Volgens de staatssecretaris wordt het risico op structurele weglek van passagiers en negatieve gevolgen voor het vestigingsklimaat in de Tweede Kamer te groot ingeschat. Heijnen baseert zich hierbij op een onderzoek van CE Delft naar de effecten van de afstandsafhankelijke heffing.
Weglek minimaal
De kritiek dat maatschappijen als Corendon vol inzetten op vluchten vanuit Düsseldorf en Keulen zou wijzen op een sterke weglek, nuanceert het kabinet op basis van onderzoek van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KIM). Ongeveer 13% van de vliegreizen door Nederlanders vertrekt al vanaf een buitenlandse luchthaven en dit percentage is al jaren stabiel. De groei van vluchten bij grensluchthavens wordt vaker gezien als een uitbreiding om de hoge latente vraag naar luchtvaart vanuit Nederland op te vangen, in plaats van een directe weglek als gevolg van de belasting.
De differentiatie van de vliegbelasting (waarbij lange vluchten duurder worden) leidt volgens de prognoses slechts tot een daling van 0,2% van het totaal aantal passagiers vanaf Nederlandse luchthavens. Van deze reizigers kiest slechts een kwart ervoor uit te wijken naar het buitenland; de meerderheid kiest ervoor om niet meer te vliegen of een alternatieve vervoersmodaliteit te gebruiken. Bovendien blijft het totale aantal vluchten vanaf Nederlandse luchthavens gelijk door de capaciteitsrestricties (zoals de 478.000 vluchtbewegingen op Schiphol).
Klimaateffect
Het kabinet bevestigt dat de maatregel twee doelen dient. Het structureel verhogen van de opbrengst van de vliegbelasting spekt de schatkist met € 257 miljoen per jaar. Door de gedifferentieerde heffing kunnen ook externe kosten (zoals klimaatschade en geluidshinder) beter worden belast. Deze kosten zijn vooral bij langeafstandsvluchten hoger en worden nu onvoldoende meegenomen in de ticketprijs.
Hoewel voor langeafstandsvluchten een spoor- of ander alternatief ontbreekt, leidt de hogere belasting wel tot een kleine verschuiving van intercontinentale vluchten naar vluchten binnen Europa. Dit levert per saldo een positief klimaateffect op.
Verwaarloosbaar
Op basis van het CE Delft-onderzoek concludeert het kabinet dat de maatregel verwaarloosbare effecten heeft op de economie, de totale werkgelegenheid en het vestigingsklimaat, waardoor aanvullend onderzoek naar bedrijfsmigratie niet nodig wordt geacht. De differentiatie sluit aan bij de systematiek die reeds in landen als Duitsland wordt gehanteerd, waardoor het internationale level playing field wordt gewaarborgd.
Lees hier het antwoord op de Kamervragen.



Geef een reactie