Een inmiddels 69-jarige boekhouder die door een twist met zijn baas over vakantie-uren in 2018 op het laatste moment aangaf helemaal niet met prepensioen te willen, zoals eerder aangekondigd, krijgt zijn baan definitief niet terug. Dat bepaalt het gerechtshof in Den Haag. Getuigenissen van onder meer oud-collega’s nekken de man: zo was er voor hem al een afscheidscadeau gekocht.
Een dan 64-jarige medewerker van een administratiekantoor met vijf personeelsleden wil in 2018 gebruik maken van het tegoed op zijn levenslooprekening, dat hij tot en met 31 december 2021 bestedingsvrij kan opnemen en voor elk doel kan gebruiken. Hij laat dat op 19 januari weten aan de eigenaar van het kantoor. Op dat moment geeft hij al driekwart jaar mantelzorg aan zijn zieke vrouw. Die wordt in april permanent opgenomen in een zorginstelling.
Ruzie over vakantiegeld
Op 21 juni heeft de boekhouder een gesprek met zijn baas. Daarin wordt onder meer aangegeven dat de man geregeld eerder naar huis gaat en later begint. Dat deed hij voorheen om voor zijn vrouw te zorgen, maar die is inmiddels opgenomen. De eigenaar van het kantoor geeft dan ook te kennen dat de gemiste uren worden verrekend met zijn vakantietoeslag. Maar daar is de werknemer het niet mee eens. Er ontstaat onenigheid en de man is op zijn laatste officiële werkdag niet meer welkom op kantoor. Op die dag – vrijdag 29 juni – stuurt de boze boekhouder om kwart voor zes ’s middags een e-mail met de eis dat hij zijn salaris van juni 2018 en de vakantietoeslag wil ontvangen en meldt hij dat hij wil blijven werken. Maar dat gaat niet door, laat de werkgever weten: hij kan niet meer terugkomen op zijn aanvraag uit januari en het vakantiegeld is terecht verrekend.
De werknemer spant een kort geding aan en krijgt in november 2018 gelijk van de voorzieningenrechter: het salaris moet doorbetaald worden. De kantonrechter bepaalt echter krap een half jaar later alsnog dat voldoende vaststaat dat de man toch echt zijn levenslooptegoed wilde aanwenden om drie jaar eerder te stoppen met werken.
Afscheidscadeau en -foto’s
De man gaat in beroep en in die zaak worden diverse getuigen opgeroepen om vast te stellen of de man en zijn werkgever nou wel of niet hebben afgesproken dat hij per 1 juli 2018 van de levensloopregeling gebruik zou maken. Vier collega’s hebben getuigd dat zij ervan overtuigd waren dat de man van de levensloop gebruik zou maken. Vast staat dat hij dat plan had om voor zijn zieke vrouw te kunnen zorgen. Een van de collega’s heeft op de afscheidskaart gezet: ‘Geniet nu van het leven! Pluk de dag’. Er is ook via WhatsApp gecommuniceerd over een afscheidscadeau (een fles drank). Een collega geeft wel aan dat zij in de kantine had gehoord dat de man twijfelde over zijn besluit omdat zijn vrouw inmiddels was opgenomen. Maar anderen bevestigen dat niet. Wel maakte de man kort voor zijn afscheid foto’s van collega’s, naar eigen zeggen ter herinnering.
‘Ik ga met pensioen’
Er is ook een klant met een eigen winkel gehoord, voor wie de man de boekhouding deed. Tegen hem heeft de man gezegd: ‘Ik ga met pensioen.’ Een andere klant, een pianodocent, kreeg in het voorjaar van 2018 van hem te horen dat het de laatste keer was dat de boekhouder de jaarstukken zou bespreken, omdat hij zou gaan stoppen.
De werkgever zelf doet bij het hof ook zijn zegje over de plannen om levensloopgeld op te nemen. ‘Hij kwam bij mij met een formulier van de bank om het rond te maken. Toen heb ik gezegd: vul het in en geef het aan mij terug, dan maak ik het verder rond zodat het met de loonbetaling meekan. Dat formulier heb ik niet teruggekregen’, aldus de werkgever. ‘Drie dagen voor de datum waarmee hij zou vertrekken, zei hij: ik ga zaterdag beslissen. Dat verraste mij.’
Niet ten onrechte, want een week eerder had de man nog om de betwiste eindafrekening gevraagd en desgevraagd aangegeven dat hij geen afscheidsetentje wilde. Over het verrekenen van te kort gewerkte uren met vakantiegeld, ging de boekhouder volgens zijn baas ‘over de rooie’. ‘Ik kreeg toen allerlei lelijke e-mails.’ Vervolgens liet hij weten dat hij pas de zaterdag (dat was 30 juni) zou beslissen of hij zou stoppen met werken.
‘Gewoon eruit gezet’
Maar voor het hof staat door de getuigenverklaringen wel vast dat iedereen ervan overtuigd was dat de boekhouder per 1 juli met levensloopverlof zou gaan. Hijzelf beweert dat hij op 23 mei nog had aangegeven dat hij niet wilde stoppen. Geconfronteerd met zijn e-mail van eind juni dat hij erover denkt ‘af te zien van het voornemen langdurig verlof van drie jaren op te nemen in het kader van de levensloopregeling’, verklaart hij: ‘Ik was er op die datum gewoon uitgezet. Het was een escalatie en dan verklaar je wel eens anders dan waar het om gaat.’ Door emoties nadat hij merkte dat zijn vakantiegeld niet was uitbetaald, heeft de man tegenstrijdige verklaringen afgelegd, zo stelt hij. ‘En ook mijn salaris was ingehouden.’
Het hof is niet overtuigd: waarom zou er immers een discussie ontstaan over de eindafrekening als de boekhouder helemaal geen plan had om weg te gaan? Kortom: het hof neemt voor bewezen aan dat er is afgesproken dat de man per juli van de levensloopregeling gebruik zou maken.
Baas krijgt nog 4.400 euro
De eigenaar van het administratiekantoor vordert een schadevergoeding van ruim 12.000 euro. De man heeft namelijk beslag laten leggen op het huis van zijn voormalige baas, nadat de voorzieningenrechter hem ik eerste instantie in het gelijk had gesteld. Maar in dat kader heeft de werkgever in totaal maar 4.400 euro betaald. Dat bedrag moet de voormalig boekhouder terugbetalen.



Ja wat er ook op de werkvloer voor komt, vertrouw geen collega’s, als de baas zegt dat jij iets gezegd heb dan zullen zei hem niet tegen spreken, dus kom op voor je zelf en de rest kan……
Leg vast wat je afspreekt! Is altijd correct en nawijsbaar.
Jammer dat je zo uit elkaar moet gaan, na jaren met veel inzet gewerkt te hebben.
Veel verdriet, frustratie en kosten waar je niet op zit te wachten.
Het leven is soms niet geleefd.