Gamification, een term afkomstig uit de marketing, houdt in dat spelelementen zoals punten, niveaus en beloningen worden toegepast in niet-spelomgevingen om gedrag te beïnvloeden, motivatie te vergroten en betrokkenheid te stimuleren. Je vindt het op de werkvloer terug in de vorm van bijvoorbeeld salesbadges verdienen, een serious game tijdens een onboardingstraject of met een VR-bril een bijscholingscursus beleven. Zeventig procent van de Global 2000-bedrijven zou gamification al toepassen. En uit onderzoek van AG5 blijkt dat 92 procent van de werknemers zich gemotiveerder voelt als het werk spelelementen bevat en 67 procent vindt het werk aangenamer. Ook het Gamelab van de TU Delft, dat onderzoek doet bij bedrijven die serious games inzetten, concludeerde dat spellen leiden tot meer plezier, betrokkenheid en inleving. Als een van de weinige instanties onderzocht Gamelab naast digitale óók fysieke spellen. De conclusie is dat fysieke spellen beter toegankelijk zijn voor alle leeftijden en geschikt voor een goed gesprek. Ze leveren bovendien kwalitatieve inzichten, terwijl digitale spellen beter zijn voor kwantitatieve data.
Kwetsbaar opstellen
Aukje Nauta is bijzonder hoogleraar organisatiepsychologie aan de Universiteit Leiden. “Een spel op de werkvloer kan op een speelse manier het gesprek op gang brengen. Het wakkert creativiteit aan, creëert diepgang en kan iets wat eigenlijk bloedserieus is, eenvoudig bespreekbaar maken.” Zelf was Nauta betrokken bij Koerskaart, een spel over duurzame inzetbaarheid en ze ontwikkelde Open kaart | Shame Game, een tweetalig kaartspel over schaamte doorbreken op de werkvloer. Ook binnen haar eigen praktijk gebruikt ze verschillende thematische spellen en inzichtkaarten met haar cliënten. “Bij fysieke spellen heb ik gemerkt dat ik niet degene ben die de vraag stelt, dat is de kaart. Dit maakt het laagdrempeliger om met elkaar in gesprek te gaan. Zo begeleidde ik een keer bij een grote gemeente een dialoogsessie. Dankzij een vraag op een kaart praatten collega’s over thema’s als preutsheid en topless zonnen. Het werd een hilarisch gesprek. Daarna zei men spontaan: het voelde zo veilig om van alles te delen in deze groep collega’s. Waarop ik hardop concludeerde: we denken vaak dat het éérst veilig moet zijn voordat we dingen durven delen, maar jullie gesprek bewijst dat het ook andersom werkt. Want juist door kwetsbaarheid te delen, wórdt het veilig. Ik weet niet of ik als psycholoog dit gesprek zo had kunnen starten, het ontstond dóór die vraagkaarten op een heel natuurlijke manier.”
Spellen voor accountants
Er zijn legio bedrijfsspellen te koop, maar die zijn vaak algemeen van aard. Dit jaar zijn er twee spellen op de markt gebracht speciaal voor accountants. Martine Cranendonk is van huis uit accountant en startte twee jaar geleden als coach en mentor. Ze schreef in 2023 een e-boek over zeven thema’s, waaronder durven, hulp vragen en grenzen aangeven, en ontwikkelde vorig jaar een spel dat hierop voortborduurt. “Opvallend is dat kantoren wel een vaardighedencursus kiezen, maar dat er niet altijd wordt nagedacht over borging, terwijl herhaling juist heel belangrijk is om te leren. Daarom heb ik het kaartspel FunKompas ontwikkeld.” Het inzichtkaartenspel bevat tekeningen van Ferry Timp, de tekenende accountant, en Cranendonk bedacht de uitspraken. “Het idee is dat je een inspiratiekaart trekt en dat er aan de hand daarvan een gesprek ontstaat. Zoals de kaart ‘successen vier je samen’. Je kunt dan het gesprek aangaan: Doen we dat bij ons op kantoor? Hoe doen we dat? Of zo niet, zullen we dat vaker doen en hoe dan?” FunKompas is al in gebruik. “Het kan best spannend zijn voor accountants, want vragen op het gebied van zelfontwikkeling worden niet dagelijks gesteld binnen kantoren. Maar uit feedback kreeg ik te horen dat er zonder druk een leuk gesprek ontstaat.”
Master of Accountancy
Marjon van Eggelen is accountant en compliance officer, geeft cursussen op vaktechnisch gebied en merkte dat klanten vaak vragen hebben over hoe de kennis en het gesprek over vaktechniek het best kan worden vormgegeven. “Ik werd vorig jaar letterlijk een keer ’s ochtends wakker met het idee om een spel voor vaktechniek te ontwikkelen. Het was een bijzonder moment; ik had meteen scherp hoe ik het wilde hebben, namelijk dat je à la een soort Triviant je vakkennis kunt bijspijkeren. Het bestond in deze vorm nog niet en ik had ook meteen al een naam: Master of Accountancy.” Van Eggelen benaderde een marketingbureau dat het spel ontwierp, zelf bedacht ze de casussen en vragen. “Ik vind het heel belangrijk dat het er mooi en kwalitatief uitziet en echt een volwaardig vakspel is. Dat is naar mijn idee goed gelukt.” Het spel kan met zes mensen worden gespeeld en bestaat uit zes categorieën: de VGBA, COS 4410, fraude en continuïteit, jaarverslaggeving Wwft en een allround categorie. Per categorie zijn er vijftig vragen. “Op de achterkant van de kaart staat altijd het antwoord en een verwijzing naar de handreiking of de wet, zodat je het altijd kunt terugzoeken. Heb je de vraag goed, dan verdien je een fiche, heb je alle fiches binnen dan is je rondje volledig, heb je gewonnen en ben je Master of Accountancy.” Er komt ieder jaar een nieuwe editie en de edities gericht op de Assurance en enkel Wwft worden op dit moment ontwikkeld, legt Van Eggelen uit. “Je koopt het spel en de kaarten kun je bij bestellen, op die manier blijf je altijd up-to-date.”
Goed introduceren
Een nadeel van gamification kan zijn dat de intrinsieke motivatie minder wordt of dat het alleen nog maar draait om beloningen. Hoe maak je van een spel op het werk een succes? “Introduceer het spel op de werkvloer altijd goed”, geeft Nauta als tip mee. “Een valkuil kan zijn dat het een beetje gekunsteld aanvoelt. Dat kun je voorkomen door het goed aan te kondigen en uitleg te geven. Het is belangrijk dat iedereen er open voor staat. Om weerstand voor te zijn of veiligheid te garanderen zou je kunnen afspreken dat een deelnemer bij een kaart ook mag passen. Op die manier wordt het wat minder verplicht. Anderzijds is het natuurlijk niet de bedoeling dat iedereen steeds maar gaat passen, maar ik denk dat het goed is om af te spreken dat het spel een middel is en geen doel.” Als het niet lekker loopt, zou je het gesprek volgens haar even kunnen stoppen. “Hou een time-out om te benoemen hoe het gaat. Dit leidt soms ineens juist tot een openhartig gesprek, waarmee je de angel uit een onderwerp kunt halen. Als dit lastig is, kan het raadzaam zijn het gesprek onder leiding van een coach of psycholoog te laten doen.” Naar haar idee kan een spel bijdragen aan een positieve sfeer op de werkvloer. “Goed in je vel zitten helpt om je werk goed te doen en het helpt als je zaken open kunt bespreken. Uit onderzoek blijkt bovendien dat je creatiever wordt als je op een andere manier wordt geprikkeld, en daarbij kan een spel goed helpen. Immers, het is ‘anders’ dan hoe je normaal je werk doet.”
Mooie mix
Volgens Van Eggelen en Cranendonk kan een spel een mix zijn van een activiteit op het gebied van teambuilding, iets leren en ontspanning. Van Eggelen: “Je kunt dit doen met een hapje en drankje erbij. Bij cursussen of bij teambuilding staan bepaalde types nog wel eens altijd op de voorgrond, dat is hier niet zo. Iedereen komt aan de beurt, waardoor iedereen zich betrokken kan voelen.” Volgens Cranendonk kan een spel zorgen voor meer verbinding. “Tijdens een testsessie van beide spellen gingen deelnemers echt met elkaar in gesprek. Er werd gesproken over vaktechische onderwerpen en er ontstonden mooie persoonlijke inzichten. Voor ons was dit de bevestiging dat we met de combinatie van de spellen de goede weg zijn ingeslagen.” Van Eggelen benadrukt dat haar spel kan worden ingezet als alternatief voor een traditioneel vaktechnisch overleg. “In plaats van een standaard bespreking, creëer je een interactief vaktechnisch overleg waarbij collega’s actief met elkaar in overleg gaan. We moeten accountancy weer leuk maken en dit spel draagt daar zeker aan bij.” Cranendonk vult aan: “Dit past bij de moderne accountant en is naar mijn idee nodig in deze branche. Er is een groot personeelstekort en het is zo jammer dat mensen vertrekken, terwijl je dat met goede gesprekken misschien had kunnen voorkomen. Laatst vroeg iemand aan mij wat mijn drijfveer is. Toen dacht ik: eigenlijk is mijn drijfveer anderen te gunnen wat ik zelf als accountant niet heb gehad. Aandacht, luisteren, waardering: met elkaar praten is dan zeker een goed begin.”
Tekst: Claudia Pietryga
Deze bijdrage komt uit het AV-Top 50 magazine van december 2025. Het volledige magazine vind je hier (gratis download): https://www.accountancyvanmorgen.nl/kennisdoc/av-3-2025-av-top-50/



Geef een reactie