Begin dit jaar kwam naar buiten dat Deloitte meende dat accountants binnen het bedrijf de beroepsregels hebben overtreden door dossiers van onderwijsinstellingen te manipuleren voorafgaand aan inspecties door de Inspectie van het Onderwijs. Een klokkenluider had september vorig jaar een melding gedaan en na onderzoek concludeerde Deloitte dat accountants wijzigingen hadden toegepast in auditdossiers, wat in strijd is met de beroepsvoorschriften.
Plank misgeslagen
De rechter oordeelde afgelopen week over het ontslagverzoek dat was gedaan voor een van de accountants, een RA. En uit dat oordeel blijkt dat Deloitte de plank heeft misgeslagen: verwijtbaar handelen is niet bewezen. Sterker nog: de werkgever heeft zelf ernstig verwijtbaar gehandeld door de man te beschuldigen en meteen vrij te stellen van zijn werk, dat onmiddellijk bij andere collega’s is belegd.
De betrokken 49-jarige RA is partner bij Deloitte als teamlid Audit Public Sector. Hij strijkt per maand € 19.678 bruto op, exclusief vakantiegeld en overige emolumenten. Hij is tussen 2013 en 2018 als equity partner werkzaam geweest voor Deloitte via een overeenkomst met zijn eigen BV. In 2022 nam hij de rol van Serviceline Professional Practice Department (SPPD) over.
Dossier aangepast na reviewverzoek
In september 2024 doet een Deloitte-medewerker intern de melding dat een controledossier is aangepast nadat de onderwijsinspectie had aangekondigd dat dossier te willen reviewen. De afdeling Reputation & Risk Leadership (RRL) komt in actie en start een onderzoek. Er blijkt een jaartal te zijn aangepast door het coördinatieteam en niet door het audit-team. “Voor de andere twee auditdossiers geldt dat er meerdere verschillen zijn aangetroffen tussen het gearchiveerde dossier en het dossier dat is aangeboden aan IvhO (de onderwijsinspectie, red.).” Uit het feitenonderzoek komt naar voren dat in tien van de vijftien geselecteerde auditdossiers aanpassingen hebben plaatsgevonden in de auditdossiers die ter review zijn aangeboden. In december stelt Deloitte de RA naar aanleiding van de bevindingen op non-actief. Er wordt geen overeenstemming bereikt over een vertrekregeling.
Beroepsvoorschriften geschonden?
Deloitte stapt naar de rechter met een ontslagverzoek vanwege (ernstig) verwijtbaar handelen, danwel vanwege een verstoorde arbeidsverhouding of een combinatie van omstandigheden. De RA heeft wat zijn werkgever betreft geen aanspraak op de transitievergoeding of een deel ervan.
De RA heeft volgens Deloitte bewust in strijd gehandeld met de eed die hij als accountant heeft afgelegd en de beroepsvoorschriften door mee te werken aan het doen van ongeoorloofde aanpassingen in al gearchiveerde controledossiers die ter review verstrekt moesten worden aan de onderwijsinspectie. Daarnaast heeft zijn handelwijze ertoe geleid dat het noodzakelijke vertrouwen in hem volledig en onherstelbaar is verloren.
Geen nieuwe elementen toegevoegd
De RA eist op zijn beurt – als het ontslag wordt toegewezen – een transitievergoeding en daarbovenop een “billijke vergoeding” van acht ton. En mocht Deloitte in het ongelijk worden gesteld, dan eist hij alsnog ontbinding van het contract en de vermelde vergoedingen. Hij stelt namelijk dat hij geen nieuwe (controle-)informatie over nieuwe elementen aan de gearchiveerde dossiers heeft toegevoegd en dus niet in strijd heeft gehandeld met de door hem afgelegde eed of beroepsvoorschriften voor zover die van toepassing zijn.
‘Doodzonde’ niet bewezen
De rechter overweegt dat Deloitte de RA verwijt dat hij een ‘doodzonde’ heeft begaan door wijzigingen aan te brengen in de gearchiveerde dossiers die geselecteerd waren voor een externe review door de inspectie. Hij heeft niet alleen meegewerkt aan het aanbrengen van wijzigingen de dossiers, door deze goed te keuren en af te tekenen, maar heeft ook actief contact met de klant opgenomen om extra informatie op te vragen om die vervolgens aan het dossier te laten toevoegen. Ook was hij in 2022 en 2023 als SPPD verantwoordelijk voor de coördinatie van de reviews, maar heeft hij geen einde gemaakt aan de ongeoorloofde bestaande praktijk van het doen van aanpassingen van reeds gearchiveerde dossiers voordat deze ter review werden aangeboden, zo leest de rechter de bezwaren van Deloitte.
Maar die voldoen niet: “Aangezien niet onderbouwd is waarom [de RA] een einde aan deze jarenlange bestaande praktijk zou moeten maken, terwijl andere SPPD’s dat in de voorgaande jaren evenmin hebben gedaan, kan dit zonder nadere concrete toelichting van Deloitte, die ontbreekt, geen (ernstig) verwijtbaar handelen van [de RA] opleveren.”
Verwijten gebaseerd op e-mails
Het gaat om dossiers van onderwijsinstellingen SKPO (jaarrekening 2018) en Summa (jaarrekening 2020). De dossiers die aan de inspectie ter beschikking zijn gesteld voor de reviews in 2019, 2020, 2021 en 2022 zijn niet meer beschikbaar, zodat die dossiers niet vergeleken konden worden met de authentieke dossiers. De verwijten zijn gebaseerd op e-mailberichten die Deloitte in mailboxen van haar werknemers daarover heeft aangetroffen en verklaringen die werknemers daarover hebben afgelegd.
De onderwijscoördinator van SKPO zou op 23 oktober 2019 een e-mailberichthebben gestuurd met het verzoek een aantal documenten af te tekenen die aan het te reviewen dossier door IvhO toegevoegd moesten worden, wat de RA heeft gedaan. Toevoegen van informatie aan een reeds gearchiveerd dossier is ongeoorloofd.
Inhoud was al eerder getoetst en vastgelegd
Maar de RA stelt er geen nieuwe informatie is toegevoegd. Er zijn stukken bij de klant opgevraagd en toegevoegd aan het dossier voor de inspectie, terwijl de inhoud van die stukken al ten tijde van de initiële controle is getoetst en vastgelegd door het invullen van een checklist of anderszins. Uit efficiencyoverwegingen is ervoor gekozen de onderliggende stukken bij te voegen en af te tekenen, ook al was dat strikt genomen niet noodzakelijk, maar zo werd de inspectie direct in staat gesteld te verifiëren dat Deloitte haar controlewerkzaamheden goed had verricht, is het verhaal van de RA. Deze stukken zouden anders door de inspectie opgevraagd worden. Het e-mailbericht en de aftekening zijn in het dossier van de inspectie opgenomen. Ook is zichtbaar dat de toegevoegde stukken na archivering zijn toegevoegd.
Geen rechtstreekse gebondenheid aan interne handleiding
De kantonrechter is het niet met Deloitte eens dat het toevoegen van de documenten zonder meer ongeoorloofd is op grond van de NV COS, Standaard 230. Bovendien heeft de RA succes met zijn verweer dat een beleidshandleiding niet van toepassing is op de arbeidsverhouding. Die is gericht op de ‘member firms’. Er zijn honderden van zulke handleidingen, met regels die wereldwijd gelden en Nederlandse aanvullingen. “De kantonrechter is van oordeel dat op grond van deze globale verwijzingen naar honderden documenten geen rechtstreekse gebondenheid van [de RA] aan de DPM 3710 (de betrokken handleiding, red.) worden afgeleid. Dat [de RA] daarnaast nog aan andere wet- en regelgeving is gebonden onder verwijzing naar de concrete artikelen ter zake het feitencomplex dat voorligt, is onvoldoende gebleken. Deloitte heeft nagelaten dit op een concrete wijze naar voren te brengen.”
Stukken hoefden niet al in dossier te zitten
De verwijzing naar Standaard 230 gaat niet op omdat na de datum van de controleverklaring geen nieuwe of aanvullende controlewerkzaamheden zijn uitgevoerd of nieuwe conclusies zijn getrokken. “Er zijn immers alleen aan de oorspronkelijk uitgevoerde controle onderliggende documenten toegevoegd.”
De toegevoegde stukken hadden niet op grond van enige regelgeving al in het controledossier aanwezig moeten zijn, aldus de rechter. De RA heeft het e-mailbericht waarin hij goedkeuring geeft om de documenten toe te voegen en de aftekening in het dossier van de inspectie gevoegd, met de datum waarop dat gebeurd is. “Voor de inspectie waren de toevoegingen dan ook zichtbaar.” Daarom heeft de RA niet verwijtbaar gehandeld.
Geen toestemming voor wijzigingen
Bij Summa gaf de RA akkoord op drie aanpassingsvoorstellen, maar geen toestemming om zaken te wijzigen in het gearchiveerde dossier. Hij ging ervan uit dat de aandachtspunten in het dossier van Summa werden opgenomen in het dan lopende dossier voor boekjaar 2021 en dat dit geadresseerd werd in de presentatie, zo is zijn verweer. Deloitte heeft ook hier onvoldoende bewijs verzameld. “Hierbij overweegt de kantonrechter (ten overvloede) dat wanneer [de RA] in enige mate bemoeienis zou hebben gehad bij het (laten) aanpassen van het Summa-dossier voor de review, dat dan heeft te gelden als enige verwijt dat hem in het gehele onderzoek te maken valt. Mede gelet op de bestaande praktijk binnen het Audit-team dat onderwijsinstellingen controleerde en [RA]’s lange staat van dienst, kan deze misstap in redelijkheid niet er toe leiden dat daarom de arbeidsovereenkomst zou worden ontbonden.”
Geen verwijtbaar handelen dus, maar is er reden om de arbeidsovereenkomst te ontbinden wegens een verstoorde arbeidsverhouding? Nee, vindt de rechter. Deloitte heeft dat onvoldoende onderbouwd. Niet bewezen is dat de RA heeft geprobeerd ondergeschikten en collega’s te bewegen tot het afleggen van een bepaalde verklaring en het synchroniseren van uitlatingen richting het onderzoeksteam.
Vrije arbeidskeuze
Slotsom: de arbeidsovereenkomst wordt niet ontbonden – althans, niet op grond van verwijtbaar handelen. De rechter komt namelijk wel tegemoet aan het verzoek van de RA om alsnog een eind aan het dienstverband te maken omdat hij zich in een kwaad daglicht voelt gesteld. “Het verzoek zal worden toegewezen, nu Deloitte zich daartegen niet verzet en een werknemersverzoek in beginsel gehonoreerd moet worden gelet op het (grond)recht van vrije arbeidskeuze.” Het contract eindigt per 1 november, bepaalt de rechter.
Ten onrechte beschuldigd
Bovendien heeft Deloitte ernstig verwijtbaar gehandeld, zo luidt het zware verdict van de kantonrechter. “Vaststaat dat naar aanleiding van het onderzoek ter zake van aanpassingen in aan IvhO verstrekte dossiers en de uitkomst daarvan een arbeidsconflict is ontstaan tussen partijen. Daarbij heeft een rol gespeeld dat Deloitte [de RA] heeft beschuldigd van het schenden van de accountancynormen, terwijl daar op basis van de gepresenteerde onderzoeksresultaten en de toelichting van [de RA] onvoldoende gronden voor aanwezig waren. In het interne onderzoeksrapport staat als zodanig beschreven dat het onderzoek zich niet richt op een inhoudelijke beoordeling van de aanpassingen. Er is uitsluitend vastgesteld of er aanpassingen hebben plaatsgevonden of niet. Daarom vindt geen reactie plaats op de wederhoorreacties met betrekking tot het type aanpassing dan wel de inhoud van de aanpassing, terwijl dit gelet op NV COS standaard 230 wel degelijk relevant is. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft Deloitte daar te weinig oog voor gehad.”
Geen goed werkgeverschap
Deloitte bleef herhalen dat het aanpassen van dossiers die zijn geselecteerd voor een externe review een doodzonde betrof, ongeacht de aard van de aanpassingen. De klanten zijn tijdens de vrijstelling van werk alvast onder de collega’s verdeeld. “Al met al moet worden geconcludeerd dat Deloitte zich niet als goed werkgever heeft gedragen en dat de onwerkbare situatie die is ontstaan hoofdzakelijk op haar conto moet worden geschreven.”
Vergoeding lager dan geëist
De RA krijgt een transitievergoeding van € 67.573,00 bruto, uitgaande van een maandsalaris van € 27.322,18 bruto. De acht ton billijke vergoeding die de man eist (24 maanden loon en reputatieschade), vindt de rechter echter wat te ver gaan. Een vergoeding van € 125.000 bruto vindt de rechtbank een adequate en voldoende compensatie voor het ernstig verwijtbaar handelen van Deloitte. De RA is vanaf medio december 2024 vrijgesteld van het verrichten van arbeid met behoud van loon en heeft zelf aangegeven dat hij sindsdien een andere passende baan had kunnen accepteren, overweegt de rechter. De RA zou binnen enkele maanden een andere baan moeten kunnen krijgen. Hij wordt daarbij niet gehouden aan een concurrentie- of relatiebeding.




Geef een reactie