Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. De toename van de uitgaven zet daarmee door, maar ligt wel lager dan in de drie voorgaande jaren.
De lasten nemen over de volle breedte toe, waarbij het zwaartepunt opnieuw ligt in het sociaal domein. Vooral de categorie ‘sociaal domein overig’ – waaronder Wmo, jeugdhulp, maatschappelijk werk, huiselijk geweld en opvang van vluchtelingen – laat een duidelijke stijging zien. De uitgaven op dit terrein groeien met 7,6% tot €22,1 miljard. Ook inkomensregelingen en participatie stijgen, met 6,2% tot €14,2 miljard. In totaal komen de sociale uitgaven uit op €36,3 miljard, goed voor bijna 43% van de totale gemeentelijke lasten.
Aan de inkomstenkant begroten gemeenten €83,5 miljard aan baten, een toename van 5,3%. Daarmee blijven de baten licht achter bij de lastenontwikkeling. Gemeenten financieren hun uitgaven vooral via het gemeentefonds, dat voor 2026 is geraamd op €47,0 miljard, aangevuld met €15,3 miljard aan heffingsopbrengsten en €21,2 miljard aan overige baten, zoals specifieke uitkeringen, huur- en pachtinkomsten en dividend.
Opvallend is dat juist de opbrengsten uit gemeentelijke heffingen relatief het sterkst stijgen, met 6,5%. De baten uit het gemeentefonds nemen toe met 5,1%, terwijl de overige inkomsten met 5,0% groeien. Daarmee verschuift de relatieve groei van inkomsten deels richting lokale heffingen.
Het CBS wijst er daarnaast op dat begrotingscijfers structureel lager liggen dan de realisatie in jaarrekeningen. In 2024 – het meest recente jaar met definitieve cijfers – bedroegen de totale gemeentelijke lasten €80,9 miljard en de baten €82,9 miljard. Dat resulteerde in een exploitatiesaldo vóór bestemming van €2,0 miljard, wat direct samenhangt met de groei van het eigen vermogen.
De cijfers bevestigen dat gemeenten hun uitgaven verder zien oplopen, met name door sociale verplichtingen, terwijl de inkomstenbasis in toenemende mate wordt aangevuld via lokale heffingen.
Bron: CBS


Geef een reactie