Onder de Wet tegenbewijsregeling box 3 kan een belastingplichtige aannemelijk maken dat het werkelijke rendement van bezittingen en schulden in een kalenderjaar lager is dan het op forfaitaire wijze berekende voordeel uit sparen en beleggen. Er worden diverse vragen over gesteld, zoals hoe de regeling uitpakt als de belastingplichtige gedurende het jaar komt te overlijden. De Kennisgroep inkomstenbelasting niet-winst heeft daar een standpunt over ingenomen.
Voor erfgenamen telt rendement voor rest van het jaar
De vraag is hoe je in het jaar van overlijden het werkelijke rendement bepaalt voor de erflater en voor de erfgenamen. Voor de erflater wordt alleen rekening gehouden met de bezittingen en schulden in de periode van 1 januari tot en met de overlijdensdatum. “Reguliere voordelen en vermogensmutaties in de periode van de overlijdensdatum tot het einde van het kalenderjaar tellen zodoende niet mee voor de berekening van het werkelijke rendement van de erflater.”
Als zij een beroep doen op de tegenbewijsregeling, worden voor de erfgenamen de reguliere voordelen en vermogensaanwas van de bezittingen en schulden over de periode van de overlijdensdatum tot het einde van het kalenderjaar meegeteld voor de berekening van het werkelijke rendement.
Geërfd vermogen normaal nog buiten box 3-heffing
Als de binnenlandse belastingplicht gedurende het kalenderjaar aanvangt of eindigt, wordt over het algemeen uitgegaan van de rendementsgrondslag op de peildatum, maar het voordeel uit sparen en beleggen wordt naar tijdsgelang herleid. “In deze bepaling is het einde van de belastingplicht wegens overlijden van de belastingplichtige nadrukkelijk uitgesloten van een tijdsevenredige herrekening. Deze systematiek houdt enerzijds in dat als een belastingplichtige komt te overlijden, het voordeel uit sparen en beleggen wordt berekend over het gehele kalenderjaar en volledig toekomt aan de belastingplichtige. Anderzijds geldt voor de erfgenamen dat het geërfde vermogen pas op de eerstvolgende peildatum tot de rendementsgrondslag behoort. In het jaar van overlijden blijft het geërfde vermogen bij de erfgenamen dus buiten de box 3-heffing.”
Tegenbewijsregeling
Maar bij de tegenbewijsregeling werkt het anders, want dan wordt het werkelijk rendement in aanmerking genomen en er is niet uitdrukkelijk een uitzondering gemaakt voor overlijden. Daarom zullen erfgenamen die van de tegenbewijsregeling gebruikmaken, ook een rendement moeten opgeven vanaf de datum van overlijden tot het einde van het jaar. De fiscus heeft een rekenvoorbeeld op de website gezet om de berekening te verduidelijken.


Waarom komt het niet gerealiseerde rendement van spaargeld,met veelal een te hoge belasting aanslag ,niet in aanmerking voor de Tegenbewijs regeling ?
Idem een recreatie huis,welke nooit verhuurd is en met eigen vermogen is aangekocht
De waarde stijgt via de WOZ maar het is fictief geld , tot het wordt verkocht waar de belasting over wordt betaald
Op grote schaal worden mensen nu gedwongen om hun recreatie huis te verkopen om dat de belasting erg hoog wordt
Zowel de WOZ al de hoogte van de aanslag stijgen fors.