“In een wereld waarin handelsmaatregelen steeds vaker worden ingezet als geopolitiek drukmiddel, moet economische macht expliciet onderdeel worden van beleidskeuzes, ook als dat ten koste gaat van andere welvaartsdoelen”, zo stelt Gaastra.
Volgens hem is de internationale context fundamenteel veranderd. Importheffingen, exportbeperkingen en investeringsscreening worden door grote mogendheden steeds vaker gebruikt als alternatief voor diplomatie of militaire macht. “Wie economisch kwetsbaar is, staat geopolitiek zwak,” is de onderliggende boodschap.
Open handel blijft belangrijk, maar is niet genoeg
Decennialang profiteerde Nederland van een open wereldeconomie, die zorgde voor groei en stabiliteit. Maar diezelfde verwevenheid maakt landen tegenwoordig ook kwetsbaar. Met name op het gebied van digitale technologie en kritieke grondstoffen zijn economische afhankelijkheden ontstaan van grootmachten als de Verenigde Staten en China.
Toch waarschuwt Gaastra tegen de conclusie dat globalisering op zijn einde loopt. De wereldhandel blijft groeien en bereikte onlangs zelfs een recordniveau. Voor Nederland, waar de export goed is voor ongeveer 35 procent van het bruto binnenlands product, blijft toegang tot internationale markten essentieel. “Maar openheid alleen biedt geen bescherming tegen economische druk,” stelt hij.
Economische macht vraagt om overheidssturing
De voordelen van een sterkere economische positie reiken verder dan individuele bedrijven. Wanneer Nederland beter bestand is tegen externe druk, profiteert de hele samenleving daarvan. Tegelijkertijd ontstaan er volgens Gaastra marktfalen: bedrijven maken keuzes op basis van commerciële belangen, terwijl de maatschappelijke gevolgen, zoals strategische kwetsbaarheid, breder liggen.
Dat rechtvaardigt volgens hem een actievere rol van de overheid. Die rol moet zowel offensief zijn, door strategische posities te versterken, als defensief, door risicovolle afhankelijkheden af te bouwen. Dat beleid brengt onvermijdelijk kosten met zich mee voor bedrijven, burgers en overheid, erkent Gaastra.
Drie pijlers voor strategische weerbaarheid
Om Nederland en Europa beter te wapenen tegen geopolitieke schokken, schetst Gaastra drie beleidsrichtingen die volgens hem cruciaal zijn.
Offensief technologiebeleid: allereerst pleit hij voor een gerichter technologiebeleid. Nederland moet investeren in strategische technologieën waarin het internationaal relevant kan blijven. Dat vraagt om sterke ecosystemen rond innovatie, kennis en productie.
Collectief sterkere Europese Unie: daarnaast is een sterker collectief Europees optreden nodig. Om het geopolitieke gewicht van de Europese Unie te benutten, zijn gezamenlijke investeringen en verdere harmonisatie van de interne markt noodzakelijk. Dat vergt volgens Gaastra ook een andere opstelling van Nederland, inclusief het loslaten van bepaalde nationale bevoegdheden ten gunste van Europese weerbaarheid.
Nieuwe strategische samenwerkingen: tot slot wijst hij op het belang van nieuwe strategische partnerschappen. Door handelsrelaties en samenwerkingen aan te gaan met opkomende economieën, met name in het Mondiale Zuiden, kunnen afhankelijkheden worden gespreid. Dat verkleint de kwetsbaarheid en ondersteunt tegelijkertijd een open wereldeconomie.
Volgens Gaastra is deze heroriëntatie onvermijdelijk. “Alleen door strategisch te investeren in economische macht kan Nederland zijn welvaart beschermen in een wereld waarin economie steeds vaker een geopolitiek wapen is.”


Geef een reactie