Uitspraak: 24/3904 Wtra AK
Lees hier ook het verslag van de zitting.
De klager kocht in 2020 alle aandelen van de twee hotels. Over de financiële afwikkeling van de transactie ontstond een geschil tussen koper en verkoper. In verband daarmee werd de accountant als bindend adviseur aangesteld en bracht hij een rapport uit. Maar volgens de koper voldoet dit rapport niet aan de eisen op grond van de VGBA.
De kern van het dispuut betreft de wijze waarop hotelreserveringen – waarvoor betalingen al in 2018 plaatsvonden, maar de prestaties in 2019 of later werden geleverd – moesten worden verwerkt. De klager stelt dat verwerking van de pre-received reservations op transactiebasis diende plaats te vinden, terwijl de overgenomen vennootschap voorheen een verwerking op kasbasis hanteerde.
Vanwege de aard van het rapport, een bindend advies, vindt een terughoudende toetsing door de Accountantskamer plaats.
Geen ongeoorloofde uitbreiding van de opdracht
Een belangrijk klachtonderdeel betrof de beweerde uitbreiding van de opdracht van de accountant. Volgens de koper zou de accountant in strijd met de partijafspraken zelfstandig het bedrag van vooruitontvangen bedragen per 31 december 2018 hebben beoordeeld, terwijl hierover al een vast bedrag van €36.548 zou zijn overeengekomen. De Accountantskamer oordeelt echter dat partijen op basis van artikel 2.10 van Schedule 4 bij de SPA uitdrukkelijk hebben ingestemd met een stappenplan waarin de accountant de juistheid van de aangeleverde lijsten van beide partijen zou beoordelen. De medewerking van de koper aan dit plan en het zelf inschakelen van een contra-expertise wijzen erop dat van een uitbreiding van de opdracht geen sprake was. Het klachtonderdeel is daarom ongegrond.
Voldoende onderbouwing van het gehanteerde bedrag
De koper betoogde verder dat het gehanteerde bedrag van €51.826 onvoldoende onderbouwd was. De accountant had zich aanvankelijk gebaseerd op een specificatie uit het grootboek van de verkoper, maar is later – in het kader van het stappenplan – overgegaan op een door de koper aangeleverde lijst uit het boekingssysteem Mews. Het verschil tussen het door de klager gestelde bedrag (€37.267) en de specificatie van de verkoper betrof voornamelijk 87 boekingen waarvan de koper een deel niet als 2018-gerelateerd beschouwde. De accountant corrigeerde deze lijst met €14.559 aan niet-onderbouwde posten en kwam zo tot het eindbedrag. Volgens de Accountantskamer is deze correctie voldoende gemotiveerd en geen eigen schatting, maar een bewerking van door de klager zelf verstrekte gegevens. Het klachtonderdeel is daarmee eveneens ongegrond.
Geen negeren van contra-expertise
Ook de klacht dat een door de koper ingebracht rapport buiten beschouwing zou zijn gelaten, houdt geen stand. Uit het dossier blijkt dat de accountant de in dat rapport geconstateerde afwijkingen op 20 facturen heeft beoordeeld en de resultaten daarvan aan de klager heeft teruggekoppeld. Van het negeren van het rapport is dan ook geen sprake.
Geen plicht tot uitgebreider onderzoek
Volgens de koper had de accountant – mede gezien het door de koper ingebrachte rapport – een uitgebreider onderzoek moeten uitvoeren naar de volledigheid van de vooruitontvangen bedragen. De Accountantskamer volgt dit niet. De accountant heeft in 2018 en 2019 vergelijkbare werkwijzen toegepast, waarbij de lijst van de koper als uitgangspunt diende en door beide partijen is geaccordeerd voor 2019. De klager heeft correcties aangebracht maar daarvan geen onderbouwing aangeleverd. De suggestie in het door de koper aangeleverde rapport om bedragen aan te passen op basis van kennis achteraf (zoals annuleringen) is volgens de accountant in strijd met het verslaggevingsstelsel, en de Accountantskamer acht deze uitleg overtuigend. Ook dit klachtonderdeel faalt.
Geen schending fundamentele beginselen
Ten slotte oordeelt de Accountantskamer dat ook het laatste klachtonderdeel – waarin werd gesteld dat fundamentele beginselen zoals objectiviteit en zorgvuldigheid zouden zijn geschonden – niet zelfstandig is onderbouwd en enkel een herhaling vormt van eerdere klachten. De accountant heeft volgens de tuchtrechter hoor en wederhoor toegepast, tweemaal een conceptrapport uitgebracht, procesafspraken nagekomen en zijn bevindingen gemotiveerd onderbouwd. De klacht wordt in al haar onderdelen ongegrond verklaard.



Geef een reactie