In de Wirecard-affaire is er geen heldenrol voor accountant EY weggelegd, aldus hoogleraar accountancy Marcel Pheijffer. ‘Integendeel: de affaire-Wirecard roept alleen maar vragen op over het handelen van EY’, schrijft hij in het FD.
Pheijffer trekt een vergelijking met de fraude bij zuivelconcern Parmalat 17 jaar geleden. Daar bleek een banktegoed van 5 miljard dollar later niet te bestaan. Bij Wirecard gaat het om € 1,9 miljard waar twee Filipijnse banken niets van weten. Er zouden documenten zijn vervalst. ‘In accountantskringen hoor je dan al snel dat de accountant is misleid en dat tegen vervalste bankstukken geen kruid is gewassen. Fraude is dan, zo stellen accountants, eenvoudigweg niet te ontdekken.’ Ze richten de schijnwerper op de cliënt in plaats van op zichzelf, aldus Pheijffer. Volgens de Financial Times zou EY al drie jaar het banksaldo niet rechtstreeks bij de betreffende banken hebben geverifieerd en hebben vertrouwd op screenshots gemaakt door Wirecard. ‘Als dat waar is, is het te bizar voor woorden. Incompetentie ten top.’
Vragen over de omzetkant
Er is ook nog een creditzijde op de balans, met eigen vermogen dat vooral tot stand is gekomen door winst uit de behaalde omzet. ‘De vraag is dan ook hoe die winst is ontstaan en of er wel daadwerkelijk sprake is geweest van omzet. Niet zelden gaat bij frauderende bedrijven het opkloppen van de bezittingen – zoals bij Wirecard het banktegoed – gepaard met gefingeerde omzet en winst. Gefingeerd door het opzetten van interne goederencarrousels en transacties met verbonden en speciaal daarvoor opgezette entiteiten. Waarmee weliswaar transacties plaatsvinden, maar vanuit het concern bezien is het in feite interne omzet. Oftewel: zakendoen met jezelf. Dat levert geen winst op.’ Pheijffer verwijst naar affaires bij spraaktechnologiebedrijf Lernhout & Hauspie, uitvindersbedrijf Innoconcepts en bij meubelconcern Steinhoff. ‘Bij Wirecard lijken deze voorbeelden zich te herhalen. Maar ook de kritiek op betrokken accountants. European Investors, de Europese tak van de Vereniging van Effectenbezitters (VEB), heeft de messen al geslepen en dreigt met claims tegen EY.’
Controle EY
Volgens de hoogleraar is de kernvraag niet of de accountant door de cliënt is misleid, maar hoe EY de afgelopen tien jaar de omzet van Wirecard heeft gecontroleerd. ‘Temeer daar in de regelgeving voor accountants is vervat dat de opbrengstverantwoording een frauderisico betreft, waaraan de accountant verplicht aandacht dient te schenken.’ Pheijffer stelt onder meer vragen bij een kredietlijn van € 1,75 miljard. ‘Waarom leent een onderneming die over genoeg liquide middelen beschikt een dergelijk hoog bedrag en betaalt deze daarover rente? En waarom is een bedrag ad € 1,9 miljard eigenlijk bij relatief onbekende Filipijnse banken ondergebracht? Een land bovendien, waar Wirecard maar in beperkte mate activiteiten heeft en waar zij relatief weinig omzet en winst heeft behaald.’
Te laat op de rem getrapt
De fraude is niet door EY aan het licht gekomen, maar door journalisten, aldus Pheijffer. Pas na een forensisch onderzoek van KPMG ging EY over tot nader onderzoek en werd er op de rem getrapt. ‘Dat was te laat om te voorkomen dat eerder door hen goedgekeurde winstcijfers volledig in rook zijn opgegaan. EY zelf houdt het ondertussen op een ‘uitgebreide en geraffineerde fraude’. Vooralsnog heeft de accountant de schijn tegen.’
Bron: FD



Geef een reactie