Staatssecretaris Eric Wiebes van Financiën vindt dat zijn ministerie ‘kritisch mag kijken’ naar de berekeningen die gemaakt worden over de verwachte opbrengst van belastingregelingen als de oldtimerregeling en de accijnsverhoging op autobrandstoffen.
Dat schrijft het FD. Wiebes ‘wil niet meteen beloven dat het beter kan’. Zo zei hij in de Vaste Kamercommissie Financiën, die maandag debatteerde over de oldtimerregeling en de accijnsverhoging op autobrandstoffen.
De vrijstelling op jonge oldtimers werd per 1 januari 2014 geschrapt, om misbruik van de oldtimerregeling aan te pakken. Wiebes erkende maandag dat de oldtimerbelasting geen €123 miljoen opbrengt, zoals hij eerder raamde, maar dat hij structureel op slechts de helft uitkomt, tussen €60 miljoen en €70 miljoen.
82 miljoen euro van de MRB-opbrengsten zou een gevolg zijn van substitutie: mensen hebben hun oldtimer verruild voor een moderne auto waarvoor de volledige wegenbelasting wordt betaald. De stichting Autobelangen heeft het wagenpark van de oldtimerbezitters aan de hand van RDW-cijfers helemaal hebben doorgerekend en berekende dat het substitutie-effect maximaal € 9 miljoen groot is. In de vergadering gaf Wiebes de stichting Autobelangen een compliment voor al het werk dat zij hebben verzet om sluitende berekeningen te maken. Calculaties die hij beter vindt dan het werk dat zijn eigen ministerie in deze kwestie heeft afgeleverd.
Volgens de stichting Autobelangen is het de politiek nu duidelijk dat de huidige oldtimerwet veranderd moet worden. ‘Er werden veel moties ingediend met onder andere een uitbreiding van de overgangsregeling naar LPG- en dieselauto’s en de PVV stelde voor om een oldtimerkenteken in te voeren waarbij de auto’s alleen op zon- en feestdagen mogen rijden.’
De accijnsverhoging leverde slechts €100 miljoen op. Een stuk minder dan de geraamde €280 miljoen.


Geef een reactie