Dat blijkt uit een evaluatie van de Brexit Adjustment Reserve (BAR), uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Economische Zaken. De onderzoekers zijn kritisch over de effectiviteit van de regeling. De compensatieregelingen voor bedrijven worden beoordeeld als “niet of hoogstens beperkt doeltreffend” en “niet of hoogstens beperkt doelmatig”.
Fractie van budget
Nederland kreeg vanuit de Europese Brexit Adjustment Reserve honderden miljoenen euro’s toegewezen om bedrijven te helpen die werden geraakt door nieuwe handelsbarrières, douaneformaliteiten en andere gevolgen van de Brexit. Voor het zogenoemde bedrijfslevenspoor werd 300 miljoen euro gereserveerd. Uiteindelijk werd daarvan slechts ongeveer 20,9 miljoen euro uitgegeven, inclusief uitvoeringskosten.
2,2 miljoen
Voor de twee compensatieregelingen was 218 miljoen euro beschikbaar. Daarvan werd uiteindelijk slechts 2,2 miljoen euro uitgekeerd aan ondernemers. Dat komt neer op ongeveer 1 procent van het beschikbare budget. Ook het EU-Handelsprogramma, bedoeld om ondernemers te helpen nieuwe exportmarkten te vinden, bleef achter bij de verwachtingen. Van de beschikbare 32 miljoen euro werd 7,4 miljoen euro besteed.
Hoge drempels
Volgens de evaluatie lag het lage gebruik niet aan de bekendheid van de regeling. De onderzoekers concluderen dat de subsidieregelingen voldoende toegankelijk waren en dat de voorwaarden in beginsel duidelijk waren. Toch zagen veel ondernemers af van deelname.
Beperkingen
Bedrijven noemden onder meer de hoge bewijslast, de beperkte aanvraagperiode en het feit dat niet alle Brexit-gerelateerde kosten voor vergoeding in aanmerking kwamen. Ook werd de regeling pas geruime tijd na de Brexit opengesteld, waardoor de behoefte aan compensatie inmiddels was afgenomen. De onderzoekers wijzen erop dat een deel van deze beperkingen voortkwam uit de Europese BAR-verordening, waardoor Nederland weinig ruimte had om de regeling anders vorm te geven.
Weinig aantoonbaar effect
Dat de regeling weinig werd gebruikt, werkte direct door in de resultaten. De evaluatie vindt nauwelijks aanwijzingen dat de compensatieregelingen de financiële gevolgen van de Brexit wezenlijk hebben beperkt. Ook zijn er geen signalen dat de subsidies faillissementen hebben voorkomen of bedrijven hebben geholpen operationeel te blijven.
EU-Handelsprogramma
Het EU-Handelsprogramma leverde voor deelnemers wel positieve resultaten op. Bedrijven kregen meer exportkennis, deden nieuwe contacten op en kregen beter zicht op alternatieve afzetmarkten. Door het beperkte aantal deelnemers bleef het totale effect volgens de onderzoekers echter gering.
Uitvoering
Opvallend is dat de uitvoeringskosten een groot deel van de uiteindelijke uitgaven opslokten. Volgens de evaluatie ging 54 procent van de bestede middelen op aan uitvoering. Dat draagt volgens de onderzoekers bij aan het oordeel dat de regeling slechts beperkt doelmatig is geweest.
Economische schade
Hoewel de steunmaatregelen weinig effect hadden, had de Brexit zelf wel degelijk gevolgen voor Nederlandse bedrijven. Volgens cijfers van het CBS liep de Nederlandse export naar het Verenigd Koninkrijk door de Brexit naar schatting 3,2 miljard euro mis. Tegelijkertijd zijn bedrijven er volgens de evaluatie redelijk goed in geslaagd hun afzetmarkten te diversifiëren en minder afhankelijk te worden van de Britse markt.
Download hier het rapport.


Geef een reactie