Een vader en een zoon gaan in 2016 een (agrarische) samenwerking aan met twee broers, die 70 hectare landbouwgrond inbrengen. Vader en zoon brengen via hun maatschap machines in en nemen in de praktijk de werkzaamheden voor hun rekening. De broers krijgen voor hun ingebrachte grond (gemiddeld) een jaarlijkse vergoeding van € 1.500 per ingebrachte hectare en 50% van de daarmee samenhangende toeslagrechten, zo spreken ze af. Een AA stelt de afspraken op schrift en verzorgt daarna steeds de samenstelling van de jaarrekening voor de maatschap.
Maar de samenwerking vertoont scheuren als de broers niet de vergoedingen krijgen waar ze op rekenen. Ze nemen de overeenkomst er nog eens bij en dan blijkt dat daarin het uitgangspunt van de vaste vergoeding helemaal niet terugkomt.
Positie nooit duidelijk geworden
Een van de broers dient een klacht in bij de Accountantskamer, want hij is over meer dingen ontevreden. Zo is de AA nooit ingegaan op vragen over ‘extra toedelingen’ die vader en zoon hebben ontvangen en heeft hij nooit duidelijk aangegeven wat de positie van de broers in de maatschap was. Er zijn ook aankopen gedaan die niet of nauwelijks te traceren zijn in de boekhouding van de maatschap. Bijvoorbeeld voor ‘gewassen te velde’ van € 230.742 en 1.600 lattenkisten voor een bedrag van € 184.400.
De samenwerkingsovereenkomst is bovendien feitelijk een verkapt pachtcontract, zo heeft de broer zich door een advocaat laten vertellen. En dat riekt naar misleiding, want pachters hebben een sterke rechtsbescherming. Oftewel: de broers zijn in dat geval wat minder makkelijk van vader en zoon af dan bij een maatschapsovereenkomst.
Meeste klachten ongegrond
De klacht dat de AA niet op vragen is ingegaan, is ongegrond. Die klacht is onvoldoende onderbouwd. Verder is niet afgesproken dat de vergoeding voor de grond maandelijks zou worden overgemaakt, zodat ook die klacht doel mist. Ook het zonder overleg aankopen van de gewassen en de kisten kan de AA niet worden verweten.
Vermoeden van pacht
Maar de vastlegging van de afspraken over de grond is wel verkeerd gegaan, oordeelt de tuchtrechter. “Als grond in gebruik wordt gegeven aan een ander ten behoeve van de landbouw en die ander daarvoor een tegenprestatie is verschuldigd, kan al snel het vermoeden bestaan dat sprake is van een pachtovereenkomst.” En dat wilden beide partijen vermijden. Daarom heeft de AA een als maatschapsovereenkomst aangeduid document opgesteld, maar wel met behoud van de afspraken over de grond en de vergoeding – die dus mogelijk juridisch gezien als pachtovereenkomst kunnen worden aangemerkt.
Dat blijkt ook uit de jaarlijkse financiële overzichten waarin de vaste vergoeding werd afgezet tegen het aandeel van de broers in het bedrijfsresultaat volgens de maatschapsjaarrekening, onder vermelding van ‘nog te verrekenen’. “Het in de financiële overzichten opnemen van deze vaste vergoeding duidt er niet op dat de interne afspraken opzij waren gezet, integendeel.”
Schijnmaatschap
De Accountantskamer stelt vast dat het aandeel van de broers in het bedrijfsresultaat volgens de maatschapsjaarrekeningen geen rol speelt in hun uiteindelijke financiële aanspraken of verplichtingen in het kader van de samenwerking. “Dit doet de vraag rijzen wat dan wél het (legitieme) doel van de maatschap en de maatschapsjaarrekeningen was. Betrokkene heeft op deze vraag in zijn verweerschrift noch op de mondelinge behandeling een bevredigend antwoord gegeven.”
De AA heeft niet kunnen uitleggen dat de maatschap en de maatschapsjaarrekeningen voor hem iets anders waren dan slechts schijn, vindt de tuchtrechter. “Voor derden kon hiermee echter een realiteit worden voorgewend, terwijl bovendien het risico werd geschapen dat ook partijen zelf hierin een realiteit zouden zien (klagers stellingen suggereren dat dit risico zich voor hem heeft verwezenlijkt). Of de Interne afspraken daadwerkelijk een overeenkomst van pacht behelzen, staat uiteindelijk niet ter beoordeling van de Accountantskamer.”
Papieren werkelijkheid
Maar diezelfde Accountantskamer vindt de klacht dat de AA een verkapt pachtcontract heeft opgesteld, wel gegrond. “Met het dusdoende (volgens althans het eigen perspectief) opstellen van onjuiste en misleidende informatie heeft betrokkene gehandeld in strijd met het fundamentele beginsel van integriteit. Verder heeft betrokkene ook gehandeld in strijd met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. Ervan uitgaande dat betrokkene, zoals hij stelt, partijen erover heeft geïnformeerd dat de Interne afspraken zouden kunnen worden aangemerkt als pachtovereenkomst, heeft hij – nog steeds volgens zijn eigen stellingen – gezegd dat (ter vermijding daarvan) een maatschap moest worden aangegaan.”
Maar de aangegane maatschap was slechts een papieren werkelijkheid en kon dus geen bescherming bieden tegen het risico van het aanmerken van de afspaken als pacht. De AA krijgt de maatregel van berisping opgelegd. “Betrokkene heeft meegewerkt aan de totstandkoming van een kennelijk papieren werkelijkheid, waarmee hij in strijd heeft gehandeld met de fundamentele beginselen van integriteit en van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. Dit moet betrokkene ernstig worden aangerekend.”


Geef een reactie