De pensioenregeling voor uitzendkrachten is ondergebracht bij Stichting Pensioenfonds voor Personeelsdiensten (StiPP). Vanaf 1 januari 2026 zal de pensioenregeling voor uitzendkrachten een belangrijke wijziging ondergaan. In de cao voor uitzendkrachten is opgenomen dat er vanaf deze datum een verbeterde pensioenregeling zal gelden voor de uitzendkrachten. Op hoofdlijnen komt deze pensioenregeling er als volgt uit te zien.

Aandachtspunten
Waar moet je als opdrachtgever/inlener nu op letten als het gaat om de pensioenregeling in verband met de gelijke beloning voor de uitzendkrachten? Het gaat hier in het bijzonder om artikel 46 (Pensioen en gelijkwaardigheid) van de cao ABU/NBBU. Wat staat hier nu in vermeld?

Met andere woorden: bedraagt de werkgeverspremie van de eigen pensioenregeling van de inlener meer dan de werkgeversbijdrage ten opzichte van de StiPP pensioenregeling, dan heeft de uitzendkracht recht op een compensatie.
Voorbeelden
Hieronder een drietal voorbeelden om te laten zien hoe dit in de praktijk uitwerkt. Voor de eenvoud wordt uitgegaan van een gelijke pensioengrondslag (pensioenregeling werkgever versus pensioenregeling StiPP).
- Een werkgever die nu nog een progressieve premiestaffel heeft, waarbij de werkgever onderstaande premiepercentages betaalt van de pensioengrondslag (berekening op basis van art. 46.3)

Het totale premiepercentage is verdeeld over 11 leeftijdscategorieën. Gemiddeld bedraagt de werkgeversbijdrage 11,76%. Dit is lager dan de werkgeversbijdrage in de StiPP pensioenregeling waardoor een compensatie in dit voorbeeld niet aan de orde is.
2. Een werkgever met een verplichte deelname bij bedrijfstakpensioenfonds Zorg en Welzijn (PFZW). De premie voor de werkgever bedraagt 12,9%. De franchise bedraagt € 16.655. Er geldt een maximum pensioengevend salaris van € 137.800. Bij een pensioengevend salaris tot het maximum SV-loon zal er doorgaans geen sprake zijn van een compensatie aan de uitzendkracht aangezien de premie-inleg bij het StiPP pensioen hoger is dan bij PFZW. Het probleem doet zich wel voor indien de uitzendkracht een inkomen heeft dat uitkomt boven het maximum SV loon. Bij PFZW is namelijk het wettelijk maximum pensioengevend salaris (€ 137.800 voor 2025) van toepassing. De werkgever betaalt dan voor deze “vaste” werknemer met een gelijkwaardige functie een hogere pensioenbijdrage dan aan de uitzendkracht, waardoor een compensatie noodzakelijk is.
3. Een werkgever met een verplichte deelname bij bedrijfstakpensioenfonds voor het Goederenvervoer. De premie voor de werkgever bedraagt 19,84%. De franchise bedraagt € 16.655. Er geldt een maximum pensioengevend salaris van € 75.864.
De werkgeverspremie bij Bpf Vervoer is hoger dan bij StiPP waardoor de uitzendkracht recht heeft op een compensatie.
Hoe bereken je de compensatie: (werkgeverspremie Bpf Vervoer -/- werkgeverspremie StiPP) * 0,853
De 0,853 is de correctiefactor voor 2026.
Samenvattend
Een werkgever dient jaarlijks te controleren in hoeverre er wel of geen sprake is van een compensatie aan de uitzendkrachten. In feite moet het uitzendbureau aan de uitzendkracht een extra compensatie verstrekken (veelal zal dit gebeuren in de vorm van een salaris), maar naar alle waarschijnlijkheid zal het uitzendbureau deze extra kosten verhalen op de inlener. Jaarlijks kunnen de uitgangspunten in de pensioenregeling wijzigen. Denk hierbij aan bijvoorbeeld het maximum pensioengevend salaris, de franchise of de pensioenpremie. Tevens kan de correctiefactor wijzigen vanuit de cao waardoor een andere compensatie aan de orde kan zijn. Het is aan beide partijen om hier jaarlijks met elkaar in overleg te treden.
Ron Mulder MPLA is pensioenadviseur bij Alpina en als docent verbonden aan MOC Uitgevers



Vraag: als ik dit zo lees geld het enkel voor uitzendbureaus aangesloten bij de cao ABU/NBBU. Aan het begin van het artikel is vermeld dat het voortkomt uit de uitspraak van de hoge raad. Kan het zijn dat dit gelijkwaardigheidsvereiste ook geld voor niet aangesloten werkgevers die in de uitzendbranche werkzaam zijn? Of heeft de hoge raad enkel getoetst op de cao van de ABU/NBBU?