Zaak nr: 25/588 Wtra AK
NIBC investeerde 40 miljoen euro in ECP en raakte een groot deel daarvan kwijt. Het ECP-concern – gespecialiseerd in het opkopen en innen van vorderingen van ondernemers – bleek grotendeels een zeepbel, stelt de bank nu. En de accountant zou bewust onjuiste rapportages aan NIBC hebben laten verstrekken toen hij daar adviseur en financieel directeur was.
De verdediging van de accountant spreekt van een ongelijke strijd en stelt dat de RA juist werd binnengehaald als brandweerman om een brand te blussen die al woedde. Ja, de administratie was een puinhoop en NIBC is mogelijk bewust om de tuin geleid. Maar nee, de accountant zou daar geen kwalijke rol bij hebben gepeeld, stelde zijn verdediging vrijdag in de rechtszaal. “Hij heeft er het beste van gemaakt in uitdagende omstandigheden.”
Financiële strop NIBC
De RA werkt na een carrière bij Deloitte en KPMG al jaren als financiële interimmer bij diverse bedrijven, vaak als puinruimer. In 2018 en 2019 werd hij al eens ingevlogen bij ECP als financiële man om het snelgroeiende factoringconcern te structureren en te professionaliseren. ECP-oprichters Marcel van der Torre en Paul Gevaerts traden begin 2020 op verzoek van NIBC af als bestuurder. ECP bleek er namelijk veel minder goed voor te staan dan gedacht, en met name Van der Torre zou nogal een ongeleid projectiel zijn. De RA en een controller werden benoemd tot interim-bestuurders, maar niet veel later gingen de meeste ECP-vennootschappen failliet. Particuliere investeerders en NIBC schoten er daardoor voor tientallen miljoenen euro’s bij in. De rechtbank Den Haag oordeelde in een zaak over bestuurdersaansprakelijkheid van Van der Torre en Gevaerts al dat de cijfers van het concern werden gemanipuleerd, en NIBC door ECP ook bewust om de tuin is geleid.
NIBC: vertrouwen beschaamd, beroep in diskrediet
Advocaat Charlotte Groot Rouwen van Van Doorne hield de tuchtrechters vrijdag namens NIBC voor dat de bank erop vertrouwde dat de maandrapportages van ECP betrouwbaar waren, juist omdat er een registeraccountant achter zat. Volgens de bank heeft de accountant niet voldaan aan zijn zorgplicht en bracht hij door het toestaan van onregelmatigheden ook het accountantsberoep in diskrediet.
De bank stelt dat de accountant al in 2018 en 2019 bestuurder was van ECP, en daarmee niet alleen als puinruimer betrokken was bij de financiële onregelmatigheden. “Zijn rol was niet zo beperkt als hij wil doen voorkomen.” Dat de RA destijds niet in het Handelsregister als bestuurder stond ingeschreven zou volgens NIBC niet uitmaken: besluiten van de aandeelhoudersvergadering en managementovereenkomsten tonen volgens de bank aan dat de RA zelfstandig beleidsbeslissingen nam.
De bank wijst erop dat de accountant zelf erkent dat de administratie niet op orde was, en stelt dat dat juist zijn verantwoordelijkheid was: als bestuurder en financieel eindverantwoordelijke had hij de plicht de administratie zo in te richten dat onregelmatigheden zichtbaar werden en gemeld konden worden aan de belangrijkste financier. In plaats daarvan werden moeilijk inbare vorderingen ten onrechte als eligible voorgesteld. Van eligible vorderingen was sprake als de vordering onbetwist is, niet hoger dan 500.000 euro, niet langer dan 90 dagen onbetaald, voor tenminste 90% kredietverzekerd en overdraagbaar of verpandbaar. NIBC stelde op basis daarvan meer krediet beschikbaar, en eist daarom nu in een civiele procedure nu ook ongeveer 9 miljoen euro schadevergoeding van de accountant persoonlijk.
Ook de rol van de accountant bij Graafkade, een noodlijdende aannemersgroep waarin ECP miljoenen investeerde, kwam bij de Accountantskamer aan bod. NIBC stelt dat hier sprake was van een constructie die “niet integer” was en bewust buiten het zicht van de bank werd gehouden. Via Graafkade zouden gelden van ECP-financiers zijn weggelekt, terwijl de accountant zowel bij ECP als bij Graafkade betrokken was.
“Brandweer in een brandend huis”
Advocaat Jan Garvelink, die de accountant verdedigde, benadrukte vrijdag dat zijn cliënt er juist bij werd gehaald om problemen op te lossen. “Verweerder is interimmanager en hij wordt ingevlogen om problemen aan te pakken. Dat doet hij met optimisme en volle energie. Hij komt niet binnen bij organisaties waar alles goed draait,” betoogde Garvelink. Hij wees erop dat NIBC zelf wist dat de administratie van ECP een puinhoop was en dat zijn cliënt juist daarom werd aangetrokken. Garvelink vergeleek de situatie met een brandweerman die een brandend huis binnen gaat en vervolgens wordt verweten het vuur niet meteen te hebben geblust.
Ongelijk speelveld
Volgens de verdediging is er bovendien sprake van een ongelijk speelveld. De accountant heeft geen toegang meer tot de administratie van ECP, terwijl NIBC over veel meer relevante stukken zou beschikken. De rechter in de civiele procedure boog zich daar onlangs ook al over. “Verweerder heeft geen toegang tot de administratie van de vennootschappen, niet tot communicatie tussen die vennootschappen en derden en geen toegang tot bij die vennootschappen destijds werkzame personen,” stelde Garvelink. “Is met dit alles sprake van een level playing field? Nee.”
Garvelink wees er ook op dat veel van de verwijten die nu worden gemaakt, neerkomen op handelingen van anderen, zoals de twee ECP-oprichters, en dat deze zaken ook in een civiele procedure aan de orde komen die nog in de beginfase verkeert. “De civiele procedure geeft veel uitvoeriger mogelijkheden – ook aan de verwerende partij – om informatie boven tafel te krijgen en bewijs te leveren,” zei hij. “Die procedure is vertraagd omdat NIBC niet vrijwillig de stukken wilde geven die verweerder vroeg, die gaan wij pas krijgen nadat deze procedure al voor uitspraak zal staan.” Over de Graafkade-constructie stelde Garvelink dat deze helemaal niet bedoeld was om NIBC te misleiden, maar om tijd te winnen en de zaak gecontroleerd af te wikkelen. Een sterfhuisconstructie, geen verhulling.
Het hele ECP-debacle zou volgens zijn cliënt vooral aan anderen te wijten zijn: “Hij heeft wel het gevoel, als hij er achteraf naar kijkt, dat de bestuurders van ECP, waarschijnlijk samen met personeelsleden, niet netjes waren.” Er zouden indicaties zijn “dat vorderingen in de financiële administratie niet zijn afgeletterd om NIBC om de tuin te leiden. Mogelijk zelfs bewust.”
Garvelink verzette zich stevig tegen de suggestie dat zijn cliënt niet integer zou zijn geweest. “Hij heeft zijn best gedaan om in heel moeilijke omstandigheden en met een onwillig bestuur goed te doen. Nu dat bestuur kennelijk niet integer was wordt dat op verweerder geprojecteerd. Dat steekt. Het steekt temeer omdat verweerder altijd goed met NIBc samen heeft gewerkt en zijn best voor NIBc heeft gedaan. Nu wordt hij genadeloos voor de bus gegooiid door een bank die in 2017 besloot te investeren in een club met gebrekkige systemen, die in ieder geval in 2018 al donders goed wist dat er belangrijke problemen waren bij ECP, maar tegelijkertijd eind dat jaar de limiet verdubbelde. Iemand veegt hier zijn straatje schoon.”
De Accountantskamer streeft er naar om binnen 12 weken uitspraak te doen.


Geef een reactie