Joost heft zijn glas. ‘Ik denk dat de dames zich nu wel rustig zullen houden.’
‘Wat heb je gedaan?’ vraagt de man.
‘Niets bijzonders. Ik heb iemand gevraagd om even een belletje te plegen, en ik heb die onderzoeker een mailtje gestuurd via een nepadres.’
‘Heb je ze bedreigd?’ wil de man weten.
‘Nee, dat denk ik niet. Maar heel goed dat je mij hebt verteld over die praatgroep van je, en over wat ze mogelijk van plan waren. Ik zal dat nooit vergeten. Je kunt rekenen op mooie opdrachten.’
De man zucht en vraagt zich af of hij er goed aan heeft gedaan om Joost op de hoogte te stellen van de ronde tafels waaraan hij heeft deelgenomen. Chatham House Rule is de afspraak. Maar hij is ook de advocaat van Joost. Toen hij de naam Joost hoorde in een van de gesprekken, ontstond er een dilemma. Moest hij het Joost wel of niet vertellen? Wat als ze wel aangifte gaan doen en hij dan naar de rechtbank moet om Joost te verdedigen? Dan zou hij een enorme flater slaan. Nu zit hij met Joost aan de bar, die doet alsof hij vanaf nu zijn grootste vriend is.
‘Goed dat je het mij verteld hebt, zo weet ik dat je geen geheimen voor mij hebt.’ Joost geeft hem een klap op de schouder. ‘Trouwens, die dames praten onzin. Ze zijn niets gewend. Een simpele kus op hun mond, het stelde niets voor. Ik snap niet dat ze daar zo moeilijk over doen. Ik geef mijn vrouw ook wel eens een plotselinge kus op haar mond. Dan zeurt ze ook niet.’
Er verschijnt een verbeten lachje om de mond van de man. ‘Ik weet niet wat er precies gebeurd is, en dat wil ik graag zo houden.’
‘O, ik zal je er ook echt niet mee lastigvallen. Het is gewoon de tijd. Iedereen is woke geworden. Maar daar heb ik geen last van. Mijn vrouw ook niet. Die is prima tevreden met haar leven als huisvrouw. Ik zorg voor het inkomen en zij voor mijn kinderen. Wat vind jij daar nu van?’
De man draait zijn hoofd en kijkt de kroeg in. Wat hij ervan vindt? Hij heeft er nooit zo over nagedacht. Natuurlijk, hij leest er wel eens over, maar in zijn vriendenkring komt hij het nooit tegen. Het is dat Joost er nu over begint.
‘Ik denk altijd: laat iedereen in zijn waarde.’
‘Heel goed. Heel goed. Nog een biertje?’ Joost pakt het glas van de man en zijn eigen glas. ‘Twee bier nog graag.’
‘Komt in orde,’ zegt de barman. Even later staan er twee glazen op de toog.
Joost heft het glas. ‘Proost. We zijn echt de weg kwijt met zijn allen. Waarom zou ik met iedereen rekening moeten houden? Laatst kwam er een man met hakken en een jurk bij ons solliciteren. Die heb ik vriendelijk maar duidelijk laten weten dat onze klanten daar niet op zitten te wachten. Als hij iedere dag in pak naar kantoor wil komen, dan is er plaats, heb ik gezegd.’
‘En wat was zijn reactie?’ De man vraagt zich af hoe de advocaat-partners van het kantoor waar hij werkt zouden reageren.
‘Hij werd boos. “Jullie discrimineren mij. Accountancy hoort een inclusief beroep te zijn, en dit is maar weer eens het bewijs dat dat niet zo is.” Ik merkte op dat hij in zijn vrije tijd mag doen wat hij wil, maar dat we hier op kantoor nu eenmaal regels hebben, en dat het niet passend is dat mannen zich als vrouwen verkleden en vrouwen als mannen.’
De man veerde op. ‘Maar volgens mij accepteren we wel dat vrouwen zich als man kleden. Of moeten de vrouwen bij jullie op kantoor allemaal een rok of een jurk aan?’
‘We zijn niet van de zwarte kousen. Vrouwen mogen zich kleden zoals ze willen, zolang het maar netjes is, en dat geldt ook voor de mannen. Maar een man in vrouwenkleding, dat kan echt niet. Dan kan ik het kantoor wel meteen sluiten, want dan lopen al onze klanten weg.’
‘Mag ik dan een brutale vraag stellen?’ zegt de man, die merkt dat het biertje hem wat losser in de omgang maakt.
‘Ga je gang.’
‘Als een medewerker nu een hoofddoek draagt, mag die dan wel bij jullie werken?’
‘Als ze goed is in haar vak, dan is dat geen probleem. Maar ik denk wel dat bepaalde klanten dat niet appreciëren, dus ik zou goed kijken naar welke relaties ik haar zou toesturen. We discrimineren niet, als je dat soms mocht denken. Waar we wel moeite mee hebben, is als mensen zich anders gaan voordoen dan ze werkelijk zijn.’
De man denkt na. Een knagend gevoel dringt zich op. Hoe tolerant is Joost nu echt? En die laconieke houding over Chantal en Marga stoort hem ook. De gebeurtenissen die zij vertelden, hadden echt en waar geklonken. Alleen wist hij ook dat het heel lastig zou zijn om dit juridisch rond te krijgen. Maar als ze hun aangifte zouden doorzetten, dan zou er hoe dan ook rumoer ontstaan, en dat wilde hij iedereen graag besparen. Vandaar dat hij een interventie had gedaan. Maar nu hij hier zit, vraagt hij zich af of hij daar wel verstandig aan heeft gedaan.
De man neemt een laatste slok en zet zijn glas neer. ‘Nog een rondje?’ vraagt de barman.
‘Nee, dank je, ik ga zo naar huis.’ Hij geeft Joost een hand. ‘Bedankt, en tot een volgende keer.’
De man loopt naar buiten. Achter hem maakt de deur een grote zwieper. Hij steekt de sleutel in het slot van zijn fiets, en even later stapt hij op en rijdt weg. Als hij vijf minuten onderweg is, wordt hij ingehaald.
‘Hé Pascal, dat is ook toevallig,’ klinkt het uitbundig. Het zijn Marga en Chantal. ‘Waar ben jij geweest? Ga je mee wat drinken?’
‘Nee, ik ben op weg naar huis, ik moet nog wat afmaken.’
Thuisgekomen ploft Pascal neer op de bank. Even later verschijnt er een man om de hoek. ‘Wat is er met jou?’
‘Niets, ik heb gewoon een drukke dag gehad. Laat mij maar even met rust.’
‘Zal ik een lekker kopje thee voor je maken? Dan gaan we daarna lekker chillen.’
Jan Wietsma
Hier lees je de eerdere afleveringen van seizoen 4 van dit feuilleton


Geef een reactie