Het ontslag houdt geen stand omdat het bewijs voor fraude ontbreekt en Gsmweb jarenlang heeft toegestaan dat de werkneemster structureel meer uren maakte dan contractueel overeengekomen. Bovendien negeerde de werkgever adviezen van de bedrijfsarts en legde hij haar een onhaalbare werkdruk op.
Klachten over hoge werkdruk
De werkneemster was sinds 2004 in dienst bij Gsmweb als finance medewerker met verantwoordelijkheden voor zowel de financiële als de salarisadministratie en personeelszaken. De vrouw klaagde gedurende langere tijd over een te hoge werkdruk en het uitblijven van adequate ondersteuning. Ondanks herhaaldelijke verzoeken om verlichting van haar taken en de mogelijkheid om (deels) thuis te werken, eiste de directeur dat de vrouw voltijds en volledig op kantoor als boekhouder aanwezig was.
Arbeidsongeschikt
In maart 2024 meldde de werkneemster zich ziek met spanningsklachten, waarna diverse gesprekken volgden waarin de directeur vasthield aan fysieke aanwezigheid op kantoor. De werkneemster bleef ondanks haar arbeidsongeschiktheid benaderd worden voor werkgerelateerde vragen, wat haar herstel belemmerde. De bedrijfsarts bevestigde de arbeidsongeschiktheid en adviseerde mediation, maar dit traject liep op niets uit. Vanaf begin 2025 stuurde de bedrijfsarts aan op beëindiging van de arbeidsovereenkomst en een tweede spoor re-integratietraject.
Uitkeren overuren
Parallel daaraan probeerden de partijen vergeefs een beëindigingsovereenkomst te sluiten. Terwijl de werkneemster via spoor 2 aan re-integratie moest werken, beschuldigde Gsmweb haar in mei 2025 van het zonder toestemming laten uitkeren van ruim €30.000 aan overuren. De werkneemster betwistte die aantijging en wees op de structurele praktijk binnen het bedrijf om haar overuren te compenseren.
Toch volgde op 13 mei 2025 ontslag op staande voet. De werkneemster protesteerde en startte een kort geding. De kantonrechter oordeelde op 11 juli 2025 dat een dringende reden voor het ontslag niet aannemelijk was geworden en veroordeelde Gsmweb tot doorbetaling van loon met wettelijke verhoging en rente, en tot betaling van de proceskosten.
Kantonrechter
De boekhouder verzoekt daarna de kantonrechter de arbeidsovereenkomst te ontbinden. Er zou sprake zijn van ernstig verwijtbaar handelen door Gsmweb, of in elk geval zou de arbeidsrelatie duurzaam zijn verstoord door toedoen van Gsmweb. Zij wenst dat de voor Gsmweb geldende opzegtermijn wordt aangehouden en dat geen rekening wordt gehouden met de duur tussen het verzoekschrift en de beschikking. Daarnaast vordert zij toekenning van de transitievergoeding, een billijke vergoeding van € 109.895,52 en een schadevergoeding van € 18.000,00 wegens de nadelige gevolgen voor haar cateringbedrijf. Ook maakt zij aanspraak op wettelijke rente, vaststelling van het saldo aan niet-genoten vakantiedagen (47,13 dagen), een positief getuigschrift en vergoeding van de volledige proceskosten. In aanvulling hierop heeft zij verzocht te verklaren dat het ontslag op staande voet nietig is, vernietiging van de opzegging en wedertewerkstelling, dan wel toelating tot re-integratiewerkzaamheden, onder verbeurte van een dwangsom. Tevens eist zij doorbetaling van haar loon vanaf 13 mei 2025 vermeerderd met de wettelijke verhoging en rente.
Geen dringende reden
Ter onderbouwing voert de werkneemster aan dat geen sprake is van een dringende reden voor ontslag, aangezien zij niet frauduleus heeft gehandeld door overuren te laten uitbetalen. Volgens haar was dit jarenlang de praktijk binnen Gsmweb. Bovendien is het ontslag niet onverwijld gegeven, nu Gsmweb al begin mei overtuigd was van een dringende reden. Zij blijft daarnaast bij haar verzoek tot ontbinding ex artikel 7:671c BW, met toekenning van een billijke vergoeding en transitievergoeding, omdat de arbeidsverhouding onherstelbaar verstoord is geraakt. Zij verzet zich tegen het voorwaardelijk ontbindingsverzoek van Gsmweb, dat volgens haar onvoldoende is onderbouwd, terwijl bovendien het opzegverbod wegens ziekte in de weg staat. De door Gsmweb gevorderde gefixeerde schadevergoeding wijst zij eveneens af.
Verweer Gsmweb
Gsmweb voert verweer en betoogt dat binnen de onderneming overwerken uitsluitend mogelijk is met voorafgaande, uitdrukkelijke toestemming van de directeur, hetgeen de werkneemster wist. Het bedrijf benadrukt dat de hoofdtaken van de werkneemster binnen de overeengekomen arbeidsduur konden worden uitgevoerd en dat haar voorkeur voor personeelswerk geen rechtvaardiging voor overwerk bood. Gsmweb vordert veroordeling van de werkneemster tot betaling van een gefixeerde schadevergoeding van € 7.596,58, te verhogen conform artikel 7:677 lid 5 BW, en daarnaast € 30.309,03 aan schadevergoeding wegens onterecht uitbetaalde overuren, vermeerderd met rente. Voorwaardelijk, voor het geval het ontbindingsverzoek van de werkneemster niet wordt toegewezen, verzoekt Gsmweb zelf om ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Zij beroept zich primair op verwijtbaar handelen van de werkneemster, subsidiair op een duurzaam verstoorde arbeidsrelatie, meer subsidiair op disfunctioneren en meest subsidiair op een combinatie van deze gronden.
Ontslag op staande voet houdt geen stand
De kantonrechter stelt voorop dat het oordeel uit het kort gedingvonnis van 11 juli 2025 wordt gevolgd. Het ontslag op staande voet houdt geen stand omdat de door Gsmweb aangevoerde dringende reden onvoldoende is onderbouwd. Gsmweb heeft haar eigen beleid inzake overwerk niet gehandhaafd, terwijl duidelijk is dat de werkneemster structureel overbelast was door de combinatie van financiële en HR-taken. Gsmweb was hiervan op de hoogte, maar heeft haar desondanks structureel méér werk opgedragen dan in een 32-urige werkweek te behappen was en bovendien aangedrongen op volledige aanwezigheid op kantoor. De registratie en uitbetaling van overuren was bovendien door de accountant te controleren, maar daar is geen actie op ondernomen.
De conclusie is dat de vermeende fraude de ontslaggrond niet kan dragen en dat de opzegging wordt vernietigd. Dit betekent dat de arbeidsovereenkomst voortduurt en dat de werkneemster recht heeft op doorbetaling van haar loon, inclusief wettelijke verhoging en rente. De door Gsmweb gevorderde gefixeerde schadevergoeding en de vordering tot terugbetaling van overuren worden afgewezen.
Ontbindingsverzoek werkneemster
Vervolgens beoordeelt de kantonrechter het ontbindingsverzoek van de werkneemster. Uit de feiten blijkt dat de werkneemster door het handelen en nalaten van Gsmweb langdurig onder zware druk heeft gestaan. Zij heeft herhaaldelijk aan de directeur kenbaar gemaakt dat haar werkbelasting te hoog was en dat het werkklimaat slecht was, maar dit leidde niet tot structurele maatregelen. Integendeel, de directeur trok de ernst van haar ziekmelding in twijfel, reageerde laat of niet op adviezen van de bedrijfsarts en nam eenzijdig taken van haar af. Het inzetten van mediation werd te lang uitgesteld en niet voortvarend opgepakt. Bovendien werd zij na haar ziekmelding nog geruime tijd benaderd met vragen en opdrachten, onder meer voor de salarisbetalingen, wat haar herstel frustreerde. De twijfels die de directeur openlijk uitte over haar arbeidsongeschiktheid en de reactie van Gsmweb na het mislukken van de onderhandelingen over een vso – dat zij dan maar gewoon weer moest komen werken – zijn in strijd met goed werkgeverschap.
Ernstig verwijtbaar handelen
Alles bij elkaar maakt dit dat voortzetting van het dienstverband herstel in de weg staat en dat de arbeidsrelatie zodanig verstoord is dat beëindiging de enige optie is. De arbeidsovereenkomst zal worden ontbonden per 1 september 2025. Daarbij kwalificeert het handelen van Gsmweb als ernstig verwijtbaar: de werkgever heeft de werkneemster met een parttime dienstverband structureel overbelast, onvoldoende maatregelen genomen om het werk beheersbaar te maken, adviezen van de bedrijfsarts genegeerd en verantwoordelijkheid afgeschoven op de werkneemster. Het verwijt van onterechte overuren past in datzelfde patroon en wordt als onbehoorlijk beoordeeld.
Vergoedingen
De kantonrechter oordeelt dat de werkneemster recht heeft op de transitievergoeding, berekend op € 33.646,39 bruto bij beëindiging per 1 september 2025, vermeerderd met wettelijke rente. Daarnaast wordt een billijke vergoeding toegekend. Bij de begroting daarvan sluit de kantonrechter aan bij de gezichtspunten uit de New Hairstyle-jurisprudentie van de Hoge Raad (HR 30 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1187). Gezien de langdurige inzet van de werkneemster, het feit dat zij arbeidsongeschikt uit dienst gaat en daardoor niet snel een vergelijkbare functie zal vinden, en de ernst van het verwijtbaar handelen van Gsmweb, wordt een vergoeding van € 65.000 bruto passend geacht. Dit bedrag ziet mede op immateriële schadevergoeding en houdt rekening met de transitievergoeding en mogelijke uitkeringen. De vordering van € 18.000 wegens gederfde inkomsten van het cateringbedrijf wordt afgewezen, omdat onvoldoende is gesteld om een causaal verband met het handelen van Gsmweb aan te nemen.
Omdat de billijke vergoeding lager uitvalt dan gevorderd, krijgt de werkneemster de gelegenheid haar ontbindingsverzoek in te trekken. Indien dat gebeurt, komt het voorwaardelijke ontbindingsverzoek van Gsmweb aan de orde. De kantonrechter verwerpt de stelling dat sprake is van verwijtbaar handelen van de werkneemster, maar stelt vast dat de arbeidsrelatie duurzaam en onherstelbaar is verstoord. Op die grond is het verzoek toewijsbaar, waarbij de oorzaak volledig aan Gsmweb wordt toegerekend. Ook in dat scenario zijn zowel de transitievergoeding als een billijke vergoeding verschuldigd, waarbij de kantonrechter verwijst naar de eerder gemaakte berekeningen. Gsmweb krijgt de gelegenheid haar voorwaardelijke verzoek in te trekken.
Wat betreft de vakantiedagen volgt de kantonrechter de opgave van de werkneemster van 47,13 dagen tot en met 31 mei 2025, aangevuld met 1,67 dag per maand tot de einddatum, nu Gsmweb haar betwisting niet heeft onderbouwd en gehouden is een deugdelijke administratie te voeren. De niet-genoten dagen dienen bij het einde van het dienstverband correct te worden uitbetaald. Verder moet Gsmweb een deugdelijk getuigschrift verstrekken, op straffe van een beperkte dwangsom met een maximum. Van de kantonrechter moet dat een neutraal geformuleerd getuigschrift zijn.
Voor de overige vorderingen is geen grond aanwezig. Verklaringen voor recht worden niet toegewezen en ook de werkelijke proceskosten komen niet voor vergoeding in aanmerking, omdat van misbruik van bevoegdheid of onrechtmatig procederen door Gsmweb geen sprake is. Gsmweb wordt wel als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten volgens het forfaitaire tarief.


Geef een reactie