“Ongeveer 95 procent van de bedrijven met een B Corp Certificering valt gewoon in de categorie midden- en kleinbedrijf”, zegt Van Soest, die het algemene beeld over B Corp ietwat wil ontkrachten. “Het begint altijd bij een ondernemer die dingen anders wil doen. De B Corp Certificering is geen doel op zich, maar eerder een soort handreiking om structureel de betere versie van jezelf als bedrijf te worden.” Achter die woorden schuilt een bredere visie: “Het bedrijfsleven heeft een grote rol te spelen om te komen tot die – zoals wij dat noemen – regeneratieve, inclusieve, rechtvaardige economie. De certificering is daarin ‘slechts’ het middel om bedrijven te dwingen hun governance, klantrelaties, keten en medewerkersbeleid onder de loep te nemen. Het bedrijfsleven heeft een enorme rol in die transitie.”
Online assessment als spiegel
Wie zich committeert aan B Corp Certificering, ondergaat geen cosmetische controle, maar een diepgaande analyse van de bedrijfsvoering. “Je moet het zien als een performance management tool”, legt Van Soest uit. Bedrijven vullen een online assessment in dat voelt als “een röntgenfoto van je organisatie die je aan het denken zet van ‘hey, daar doe ik het eigenlijk best wel goed en dat moet ik misschien op papier zetten’.” Juist dat proces maakt volgens haar de certificering “zo krachtig”. “Je begint eigenlijk al te veranderen op het moment dat je het assessment opent. Bedrijven zien waar ze staan, waar ze nog stappen moeten zetten, en krijgen concrete suggesties mee. Het helpt je de stippen aan de horizon te zetten en de route ernaartoe te plannen.” Om zich B Corp te blijven noemen, moeten B Corps zich iedere drie jaar opnieuw certificeren en verbetering aantonen. Bovendien zijn B Corps verplicht hun statuten aan te passen waarin ze aangeven rekening te houden met alle stakeholders binnen hun bedrijf, en niet alleen met de aandeelhouders.
Nieuwe standaard, hogere lat
In april 2025 is een nieuwe en strengere versie van de B Corp-standaarden gelanceerd door B Lab. Daarmee wil B Lab de certificering actualiseren naar de uitdagingen van vandaag. “De problemen om ons heen nemen toe, dus je moet die lat hoger leggen. Een ‘goede manier van zaken doen’ is anders dan vijf of tien jaar geleden.” De belangrijkste vernieuwingen omvatten circulariteit en mensenrechten, mede ingegeven door Euro-pese regelgeving rond due diligence. Ook de systematiek verandert: “Waar bedrijven nu door middel van een puntensysteem worden geëvalueerd, moeten ze volgens de nieuwe standaarden op zeven impactgebieden voldoen aan minimumvereisten. Je kunt dus niet meer excelleren op één onderdeel en het elders laten liggen.” Toch is de strengere benadering niet bedoeld om bedrijven uit te sluiten. Van Soest: “We schetsen nu een horizon van drie en vijf jaar. Zo krijgen bedrijven de tijd om de eisen stapsgewijs in te voeren. Na drie en vijf jaar moeten bedrijven voldoen aan meer eisen om een B Corp te zijn. Dat blijft, want we willen juist dat het een terugkerend mechanisme is om bedrijven telkens te inspireren tot verbetering. Ook de eis dat ze hun impact op alle belanghebbenden statutair vast moeten leggen, blijft bestaan. B Corp is geen hobby voor de directie, je moet er echt wat voor doen.”
Impact moeilijk meetbaar
In de Benelux groeit het aantal B Corps snel. Inmiddels zijn het er 585, van creatieve bureaus en dienstverleners tot producenten in food en retail. Dat zorgt niet alleen voor meer zichtbaarheid van de B Corp-beweging, het helpt bedrijven ook bij het vinden van talent. “We horen dat B Corps minder moeite hebben om mensen te vinden. Steeds vaker noemen sollicitanten B Corp als reden om te kiezen voor een bedrijf.” Met name bij jongere generaties telt de maatschappelijke agenda van een werkgever zwaar mee. Dat verklaart mede de sterke groei in Nederland en België. “Steeds meer mensen herkennen het logootje en weten waarover het gaat.” Ook geven B Corps in hun eigen ’community surveys‘ aan dat deze manier van certificeren hen helpt om hun strategische koers uit te stippelen: “Met het B Impact Assessment kunnen bedrijven op elk van de vijf impactgebieden hun impact exact meten, zodat ze duidelijk inzicht krijgen in waar ze nu staan, en vooral ook wat er nog te halen valt. De gezamenlijke impact van alle 585 B Corps is van grote waarde en draagt zo direct bij aan economische systeemverandering.”
Greenwashing of niet?
De vraag is natuurlijk of die toenemende bekendheid ook vraagt om meer waakzaamheid, want kritische geluiden zijn er ook. Wie zoekt op B Corp stuit ook op berichten over greenwashing en de ‘weinig kritische’ en ‘te Amerikaanse’ methode die wordt toegepast bij de certificering. Van Soest: “We weten dat, zeker grote bedrijven, in de breedte minder donkergroen kunnen zijn. Maar als ze kleine, structurele stappen zetten in hun hele keten, is de impact enorm en bereik je minstens zoveel. Tegelijk laten voorlopers als Fairphone of Tony’s Chocolonely zien dat het echt anders kan.” De spanning tussen imperfectie en ambitie hoort bij het proces.” Wat NRC in december 2024 nog kopte met ‘Ook grote vervuilers kunnen goed op weg zijn’, valt eigenlijk samen wat Van Soest hier ook probeert duidelijk te maken: “Het doel is niet dat alles van de ene dag op de andere perfect is. Het doel is dat je structureel en transparant werkt aan verbetering. Een mooi voorbeeld is de tandartsverzekering. In de VS is dat onderscheidend, in Nederland vanzelfsprekend geregeld. Dat soort vragen voelen soms wat Amerikaans.” Toch is dat onvermijdelijk, legt Van Soest uit. “Wij zijn een wereldwijde organisatie. Het certificeringskader moet overal werken, ook in landen zonder sociaal vangnet. In Europa voldoet een bedrijf vaak al wettelijk, en dat nemen we mee in de beoordeling.”
Private equity
Terug naar de accountancy. Een knelpunt is de rol van private equity. Veel kantoren zijn de laatste jaren overgenomen door investeringsmaatschappijen. Dan rijst natuurlijk de vraag of zo’n constructie kan samengaan met de B Corp-certificering. Van Soest: “Traditionele investeringsmaatschappijen zijn vaak te veel gericht op korte termijn return on investment. Dat schuurt met onze filosofie.” Ze wijst erop dat financiers zich steeds meer realiseren dat ze moeten afbouwen bij bedrijven die op termijn ‘stranded assets’ riskeren: “Je hoort ook wel dat steeds meer financiers op zoek zijn naar scale-ups met echte potentie en innovatie die bijdragen aan het oplossen van de problemen in plaats van dat ze erger worden.”
Integrated reporting accountant
Van Soest ziet een sleutelrol weggelegd voor accountants. “Een accountant is een soort integriteitsbewaker. Ze verklaren niet alleen of de jaarrekening klopt, maar hebben ook de positie om maatschappelijke onderwerpen te agenderen aan de directietafel en of een bedrijf juist en transparant rapporteert. Het is dus goed dat een accountant naast het financiële plaatje steeds meer de rol gaat oppakken van een integrated reporting accountant.” Dat raakt direct aan de opkomst van nieuwe functies als de chief value officer (CVO) die Van Soest van harte toejuicht: “Het is niet meer van deze tijd dat beslissers hun ogen sluiten voor ESG-factoren, ook die kun je financieel maken. Accountants hebben bovendien de kennis en de positie om die onderwerpen in de boardroom te krijgen. Zij kunnen maatschappelijke vraagstukken met de juiste proportionaliteit naar voren brengen. Dat gaat verder dan de financiële jaarrekening. Hun rol in de transitie naar een regeneratieve economie is onmisbaar.”
Tekst: Sander Voortman
Deze bijdrage komt uit het AV-Top 50 magazine van december 2025. Het volledige magazine vind je hier (gratis download): https://www.accountancyvanmorgen.nl/kennisdoc/av-3-2025-av-top-50/



Geef een reactie