Het wetsvoorstel volgde op de aanbevelingen van de Commissie toekomst accountancysector (Cta) uit 2020. De wet introduceert verplichte kwaliteitsrapportages voor de grootste kantoren, strenger intern toezicht en een verduidelijking van de medeverantwoordelijkheid van accountantsorganisaties.
De belangrijkste maatregelen op een rij
De wet bevat een pakket aan maatregelen. De hoofdpunten:
- Audit Quality Indicators (AQI’s): De OOB-kantoren worden verplicht om periodiek te rapporteren over vastgestelde kwaliteitsindicatoren. Deze rapportages, die door de NBA openbaar worden gemaakt, moeten belanghebbenden zoals aandeelhouders en toezichthouders beter inzicht geven in factoren die bijdragen aan de controlekwaliteit. De verplichting geldt in eerste instantie alleen voor de OOB-kantoren. Na een evaluatie over drie jaar wordt bezien of ook andere, kleinere kantoren moeten gaan rapporteren.
- Versterking intern toezicht: De grootste accountantsorganisaties (inclusief de OOB’s) moeten een versterkt intern toezichtorgaan instellen, naar voorbeeld van het vennootschappelijk structuurregime. Dit orgaan, zoals een raad van commissarissen, krijgt goedkeuringsbevoegdheden over investeringen en winstuitkering. Doel is een betere balans tussen commercieel en maatschappelijk belang.
- Verduidelijking medeverantwoordelijkheid: De wet legt een expliciet verband tussen het kwaliteitsbeheersingssysteem van de accountantsorganisatie en de kwaliteit van individuele controles. Hierdoor kan de Autoriteit Financiële Markten (AFM) haar toezicht hierop gerichter invullen en zijn accountantsorganisaties directer aanspreekbaar, zo is de gedachte.
- Toezicht: Het toezicht op niet-OOB-accountantsorganisaties wordt ondergebracht bij de AFM en de drempel voor accountantsorganisaties om bij de AFM melding te doen van geconstateerde gebreken in een wettelijke controle wordt verlaagd.
- Overige wijzigingen: Daarnaast zijn nog enkele andere, niet uit het Cta-rapport voortvloeiende wijzigingen opgenomen, waaronder ten aanzien van het doel van het kwaliteitsbeheersingssysteem, de vakbekwaamheid van buitenlandse accountants, de modernisering van de governance van de NBA en de stroomlijning van het accountantstuchtrecht.
Aanwijzingsbevoegdheid NBA uitgesteld
Een opvallende maatregel die voorlopig niet ingaat, is de aanwijzingsbevoegdheid voor de NBA. Deze bevoegdheid, die de beroepsorganisatie in staat zou stellen een accountant aan te wijzen voor een OOB die zelf geen accountant kan vinden, wordt uitgesteld. Minister Heinen stelde afgelopen voorjaar dat de noodzaak momenteel niet is aangetoond. De maatregel ligt klaar en kan worden geactiveerd mocht dat in de toekomst alsnog nodig zijn.
Kamer kritisch over regeldruk
Tijdens recent wetgevingsoverleg uitten met name VVD en BBB kritiek. Zij typeerden het wetsvoorstel als een “bureaucratische reflex” en een “technocratisch woud van maatregelen”. De partijen dienden een motie in waarin de regering wordt verzocht te onderzoeken of de wettelijke controletaak van accountants zelf kan worden ingeperkt en vereenvoudigd.
Minister Heinen relativeerde die kritiek en gaf aan dat in de Kamer “de pendule nogal eens de andere kant uit slaat” en nu vooral aan de kant zit van minder regeldruk. “Als ik kijk naar de vertegenwoordiging in de Kamer denkt ik dat die een afspiegeling is van de rust die er weer is gekomen op dit dossier.” Volgens hem wordt onderschat hoe belangrijk de accountancysector is. “De economie draait op vertrouwen en de controle geeft dat.”
Moties en amendement
Toch stemt de Kamer nu met die motie in. Net als met een motie van Kamerleden Van Eijk en Vermeer, waarin het kabinet wordt verzocht ‘actief betrokken te blijven bij de implementatie van de nieuwe beroepsprofielen en te laten monitoren hoe deze modernisering uitpakt in termen van instroom, professionele ontwikkeling en continuïteit binnen het mkb’.
Ook een amendement van Kamerleden Van der Lee en Van Eijk haalde het. Als gevolg daarvan zal een eventuele uitbreiding van de aanwijzigingsbevoegdheid voor de NBA tot niet-OOB’s via de Kamer moeten gaan, mocht de minister daar toe over willen gaan.
Onduidelijkheid over medeverantwoordelijkheid accountantsorganisaties
SRA-woordvoerder Saskia Danse wijst er op LinkedIn op dat de maatregel ‘Verduidelijking medeverantwoordelijkheid van de accountantsorganisatie’ nog nader zal worden uitgewerkt:
“Waarover nog geen concrete duidelijkheid bestaat, zijn de normen of materiële vereisten bij de uitwerking van de maatregel ‘Verduidelijking medeverantwoordelijkheid van de accountantsorganisatie’. Bij deze maatregel gaat het er volgens de Memorie van toelichting om dat de accountantsorganisatie (c.q. het bestuur) de verantwoordelijkheid neemt (en passende maatregelen neemt richting externe accountants en medewerkers die meewerken aan de wettelijke controle) dat haar bedrijfsvoering in opzet, bestaan en werking mede is gericht op het resultaat, namelijk de kwaliteit van de wettelijke controles.
De materiele eisen moeten duidelijk maken aan welke eisen de accountantsorganisatie het stelsel van kwaliteitsbeheersing in elk geval moet laten voldoen. De Memorie van toelichting noemt als belangrijke uit te werken kwaliteitswaarborgen:
a. de externe accountant en de overige controlemedewerkers moeten in de uitvoering van de wettelijke controle professionele oordeelsvorming toepassen;
b. zij moeten werken met een professioneel-kritische houding;
c. de wettelijke controle vindt plaats op basis van voldoende en geschikte informatie.
Nadat de Wijzigingswet is aangenomen, moeten de genoemde materiële vereisten nog worden uitgewerkt en vastgelegd via een AMvB, een Besluit onder de Wijzigingswet. Zo’n besluit heeft zijn eigen planning: eerst de openbare consultatie, dan de advisering door de Raad van State.
Op dit moment bereidt het Ministerie van Financiën het besluit voor. Via de minister zal de Ministerraad akkoord moeten geven voor de opening van de consultatie.
Mede gezien de positie die eerder is ingenomen ten aanzien van deze maatregel en de noodzakelijke praktische doorvertaling naar de dagelijkse praktijk, zal SRA-Accountantskantoren vanzelfsprekend op de aanstaande consultatie reageren.”
Vervolg
De wet gaat nu naar de Eerste Kamer voor behandeling. Na inwerkingtreding zal de implementatie van de AQI’s voor de OOB-kantoren starten, gevolgd door een evaluatie over drie jaar.
De kamerstukken zijn hier te vinden.


De aanwijsbevoegdheid ziet niet alleen op OOB, er is ook een amendement aangenomen van Van Lee en Van Eijk dat ziet op andere organisaties dan OOB’s.