Het initiatief voor de brief komt van brancheorganisatie BOVAG. Onder meer VNO-NCW, MKB-Nederland, ANWB en RAI Vereniging ondertekenden het schrijven.
De zogenoemde pseudo-eindheffing moet op 1 januari 2027 ingaan. Werkgevers die dan een niet-emissieloze auto ook voor privégebruik aan een werknemer beschikbaar stellen, moeten jaarlijks een heffing van 12 procent van de catalogusprijs betalen. De maatregel moet bedrijven stimuleren hun wagenpark te elektrificeren en is de Nederlandse invulling van Europese regels voor vlootnormen.
Grote uitvoeringsproblemen
Volgens de organisaties ontstaan er echter grote uitvoeringsproblemen wanneer de heffing ook geldt voor tijdelijk of vervangend vervoer. Dat gebeurt bijvoorbeeld wanneer een werknemer tijdens onderhoud of schadeherstel van zijn elektrische auto tijdelijk een brandstofauto meekrijgt.
In dat geval moeten werkgevers volgens de brief een nieuwe en gedetailleerde administratie bijhouden. Daarnaast kan elke inzet van een tijdelijke brandstofauto ongeveer 500 tot 1.000 euro aan heffing kosten. Voor het Nederlandse bedrijfsleven kan dat volgens de organisaties oplopen tot een gezamenlijke kostenpost van circa een miljard euro per jaar.
Auto van de zaak
De ondertekenaars wijzen erop dat lease- en verhuurbedrijven hun vloot niet direct volledig kunnen omzetten naar elektrische auto’s, omdat bestaande contracten nog doorlopen. Ook spelen problemen met laadcapaciteit en netcongestie een rol.
De organisaties pleiten er daarom voor de heffing alleen toe te passen op de vaste auto van de zaak en niet op tijdelijk of vervangend vervoer, bijvoorbeeld tot maximaal een maand. Daarmee zou de regeling volgens hen beter uitvoerbaar worden voor werkgevers en bedrijven in de mobiliteitssector.
De organisaties vragen de Tweede Kamer om het onderwerp te bespreken tijdens het commissiedebat over fiscaliteit op 11 maart.


Prima idee, het vraagt om een ijzersterke definitie van vervanging.