In Nederland worden elk jaar ongeveer 40.000 bedrijven opgeheven via een turboliquidatie. Sinds 1994 is het zo mogelijk om bv’s zonder activiteiten en bezittingen op te heffen, ook als er nog schulden zijn. In veel gevallen is het een efficiënt instrument om ongezonde delen van grote concerns op te schonen, maar inmiddels is de turboliquidatie de standaardroute voor bedrijfsbeëindiging geworden: bijna 80% van de ondernemingen verdwijnt zo.
Eén formulier is genoeg
En misbruik is kinderlijk eenvoudig, volgens incassojurist Joost Konings: één formulier invullen is voldoende om de bv automatisch te laten ‘ploffen’. Schuldeisers en de fiscus blijven met lege handen achter. Konings kent veel ondernemers die daardoor hun geld in rook hebben zien opgaan, maar er uit schaamte niet over willen praten. Een rechtszaak om alsnog betaling af te dwingen is vaak duurder dan de openstaande factuur.
Volgens de Belastingdienst is er alleen al de laatste tien jaar naar schatting zo’n € 1,5 miljard aan belastingschulden onbetaald gebleven door plof-bv’s. Volgens interne analyses hebben ruim tweeduizend ondernemers hun bedrijf opgeheven terwijl zij nog voor enkele honderden miljoenen euro’s aan panden, boten of ander bezit hadden. Andere ondernemers haalden hun pensioen-bv’s leeg en doekten ze op zonder belasting af te dragen. Ook het UWV en pensioenfondsen lopen tientallen miljoenen mis.
Vaak meerdere plof-bv’s per bestuurder
Volgens onderzoek van Investico, het FD en De Groene Amsterdammer zijn er ruim 4.000 bedrijven waarbij gegronde aanwijzingen bestaan voor fraude. Ongeveer 1.200 bestuurders bleken elk betrokken bij vijf of meer turboliquidaties, samen goed voor 6.376 opheffingen. Meer dan de helft van de verdachte bedrijven deponeerde jarenlang geen jaarrekening, of zelfs helemaal nooit. De helft meldde de ontbinding te laat bij de Kamer van Koophandel.
Eén op de zeven betrokken bestuurders bleek al een faillissement op zijn of haar naam te hebben, waarbij er in de helft van de gevallen economische delicten zijn gepleegd zoals ontbrekende boekhoudingen of weggesluisd geld. SNCU, de stichting die toeziet op naleving van de uitzend-cao, zegt dat er soms mensen in de rechtbank staan die niet eens weten dat ze bestuurder zijn. “Ze hebben een handtekening gezet tegen betaling van een paar honderd euro. Soms is het adres van een bedrijf zelfs dat van een daklozenopvang.” Met name in de uitzendbranche, de autohandel, het vastgoed en de ICT worden bv’s met een turboliquidatie opgeheven.
Duits voorbeeld
De fiscus heeft te weinig capaciteit om in te grijpen en de sancties zijn ‘niet schrikbarend’. Volgens incassospecialist Konings zou het voorbeeld van Duitsland gevolgd kunnen worden. De wet dwingt ondernemers daar om bij betalingsonmacht hun eigen faillissement aan te vragen. Doen ze dat niet, dan riskeren ze persoonlijk aansprakelijk gesteld te worden. “In Nederland weten ondernemers dat je ongeschonden wegkomt.”


Verschrikkelijk tendentieus artikel. Slagen naar bedragen en gruwelijk negatieve insteek. Ze hadden in het FD ook een artikel kunnen schrijven waarom de nieuwe extra eisen van de turboliquidatie al erg kostenverhogend werkt. Dit voor al die goedwillende ondernemers, die niets meer hebben en van hun BV af dienen te komen. Jammer dat het negatieve weer overheerst. Als deze weg moeilijker wordt of zelfs afgesloten dan zijn weer alle goedwillende gedupeerd om een paar kwaadwillende dwars te kunnen zitten. Overigens is er al genoeg niet benutte regelgeving om die niet coöperatieve aan te kunnen pakken. Die worden niet gebruikt, dus ook de goedwillende maar duperen. Jammer deze steeds meer voorkomende typerende ambtenaren reflex.
Was het op de lange baan schuiven van allerlei belastingen ooit de motivatie om de rechtsvorm BV te mis- dan wel gebruiken, kennelijk is daar de lol wat minder van en gaat het anna 2025 meer over het voorkomen van kosten voor aansprakelijkheid. Lees het beschermen van mijn vermogen. Voor elk project een nieuwe BV en lekker laten ploffen als het niet gaat zoals we dachten dat het zou moeten kunnen gaan. In de betere tijden konden de adviseurs declareren naar hun behoefte want het ging toch prima? Als de kansen voor het bedrijf keren of de leeftijd stijgt zitten we met een probleem opgezadeld, hoe kom ik van al die formele ballast af, zonder dat het geld kost. Ach, geen probleem van maken, die kosten wentel de dan toch ook af op de gemeenschap. Of voor die adviseur is geen geld meer, als die adviseur niet al lang uit beeld is, dus de klant zoekt het maar uit.