Zaak nr: 25/1787 Wtra AK
De klager stelt dat de accountant zich daarmee opstelt boven de wet. In zijn ogen negeert de penningmeester een rechterlijk oordeel en blijft hij werken met wat hij aanduidt als ‘valse facturen’. Door zijn aanhoudende optreden zou hij het bedrijf van klager én diens gezin al bijna vier jaar onder druk zetten. Dat handelen is volgens klager in strijd met de fundamentele beginselen van het accountantsberoep.
Spanningen door accountant
De stichting verhuurt ruimte in de molen aan klager. Tussen beide partijen bestaat al langere tijd spanning. Volgens klager is het conflict in ernst toegenomen sinds de accountant in 2022 tot het bestuur toetrad.
De stichting heeft de uitbater inmiddels tweemaal voor de rechter gedaagd. In beide procedures trok de stichting volgens klager aan het kortste eind. In de tweede zaak zijn de eisen en vorderingen van de stichting door de rechter afgewezen, waarna het vonnis niet verder is aangevochten of betwist. Desondanks ontving klager volgens eigen zeggen tot een aantal maanden geleden nog steeds rekeningen die hij als onterecht beschouwt. Daarbij wordt gedreigd met incassomaatregelen en buitengerechtelijke kosten als betaling uitblijft. Door dit handelen zou de accountant ‘willens en wetens het vonnis van de rechter naast zich neerleggen’ en zich bewust niet houden aan de fundamentele beginselen van zijn professie.
Persoonlijke bejegening
Naast het financiële geschil is er volgens klager ook sprake van persoonlijke bejegening. Zo zou de accountant hem e-mails hebben gestuurd met teksten als dat ‘de enige samenwerking die hij met ons ziet in de toekomst is met ons in de schuldsanering’. Ook stelt klager dat hij en zijn gezin ‘bewust en opzettelijk’ bij sponsoren, dorpsbewoners en het gemeentebestuur in een kwaad daglicht worden gezet. Op de website van de stichting en in het jaarverslag zou worden vermeld dat sprake is van een huurachterstand, terwijl daarover volgens klager juridisch geen duidelijkheid bestaat.
Tijdens de behandeling van de klacht sprak de uitbater over ‘laakbaar gedrag’ dat hem en zijn gezin diep raakt. Zijn emotie was daarbij hoorbaar.
RA herkent zich niet in aantijgingen
Namens de accountant weersprak diens advocaat Karen Harmsen de aantijgingen. Zij stelde dat de RA zich niet herkent in het beeld dat door klager wordt geschetst. Volgens haar is het niet de penningmeester persoonlijk die de procedures heeft aangespannen, maar de stichting als rechtspersoon. Ook betwist zij dat de voorzieningenrechter in de tweede zaak heeft geoordeeld dat klager niets verschuldigd zou zijn. Volgens Harmsen is enkel vastgesteld dat de vordering op basis van de huurovereenkomst in kort geding niet kon worden toegewezen. “Over de gegrondheid is überhaupt niet geoordeeld.” Van het naast zich neerleggen van een rechterlijk oordeel door de RA is volgens haar dan ook geen sprake.
De voorzitter van het tuchtcollege, zelf rechter, bevestigde dat een uitspraak door een voorzieningenrechter in kort geding slechts een voorlopig karakter heeft. “Als de stichting vervolgens zegt: wij vinden het toch gegrond, u moet toch betalen, kan dat.”
‘Zit ermee in mijn maag’
In zijn slotwoord gaf de accountant aan dat de kwestie hem zwaar valt. Hij zei met het conflict ‘behoorlijk in zijn maag’ te zitten. Dat gevoel werd versterkt doordat hij stelde dat ook andere bestuurders problemen hebben gekregen, omdat hun werkgevers over de situatie zouden zijn geïnformeerd.


Geef een reactie