Het verzamelbesluit bevat uiteenlopende technische en inhoudelijke aanpassingen in verschillende uitvoeringsbesluiten op het terrein van inkomstenbelasting, loonbelasting, milieubelastingen, toeslagen, dubbele belasting en accijns.
Einde expat-keuzerecht definitief verankerd
Een van de meest in het oog springende wijzigingen is de expatregeling. Het keuzerecht voor partiële buitenlandse belastingplicht is per 1 januari 2025 al afgeschaft, met overgangsrecht tot en met 31 december 2026. Per 1 januari 2027 wordt nu ook de delegatiegrondslag in lagere regelgeving beëindigd, zodat de regeling volledig uit zowel wet- als AMvB-niveau verdwijnt.
In het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 wordt daarnaast een omissie hersteld rond de 30 procent-regeling. Er wordt opnieuw één vast maximumpercentage opgenomen: 30 procent in 2025 en 2026 en 27 procent vanaf 2027. Tegelijk worden de salarisnormen per 2027 verhoogd, in aansluiting op de kennismigrantenregeling. Daarmee wordt het deskundigheidsvereiste aangescherpt en zal een kleinere groep werknemers onder de regeling vallen.
Aanpassingen inkomstenbelasting en aanmerkelijk belang
In het Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 worden meerdere technische verduidelijkingen doorgevoerd. Zo wordt geregeld dat bij kwijtschelding van een conserverende aanslag bij emigranten met een aanmerkelijk belang de verkrijgingsprijs niet dubbel kan worden verlaagd. Hiermee wordt voorkomen dat een negatieve verkrijgingsprijs ontstaat.
Daarnaast wordt de saneringsmodule voor de garnalenvisserij aangewezen als nationale herstructureringsregeling. Hierdoor kan een herinvesteringsreserve onder voorwaarden worden afgeboekt op bedrijfsmiddelen met een andere economische functie dan de vervreemde middelen.
Pensioen, lijfrente en toeslagen
De referteperiode voor pensioengevend loon bij partner- en wezenpensioen en bij onbetaald verlof wordt aangepast aan de uitvoeringspraktijk. Voortaan mag worden uitgegaan van een gemiddelde periode die (deels) in het jaar van overlijden of in de betreffende periode valt. Ook wordt de indexatieregel bij vrijwillige aansluiting bij een bedrijfstakpensioenfonds vereenvoudigd.
Voor niet of niet langer kwalificerende lijfrenten die in box 1 belast blijven, wordt een inhoudingsplicht voor de loonbelasting ingevoerd. Dat geldt voor reguliere uitkeringen en bij afkoop, en voor verzekeraars, banken en andere aanbieders.
Verder worden de uitzonderingen op het toeslagpartnerbegrip gecentraliseerd in het Uitvoeringsbesluit Awir. Inhoudelijk verandert er niets, maar bij meerdere potentiële partners wordt voortaan degene als toeslagpartner aangewezen met wie het eerst een partnerschap is ontstaan. Een keuzerecht ontbreekt.
Internationale en douanewijzigingen
In het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 wordt een specifieke regeling opgenomen voor bestuurders- en commissarissenbeloningen. Voortaan geldt in beginsel de verrekeningsmethode, ook in niet-verdragssituaties. Daarmee wordt aangesloten bij het Nederlandse verdragsbeleid.
Ook wordt de rechtsvormenlijst in het Besluit vergelijking buitenlandse rechtsvormen geactualiseerd, zodat meer buitenlandse rechtsvormen een duidelijke (niet-)vergelijkbaarheidskwalificatie krijgen onder de Wet FKR.
Het Algemeen douanebesluit wordt aangepast in verband met het vervallen van de EU-uitvoerrestitutieregeling voor landbouwproducten. Daarnaast wordt de boete bij niet-naleving van de bunkervrijstelling in de accijns verhoogd van de tweede naar de derde categorie.
Milieubelastingen en energie
In de vliegbelasting wordt een verplicht suppletieregime ingevoerd, mede vanwege de tariefdifferentiatie naar afstand per 1 januari 2027. Luchthavenexploitanten kunnen daarmee onjuistheden in de aangifte herstellen.
Door de Wet beëindiging salderingsregeling worden enkele technische verwijzingen in uitvoeringsbesluiten aangepast. Voor religieuze en non-profitinstellingen wordt verduidelijkt dat bij teruggave van energiebelasting ook maandfacturen mogen worden overgelegd als een eindfactuur ontbreekt.
Met het Fiscaal Verzamelbesluit 2026 zet het ministerie vooral in op technische verduidelijkingen en het stroomlijnen van bestaande regelgeving, maar voor bepaalde onderdelen, zoals die rond expats, internationale bestuurdersbeloningen en lijfrenten, zijn de gevolgen voor de praktijk concreet.
Accountants en fiscalisten kunnen hun reactie indienen tot en met 13 maart 2026.


Geef een reactie