De doorrekeningen van het CPB laten zien dat de politieke partijen sterk uiteenlopende keuzes maken in hun belastingbeleid. Waar sommige partijen lasten verzwaren om defensie en klimaatbeleid te betalen, kiezen anderen juist voor lastenverlichting om de economie te stimuleren.
Het CDA wil de btw en de winstbelasting verhogen om de stijgende defensie-uitgaven te financieren en noemt dat een ‘vrijheidsbijdrage’. Het CDA wil dat werken meer gaat lonen en stelt voor om mensen die meer gaan werken meer belastingkorting te geven voor elk uur dat ze aan het werk zijn. Daar staat tegenover dat hogere inkomens een hoger belastingpercentage moeten gaan betalen. De hypotheekrenteaftrek verdwijnt geleidelijk, wat volgens het CPB zal leiden tot lagere huizenprijzen. De opbrengsten daarvan worden verwerkt in lagere inkomstenbelasting. Verder zet de partij in op lagere inkomstenbelasting voor gezinnen.
JA21 kiest juist voor een forse verlaging van de vennootschapsbelasting om het investeringsklimaat te verbeteren. De partij wil het hele belasting- en toeslagenstelsel herzien en alle toeslagen afschaffen, wat volgens het CPB op termijn leidt tot grotere inkomensverschillen.
Hoe hoger het inkomen, hoe minder huishoudens er in de plannen van GroenLinks-PvdA aan koopkracht bij krijgen. Dat komt mede doordat de partij een nieuw belastingstelsel met vijf schijven introduceert. De verschillen in uitkomst binnen inkomensgroepen zijn volgens het CPB groot, doordat regelingen verdwijnen en daar weer nieuwe voor in de plaats komen. Ondanks een forse lastenverzwaring voor het bedrijfsleven pakken de plannen van GroenLinks-PvdA naar verwachting relatief gunstig uit voor het investeringsklimaat. Dat komt doordat de partij tegelijkertijd zorgt voor meer investeringsruimte, innovatie stimuleert en beperkingen wegneemt door de uitstoot van stikstof en broeikasgassen fors te verminderen. De hypotheekrenteaftrek wordt in twaalf jaar afgebouwd.
De SGP richt zich vooral op lastenverlichting voor eenverdieners, maar laat de lasten voor bedrijven iets stijgen. De ChristenUnie wil de belastingen op inkomen en arbeid fors verlagen en zet daar meer belasting op vermogen en voor bedrijven tegenover. De partij wil een grote verbouwing van het belastingstelsel, waarmee alle toeslagen verdwijnen. Tegelijk pleit de partij voor 5 procent stijging van het minimumloon en een afschaffing van de hypotheekrenteaftrek in 15 jaar.
D66 kiest voor meer overheidsuitgaven, maar bezuinigt op zorg door mensen een groter deel zelf te laten betalen, terwijl de VVD via bezuinigingen en beperkte lastenverhogingen probeert de overheidsschuld in toom te houden.
Onder Volt gaat de overheid fors meer belasting ophalen, vooral bij bedrijven. Volt wil 27 miljard extra ophalen bij bedrijven en een basisinkomen voor iedereen. Daardoor zijn er grote verschuivingen in de overheidsfinanciën. Volt schaft alle belastingvoordelen voor energie-intensieve bedrijven af en wil dat geld onder andere gebruiken om innovatieve bedrijven te stimuleren via een investeringsfonds. Hogere inkomens gaan bij Volt meer belasting betalen, huiseigenaren gaan ook belasting betalen over hun huis in box 3. Het CPB ziet dat gemiddeld genomen de koopkracht bij de plannen van Volt ongeveer evenveel verbetert als bij het huidige kabinetsbeleid.
Uit de CPB-doorrekeningen blijkt dat de meeste partijen het belastingstelsel willen hervormen, maar dat de richting verschilt: linkse partijen verhogen de lasten voor bedrijven en vermogenden om ongelijkheid te verkleinen, terwijl rechtse partijen inzetten op lagere lasten voor ondernemers en minder herverdeling.
De doorrekeningen zijn hier te vinden.


Geef een reactie