat hij had gedaan? Aan nu pas opstappen is niets reins. Het laat zien dat de accountants, ondanks de pogingen een cultuurverandering te bewerkstelligen, op essentieel gebied volstrekt onvoldoende vooruit zijn gekomen.’
De Volkskrant pakt ook het AFM-rapport uit juni erbij: frauderisico’s worden niet altijd goed geanalyseerd. ‘Die telkens terugkerende vaktechnische kwaliteitsgebreken leiden tot incidenten, die inbreuk maken op de integriteit. Dat is een structureel probleem in de accountancysector’, reageert Pheijffer daarop.
Werkdruk
Stefan Peij van Governance University, die commissarissen opleidt, ziet een probleem in de partnerstructuur. ‘Daardoor ligt de focus op het verdienmodel. Dan kan de integriteit in de knel komen.’ Er moet ‘productie worden gedraaid’ en Pheijffer vindt het door een partner aansturen van veel medewerkers een vorm van ‘intensieve menshouderij’. Een partner die zich heeft ingekocht, wil zo veel mogelijk winst zien, want dan heb je de investering er eerder uit. De zogeheten associates die voor de partner werken, moeten dus zo veel mogelijk declarabel zijn. ‘Het streven is dat 80 procent van de tijd van een associate declarabel is’, zegt Peij. ‘In de praktijk is dat heel moeilijk, omdat je even met je gedachten ergens anders bent, of even koffie gaat halen, of moet reizen, en andere dingen moet doen. Om toch genoeg uren te kunnen declareren, ga je vervolgens heel lange dagen maken.’ Hij voelt sympathie voor de fraudeurs. ‘Dit is een gevolg van de druk die van bovenaf wordt opgelegd. Als je al drie deadlines hebt en dan de antwoorden van zo’n toets op een presenteerblaadje krijgt aangeboden, dan snap ik wel dat veel mensen de verleiding niet kunnen weerstaan.’
Zelfregulering niet voldoende
Bij BDO, Deloitte en Mazars wordt de relatie tussen werkdruk en het risico op toetsfraude niet herkend. EY maakt er wel werk van om medewerkers te bewegen eerder aan de bel te trekken als de werkdruk te hoog wordt. De NBA geeft aan dat de maatschappelijke verwachtingen en het brede takenpakket accountants ook parten spelen. ‘Daar heeft de branche zelf voor geijverd. Dan moet je nu niet ineens gaan klagen dat je het zo druk hebt’, vindt Pheijffer. Hij pleit voor strengere regulering, want ‘zelfregulering is kennelijk niet voldoende’. ‘Dat accountants zelf frauderen, juist nu de roep om fraude aan te pakken steeds harder klinkt, is een teken dat het niet goed geregeld is.’ Wat Pheijffer betreft blijft het voor de fraudeurs niet bij een waarschuwing. ‘Sleep ze voor het tuchtrecht. Laat zien dat je dit niet tolereert! Als een accountant niet integer is, wat blijft er dan van het beroep over?’


Laten we het simpel houden.
De fraudeurs in ieder geval in een B(ezem)klasje de 1e 3 jaar extern toetsen en niet intern.
Daarnaast een A-klas voor alle OOB accountants, die eens in de x jaar een externe toetsing moeten ondergaan.