Voor veel mensen begint het met relatief kleine bedragen en een eerste stap richting bitcoin kopen via een Nederlandse broker. In de adviespraktijk is dat vaak nog “normaal vermogensbeheer”. Tegelijk is duidelijk dat de Hoge Raad heeft bevestigd dat cryptovaluta tot de rendementsgrondslag van box 3 horen. Daarmee is de basispositie voor spaarders en beleggers de komende jaren redelijk helder. Maar financiële toezichthouders zijn wel scherp op de risico’s. De AFM noemt handelen in crypto’s zeer risicovol en wijst op sterke koersschommelingen en het gebrek aan onderliggende waarde. Voor jou als accountant betekent dit: niet alleen naar de fiscale etiketten kijken, maar ook naar passendheid, risico’s en dossiervorming.
Van koerswinst naar werkelijk rendement in box 3
De box 3-discussie draait al jaren om de vraag: wordt er belasting geheven over een fictief of een werkelijk rendement? In de huidige overgangsregeling rekent de fiscus in principe nog met vaste percentages, maar moet worden bijgestuurd als het werkelijke rendement lager is, zoals recente uitspraken van de Hoge Raad hebben vastgesteld. In dat werkelijke rendement tellen zowel inkomsten als waardeveranderingen mee. De Belastingdienst noemt expliciet de stijging of daling van de waarde van crypto’s als onderdeel van het rendement. Een cliënt die een jaar lang alleen koerswinst of -verlies op bitcoin heeft, heeft dus box 3-rendement, ook zonder verkoop. Voor accountants betekent dit dat waardemutaties van crypto dezelfde aandacht vragen als die van aandelen of een tweede woning.
Nieuwe vormen van rendement
In de markt verschuift de aandacht inmiddels van alleen koerswinst naar “renteachtige” producten, zoals leenplatformen, rendementrekeningen en programma’s zoals bitcoin staking. In essentie gaat het om het beschikbaar stellen of vastzetten van coins in ruil voor een periodieke beloning, vaak uitbetaald in dezelfde munt. De Belastingdienst benoemt staking nog niet afzonderlijk in de publieksinformatie. Wel wordt bij mining en handel duidelijk gemaakt dat er pas sprake kan zijn van box 1-inkomen (overig werk of winst uit onderneming) als de opbrengst het gevolg is van meer dan normaal vermogensbeheer, bijvoorbeeld door extra arbeid of specifieke expertise.
Toezicht, DAC8 en dossiervorming
Vanaf 1 januari 2026 moeten cryptodienstverleners klant- en transactiegegevens aan de Belastingdienst gaan doorgeven op basis van de Europese richtlijn DAC8. De belastingplicht zelf verandert daarmee niet, maar de zichtbaarheid van crypto-inkomsten wel. In combinatie met het blijvende risicosignaal van de AFM en de aandacht van het Bureau Financieel Toezicht rond Wwft, groeit de verwachting dat accountants crypto-rendement gestructureerd vastleggen, beoordelen en bespreekbaar maken. Crypto past daarmee steeds duidelijker in de reguliere fiscale en controlepraktijk, in plaats van in een aparte “speelhoek” van het vermogen.


Geef een reactie