De Accountantskamer handelt klachten kwalitatief hoogstaand af. Tegelijkertijd is er ook ruimte voor verbetering ten aanzien van kwetsbaarheden in de organisatie, de doorlooptijden, de op te leggen maatregelen en de publieke uitstraling. Door haar jurisprudentie draagt de Accountantskamer er bovendien aan bij dat de beroepsgroep bij zijn handelen het maatschappelijke belang en de fundamentele beginselen van goede beroepsuitoefening voor ogen houdt.
Dat concluderen onderzoekers van onderzoeksbureau Kwink Groep in een evaluatie die minister Hoekstra van Financiën heeft laten uitvoeren. In het onderzoek is gekeken naar het functioneren van de Accountantskamer en naar de vraag of financiering met publieke middelen nog in de rede ligt. Hoekstra heeft de uitkomsten naar de Tweede Kamer gestuurd.
Functioneren van de Accountantskamer
De Accountantskamer is sinds 1 mei 2009 belast met de tuchtrechtspraak in eerste aanleg voor accountants. ‘Terugkijkend op de periode sinds 2009 constateren de onderzoekers dat de Accountantskamer afdoende geëquipeerd is om haar missie te vervullen en invulling heeft gegeven aan haar missie’, vat Hoekstra samen in zijn Kamerbrief. ‘De Accountantskamer wordt gezien als deskundig, gezaghebbend en onafhankelijk. De uitspraken van de Accountantskamer zijn kwalitatief hoogwaardig en de Accountantskamer draagt via haar jurisprudentie bij aan de verdere ontwikkeling van het accountantsberoep door het uitleggen en duiden van open normen in wet- en regelgeving. Ook wordt geconstateerd dat de uitspraken van de Accountantskamer een preventieve/afschrikwekkende werking hebben.’
Verbetermogelijkheden: doorlooptijden verkorten
De onderzoekers noemen ook enkele verbetermogelijkheden. De gemiddelde doorlooptijd van klachten bij de Accountantskamer is bijvoorbeeld toegenomen van gemiddeld 219 dagen in 2013 naar een gemiddelde van 310 dagen in 2018. De onderzoekers doen concrete aanbevelingen om de duur van de doorlooptijden te verbeteren, zoals meer inzicht in en sturing op de doorlooptijden, formuleren van een interne norm en het toevoegen van een accountant-secretaris aan de formatie van de Accountantskamer in navolging op een al lopende pilot. ‘De voorzitter van de Accountantskamer heeft het verder terugbrengen van de doorlooptijden als speerpunt benoemd’, constateert Hoekstra.
Publieke uitstraling
De onderzoekers constateren verder dat gesprekspartners buiten de Accountantskamer tevreden zijn met het bestaan van de Accountantskamer en de wijze waarop haar jurisprudentie bijdraagt aan het maatschappelijke belang. Over de publieke uitstraling van de website van de Accountantskamer is het oordeel echter kritisch, meldt de minister. ‘De onderzoekers zijn van mening dat de uitstraling van de website van de Accountantskamer contrasteert met de deskundigheid van de Accountantskamer en de kwaliteit van de uitspraken. Ook zijn er door geïnterviewden kritische kanttekeningen gemaakt bij het feit dat de Accountantskamer de jaarverslagen na 2011 niet meer publiek toegankelijk heeft gemaakt. De voorzitter van de Accountantskamer heeft toegezegd hier werk van te maken.’
Punitieve maatregelen
Het instrumentarium van de Accountantskamer bestaat nu uit punitieve maatregelen. De onderzoekers merken op dat kan worden onderzocht of andere type maatregelen ook kunnen bijdragen aan het bevorderen van de kwaliteit van de beroepsuitoefening. ‘Een genoemde mogelijkheid is het opleggen van een ‘kwaliteitsondersteunende maatregelen’’, meldt Hoekstra. ‘De accountant wordt dan bijvoorbeeld verplicht om een bepaalde cursus te volgen alvorens de Accountantskamer overgaat tot het opleggen van een punitieve maatregel. In hoeverre de Accountantskamer in de toekomst de mogelijkheid moet krijgen om kwaliteitsondersteunende maatregelen op te leggen, zal ik bezien mede in het licht van het rapport van de Commissie toekomst accountancysector, dat eind deze maand zal verschijnen’.
Kwetsbaarheden organisatie
De onderzoekers merken ook op dat er een kwetsbaarheid zit in de kleine omvang van de organisatie. De personeelstekorten bij de rechterlijke macht, de behoefte bij de Accountantskamer aan rechters met financieel-juridische expertise en de afhankelijkheid van de ‘flexibele’ schil van accountantsleden maken de Accountantskamer volgens de onderzoekers kwetsbaar. ‘De voorzitter van de Accountantskamer herkent de geschetste kwetsbaarheid en heeft met de rechtbank Overijssel nadere afspraken gemaakt om die te ondervangen’, schrijft minister Hoekstra. ‘De rechtbank Overijssel is bereid gevonden om te zorgen dat er genoeg rechterlijke, administratief en juridisch ondersteunende medewerkers beschikbaar zijn die gespecialiseerd zijn in complexe financiële geschillen en gedetacheerd kunnen worden bij de Accountantskamer. Daarnaast wordt onderzocht wat de mogelijkheden zijn om een accountant in vaste dienst aan de Accountantskamer toe te voegen. Hiermee is de genoemde kwetsbaarheid uit het evaluatierapport in de ogen van de voorzitter van de Accountantskamer afdoende gedekt. Ik kan mij hierin vinden en zie geen reden om aanvullende maatregelen te nemen.’
Financieringsvorm
Hoekstra: ‘Voor de oprichting van de Accountantskamer werd het tuchtrecht uitgevoerd door de Raden van Tucht en bekostigd door de beroepsgroep zelf. Met de invoering van de Accountantskamer zijn de eerdere Raden van Tucht opgeheven en is gekozen voor bekostiging met publieke middelen. In 2018 kwamen de kosten neer op €1.209.953,-. De onderzoekers geven aan dat er valide argumenten zijn voor zowel financiering door de staat (gelet op het publieke belang van het tuchtrecht), als voor financiering door de beroepsgroep zelf (gelet op het profijtbeginsel). Nu voor beide wat te zeggen valt, zou volgens de onderzoekers gedacht kunnen worden aan een tussenvorm: financiering door zowel de staat als de beroepsgroep. Echter, de onderzoekers wijzen deze tussenvorm van de hand. De administratieve lasten voor alle betrokken partijen, die zouden voortvloeien uit deelfinanciering door de beroepsgroep, wegen niet op tegen de beperkte omvang van de kosten van het accountantstuchtrecht. Ik kan mij in de conclusie van de onderzoekers vinden en ben dan ook niet voornemens om de wijze van bekostiging van de Accountantskamer aan te passen.’
Lees hier het volledige onderzoek (pdf).


Geef een reactie