Uit de stukken blijkt dat belastingadviseurs, belangenorganisaties en de Belastingdienst sinds begin 2025 geregeld overleg voerden over de uitvoering van het nieuwe formulier ‘Opgaaf Werkelijk Rendement’ (OWR). Met dat formulier kunnen belastingplichtigen aantonen dat hun werkelijke rendement lager lag dan het fictieve rendement waarover belasting is geheven.
Zorgen uitvoering
In verschillende interne mails worden zorgen geuit over de vraag of burgers en fiscaal dienstverleners de regeling wel zullen begrijpen. Een vertegenwoordiger van het Register Belastingadviseurs vroeg de Belastingdienst onder meer hoe burgers en adviseurs adequaat geïnformeerd gaan worden en hoeveel belastingplichtigen naar verwachting bezwaar of beroep zullen instellen.
Ook binnen de Belastingdienst zelf leefden twijfels over de uitvoerbaarheid. In een interne mail van juni 2025 schrijft een medewerker dat de oplossing “vanuit de burger bezien nauwelijks begrijpelijk is dan wel onuitlegbaar”. Daarbij wordt erop aangedrongen intern te bekijken of onderdelen anders kunnen worden ingericht zolang daar nog ruimte voor bestaat.
Formulier volledig
Een terugkerend discussiepunt was het OWR-formulier zelf. Volgens de stukken moet het formulier altijd volledig worden ingevuld, ook wanneer vooraf al duidelijk is dat het werkelijke rendement nihil of negatief was. Belastingadviseurs waarschuwden dat dit “behoorlijk tijdsintensief / tijdrovend” kon zijn.
De Belastingdienst maakte daarbij duidelijk dat vereenvoudigde werkwijzen niet mogelijk waren. Zo konden belastingplichtigen niet volstaan met het invullen van nullen of met het opgeven van een fictief hoog rendement om sneller een definitieve aanslag te krijgen. Volgens de dienst moest het formulier “volledig en juist” worden ingevuld. Uit de documenten blijkt verder dat ook de simulatieversie van het formulier aanvankelijk problemen opleverde. Intern werd vastgesteld dat de oefenomgeving wel beschikbaar was, maar “niet bruikbaar zonder casus”.
Vragen bezwaren
Daarnaast kwamen tijdens de overleggen veel vragen op over bezwaarprocedures, belastingrente en herverdeling tussen fiscale partners. Zo wilden adviseurs weten of belastingplichtigen apart bezwaar moesten maken tegen belastingrente en hoe moest worden omgegaan met verjaringstermijnen voor oudere belastingjaren. Ook bestond onduidelijkheid over de gevolgen voor toeslagen en andere inkomensafhankelijke regelingen. De Belastingdienst gaf daarbij aan dat nieuwe inkomensgegevens weliswaar automatisch worden gedeeld, maar dat niet inzichtelijk is wat andere instanties vervolgens met die gegevens doen.
Druk verjaring
De stukken laten zien onder welke tijdsdruk de hersteloperatie stond. Omdat definitieve aanslagen binnen drie jaar moeten worden opgelegd, kregen belastingplichtigen soms al een aanslag terwijl het rechtsherstel nog niet kon worden verwerkt. In conceptbrieven schrijft de Belastingdienst dat een aanslag “misschien onjuist” is door recente uitspraken van de Hoge Raad over box 3. Belastingplichtigen werden daarbij gevraagd de aanslag toch alvast te betalen, ook als later mogelijk nog geld zou worden teruggegeven.
Tegelijk werkte de Belastingdienst toe naar een openstelling van het formulier OWR in juli 2025. Uit de stukken blijkt dat de introductie nauw werd afgestemd met koepelorganisaties en de parlementaire behandeling van de Wet tegenbewijsregeling box 3. Nadat de Eerste Kamer had ingestemd met de wet meldde de fiscus dat belastingplichtigen vanaf 10 juli via Mijn Belastingdienst hun werkelijke rendement konden doorgeven.


Graag wil ik een reactie geven op dit bericht. Het is voor mij onbegrijpelijk waarom er jaren lang gevochten moet worden over iets wat voor ieder normaal denkend mens volstrekt helder is.
Bij de belastingdienst kon en kan je geen bezwaar maken tegen een wet wat de box 3 heffing is. In een rechtsstaat is het parlement verantwoordelijkheid voor wetten en de belastingdienst voert alleen de wet uit. Als het vast staat dat deze wet niet klopt moet er rechtsherstel komen voor alle gedupeerden. Het maakt niet uit of er bezwaar is gemaakt. Het is een schande dat Nederland zichzelf nog als een rechtsstaat ziet want dat is het allang niet meer.
Al die gerechtelijke onzin procedures zijn er om de burgers op een dwaalspoor te zetten zodat ze afhaken of overlijden voordat ze hun recht gekregen hebben.
Beste Roos, Gewoon doen zoals het moet, terugbetalen aan de gedupeerden! vanwege onrechtmatig toe eigenen geld waar de overheid geen recht op had/heeft en ze wisten al decennia lang dat 4% rente niet behaald werd. Daarnaast klopt de verhouding beleggingen voor hoger tarief veel te hoog is en vaak niet eens aan de orde was. Spaarders hebben ze door woekeren spaargeld afgepakt en dit moet d.m.v. de al vastgestelde gecorrigeerde percentages ambtshalve verminderd worden voor iedereen, ongeacht of men op tijd bezwaar heeft gemaakt of niet. Discriminatie en schending van het eigendomsrecht is dus nog steeds aan de orde in onze zogenaamde rechtsstaat.
Men beroept zich op art 45 aa Uitvoeringsregeling en art 9.6 IB. Wet Ib. Opeens heeft een algemene maatregel van bestuur een kracht van wet. Gelukkig hebben Verdragen als het EVRM rechtstreekse werking en heeft de inbreuk op het eigendomsrecht voor iedereen plaatsgegrepen. Dat heet gelijkheidsbeginsel. Wie durft naar Straatsburg te gaan? En ook een belangenvereniging op te richten die dat namens velen gaat uitvoeren?