De discussie bestaat al langer dan vandaag: heeft het partnermodel bij accountantskantoren nog wel toekomst? Hoogleraar Jan Bouwens vindt dat tegenstanders eendimensionaal denken: “het partnermodel heeft last van het Nirwana-criterium.” Kantoren als Countus en Vallei hebben inmiddels ervaring met een alternatieve structuur die net zo goed betrokkenheid bij medewerkers stimuleert.
De van oudsher bekende structuur waarbij een beperkt aantal partners via een maatschap de aandelen en de touwtjes in handen hebben bij een accountantskantoor, levert al jaren kritiek op. Gemiddeld is een partnerschap voor maar een op de twintig medewerkers weggelegd en die moet een enorme investering doen om zich in te kopen. Jongeren zien anno 2023 meer in een goede werk-privébalans. Financiën en de Kwartiermakers toekomst accountancysector onderzoeken de plussen en minnen van dat model, dat overigens lang niet overal wordt gehanteerd.
Beter aansluiten arbeidsmarkt
Hoogleraar accountancy Jan Bouwens snapt wel dat de arbeidsmarktkrapte kantoren dwingt anders te kijken naar het werven van jongeren. “Maar dat wil nog niet zeggen dat het partnermodel niet functioneert. Wel kun je overwegingen hebben die beter aansluiten op hoe de arbeidsmarkt er nu uitziet. Uit onderzoek in de VS blijkt dat de salarissen die er worden geboden in de accountancy, significant lager zijn dan de salarissen in andere financiële beroepen. En ten tweede blijkt vaak de baan niet aantrekkelijk genoeg. Als je een masterstudie afrondt en vervolgens alleen maar dossiers mag vullen en afvinken: daar is niet veel aan. Dus daarover moeten kantoren óók nadenken.”
Passende compensatie
Het partnermodel is dus niet meteen afgeschreven wat Bouwens betreft. “Als je partner wordt, heb je voor langere tijd toegang tot heel interessant werk en eindverantwoordelijkheid. Het idee achter het model is dat je als medeondernemer voor je grote verantwoordelijkheid ook een passende compensatie krijgt.” Bouwens wijst op nog een ander aspect: doordat je afhankelijk bent van de winst, heb je er een groot belang bij dat je collega’s goed werk afleveren. “Er is dus een sterke prikkel om de kwaliteit van het werk van je collega’s op peil te houden.”
Verantwoordelijk voor kwaliteit
Dat het model ook verandering kan tegenhouden of zorgt voor te veel focus op omzet, vindt Bouwens eendimensionaal denken. “Als je je doel voor ogen houdt – zorgen dat binnen
accountantskantoren de kwaliteit wordt geborgd – is het partnermodel een goede organisatievorm om dat doel te bereiken. Je ziet nu private equitypartijen aandeelhouder worden, maar gaan die het probleem oplossen? Wat levert voor de samenleving de hoogste kwaliteit op? Je zult toch mensen moeten hebben die zich eindverantwoordelijk voelen voor de kwaliteit. BDO gaat nu alle medewerkers aandelen geven in de VS; misschien is dat een oplossing. Aandelen vormen een begin van een soort partnerschap. Dat stimuleert beslissingen die het resultaat positief beïnvloeden.”
Bouwens vindt dat het partnermodel slachtoffer is van het zogeheten Nirwana-criterium: “Als iets niet volledig voldoet aan het ideaalbeeld, wordt het afgekeurd. Maar dat is een te simpele redenering, want is er dan wel een goed alternatief? Accountantskantoren zijn niet voor niets maatschappen, juist omdat het zo moeilijk is de goede kwaliteit te bewaken. Dan wil je mensen hebben die er een heel groot belang bij hebben dat de collega’s het juiste doen. Voor mij is het partnermodel niet heilig, maar er is wel een reden voor dat het bestaat.”
Participatie via certificaten
Countus heeft nooit een partnermodel gehad en biedt medewerkers al sinds 2008 de mogelijkheid medeaandeelhouder te worden. “Countus Groep is bijna honderd jaar geleden begonnen als een coöperatie die door ondernemers is opgezet. Bijna vijftien jaar geleden hebben we besloten dat het goed zou zijn als medewerkers konden participeren via een stichting waarin iedereen een certificaat van een aandeel kan kopen”, zegt bestuurslid Dijan Bruins. “Het totale belang van die stichting is nu gegroeid tot 38%.”
Betrokkenheid stimuleren
De medewerkersparticipatie werkte prima volgens Bruins, maar Countus wil de betrokkenheid van medewerkers nog groter maken. “Met name nieuwe medewerkers hebben daar behoefte aan. Daarom hebben wij besloten dat vanaf 1 juli iedereen deelneemt. De jonge generatie zit er niet op te wachten om naast bijvoorbeeld een huis ook nog voor een groot bedrag aandelen te gaan kopen. Zij kunnen met die certificaten nu laagdrempelig een eerste stap zetten. In juli hebben we via een uitgifte iedereen tien aandelen gegeven, die wij als werkgever betalen. Iedereen krijgt daarover dividend uitgekeerd en als werknemer ben je ook onderdeel van de vergaderingen die we tweemaal per jaar houden met de aandeelhouders.”
Iedereen kan bij Countus hetzelfde aandeel kopen, tot een maximum van 8.000 certificaten. Alle certificaten bij elkaar mogen maximaal 49% zijn van het totaal aantal aandelen in het bedrijf. “Dit jaar zijn er veel meer certificaten aangekocht door de medewerkers naast de tien ontvangen certificaten.”
Alternatief voor sparen
Bijkopen van certificaten vergt geen grote investering. “We zitten nu op € 8,65 voor een certificaat en bij de introductie was een certificaat € 4,50. Elk jaar maak je naast een waardestijging rendement vanwege een dividenduitkering; die was de afgelopen jaren 12%. Wie het maximum van 8.000 certificaten heeft, zit nu op een waarde van zo’n € 70.000. Dat is nog ver weg van de bedragen waarmee je hebt te maken in het partnermodel, maar het is wel een mooi alternatief voor geld storten op een spaarrekening.” Wie het bedrijf verlaat, is verplicht de certificaten te verkopen. “Die worden dan weer te koop aangeboden aan de andere medewerkers. Zijn er te weinig kopers, dan nemen wij ze op voorraad.”
Kwaliteit of rendement?
Dat binnen een partnermodel de kwaliteit beter is geborgd, vindt Bruins voor discussie vatbaar. “Je kunt evengoed zeggen dat je met zo’n model met name het rendement aanjaagt. Als je als vennoot een bepaalde omzet moet halen, zet je druk op de organisatie. In onze cultuur zit juist heel sterk het leren en ontwikkelen. Daar ligt ons belang. Heb je pakweg twintig aandeelhouders in het partnermodel, dan is er altijd, naast het belang van het bedrijf, een aanvullend belang voor de pensioenrechten van de partners. Stel dat ik bij Countus wegval als bestuurder, dan komt er morgen een ander en draait het bedrijf door. Valt er in het partnermodel een aandeelhouder weg, dan moet er geld worden betaald.”
Vallei: tien participanten
Vallei Accountants werkt sinds zes jaar met een Stichting Administratiekantoor (Stak), waardoor collega’s kunnen participeren in het bedrijf. Inmiddels zijn er zo’n tien “stakkers”, zoals ze intern worden genoemd. Eigenaar Marfred de Leeuw: “Toen we ermee begonnen, had nog bijna niemand zo’n model. Nu word ik regelmatig gebeld door andere kantoren die vragen hoe dit nu werkt bij ons en verder gaan bijvoorbeeld private-equitypartijen er ook mee werken.”
Cultuurdragers
In tegenstelling tot Countus heeft Vallei participeren niet voor alle collega’s toegankelijk gemaakt. “Je collega’s moeten snappen dat je ervoor wordt gevraagd. Ik wil het woord sleutelfiguren vermijden, want iedereen is bij ons een sleutelfiguur. Wij bieden de cultuurdragers van ons bedrijf de gelegenheid en vaak werken die collega’s al langer bij ons.” Overigens is dat laatste geen basisvoorwaarde.
Niet alleen accountants of fulltimers kunnen participeren bij Vallei. “Onze teamleider secretariaat is bijvoorbeeld ook gaan participeren en daarnaast ook onze teamleider HRM, die moeder is van jonge kinderen en drie dagen werkt. Als je de vergelijking trekt met het traditionele partnermodel, dan zie ik hen bij een ander kantoor niet snel partner worden. Ben je een cultuurdrager en heb je een klantenportefeuille die je zelfstandig draait en/of je eigen team, dan zou dat een prima reden kunnen zijn om te participeren. Als je accountant bent of wordt, dan moet je wel je RA- of AA-titel hebben. Maar we hebben geen afvinklijstje, zo van: je omzet en debiteurenportefeuille moeten op een bepaald niveau zitten. Je kunt de criteria subjectief noemen, maar aan de andere kant snapt iedereen het wel als iemand in de Stak komt. De gunfactor is hoog.”
Perspectief zonder hoge tol
Een voordeel van het model is dat je in een Stak meer ruimte hebt om collega’s een aandeel te bieden dan in een partnermodel. “Je kunt veel meer mensen duurzaam verbinden”, zegt De Leeuw. “En het is een goede manier om waardering voor iemand uit te spreken. Het mooie is dat het perspectief biedt zonder dat het een hoge tol eist in de werk-privébalans.” Hij vindt dat een grote meerwaarde: “Het is niet allemaal geld waar het om draait. Je moet ook leuke dingen doen en in een gaaf team werken. Maar met een Stak-participatie kies je er sneller voor om te blijven. Overigens hebben we voor de andere collega’s ook gewoon een prima bonusregeling.”
Als een Stakker zou vertrekken bij Vallei, dan koopt De Leeuw de certificaten zelf terug. “Maar dat is nog niet voorgekomen. Er komen juist sneller Stakkers bij. Er zijn steeds meer mensen die in aanmerking komen voor een participatie. We groeien en mensen blijven lang bij ons, dus die groeien zelf ook door. Daar zijn we blij mee, want een laag verloop zorgt voor rust.” Wat een Stakker betaalt voor certificaten, vertelt De Leeuw niet. “Wij hebben een standaard waarderingsregel, die we één keer per jaar toepassen, that’s it. Vervolgens heb je jaarlijks je winstaandeel en de waarde van je belang groeit natuurlijk ook door de jaren heen.” De Stak kan groeien tot de helft van het totaal aantal aandelen in Vallei.
Kwaliteit is hygiënefactor
Het grote verschil met het partnermodel vindt De Leeuw de uitstraling naar het hele bedrijf. “Een partnermodel is gebaseerd op een eilandje van partners: die houden zich in zijn algemeenheid vaak bezig met hoeveel omzet en marge ze zelf genereren. Bij het Stak-model gaat het meer om het totale kantoorbelang.”
Dat het partnermodel ervoor zorgt dat de kwaliteit wordt bewaakt, vindt De Leeuw een twijfelachtig argument. “Kwaliteit is een hygiënefactor. Als je geen kwaliteit levert, hoor je niet thuis op een accountantskantoor. Iedere medewerker moet daar scherp op zijn en een plek waar veel gemotiveerde collega’s werken, levert kwaliteit. Dat wordt als het goed is gezien en beloond door de markt. Dan kun je als bedrijf makkelijk groeien. En dat bewijzen wij: dit jaar groeien we autonoom met 25 tot 30%.”



Deze bijdrage komt uit de AV-Top 50. Dit magazine is verschenen in december 2023. Zie: https://www.accountancyvanmorgen.nl/kennisdoc/av3-2023-AV-TOP50/


Geef een reactie