Een man koopt in april 2018 een chalet op een vakantiepark met niet de bedoeling om er zelf te gaan wonen maar met de bedoeling om een gezin onderdak te geven. De man ontvangt hiervoor een (geringe) vergoeding van de bewoners van het chalet. Door omstandigheden verkoop hij het chalet op 28 december 2018 en leidt daarbij een verlies van € 19.500,-. De verkoopopbrengst wordt in 2019 ontvangen. Hij wil het verlies in aftrek brengen in de aangifte IB/PVV 2019 als restant persoonsgebonden aftrek over voorgaande jaren omdat hij bij het opmaken van de aangifte dit verlies niet bij een specifieke vraag kon aangeven.
De inspecteur kondigt aan dat hij van de aangifte wil afwijken en het restant persoonsgebonden aftrek niet te zullen accepteren. In geschil voor de rechtbank Zeeland-West-Brabant en later voor gerechtshof ’s-Hertogenbosch is het de vraag of het verlies ter zake van de verkoop van het chalet alsnog in het jaar 2018 in aftrek kan komen. Naar het hof begrijpt, is niet langer in geschil dat het verlies niet in het jaar 2019 in aftrek kan komen, zoals de rechtbank heeft geoordeeld.
Bezwaar tegen aanslag 2018 niet tijdig ingediend
De man verzoekt het hof om het verlies in 2018 in aanmerking te mogen nemen. Het hof kan niet aan het verzoek van de man tegemoetkomen, omdat het hoger beroep ziet op de aanslag IB/PVV over het jaar 2019. Tegen de aanslag IB/PVV over het jaar 2018 heeft de man niet tijdig bezwaar, beroep en hoger beroep ingediend. Het hof kan daarom in deze procedure geen oordeel geven over de aanslag IB/PVV over het jaar 2018.
Het hof voegt hieraan toe dat een tijdig bezwaar tegen de aanslag IB/PVV 2018 de man niet het door hem gewenste resultaat had opgeleverd. Zoals de rechtbank terecht heeft geoordeeld, wordt het chalet niet aangemerkt als een eigen woning maar als een bezitting die in box 3 (inkomen uit sparen en beleggen) thuishoort. De inspecteur heeft gesteld dat de man in 2018 geen inkomsten heeft aangegeven in box 3. Het belastbare inkomen in box 3 kan niet lager zijn dan nihil, zodat een negatief inkomen in box 3 niet tot een teruggaaf kan leiden van de belasting die de man is verschuldigd over het inkomen uit box 1 (inkomen uit werk en woning).
Durfkapitaal
Ook is geen sprake van een verlies uit een investering in durfkapitaal. Deze regeling is in 2011 afgeschaft voor nieuwe gevallen. Tot 1 januari 2019 konden oude gevallen die tijdig waren geregistreerd voor deze regeling, nog van deze regeling gebruikmaken. De man heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij een oud geval is. Bovendien zijn de aan- en verkoop van een chalet op een vakantiepark niet aan te merken als een investering in durfkapitaal zoals beschreven in deze regeling.
Het hof verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt daarmee de uitspraak van de rechtbank.
Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, ECLI:NL:GHSHE:2025:2203



Geef een reactie