Dat blijkt uit onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) naar gemeentelijke begrotingen.
De meeste inkomsten komen uit vier heffingen: onroerendezaakbelasting (ozb), afvalstoffenheffing, rioolheffing en parkeerheffingen. Samen leveren deze naar verwachting 13 miljard euro op, goed voor bijna 85 procent van alle gemeentelijke heffingsinkomsten. Van deze categorieën stijgen de parkeeropbrengsten het sterkst (8,8 procent), gevolgd door de ozb (6,3 procent).
De ozb-opbrengsten worden in 2026 geraamd op 6,3 miljard euro. Vooral de inkomsten uit ozb voor niet-woningen nemen toe (7,7 procent), terwijl de opbrengsten voor woningen met 5,1 procent stijgen. Onder de vier grote steden groeit de ozb-opbrengst het sterkst in Utrecht, terwijl Den Haag de kleinste stijging verwacht. In Amsterdam dalen de ozb-inkomsten voor woningen door lagere tarieven, terwijl die voor niet-woningen stijgen.
De inkomsten uit parkeerheffingen komen naar verwachting uit op ruim 1,6 miljard euro, mede door uitbreiding van betaald parkeren en hogere kosten voor parkeergarages, vooral in grote steden. De opbrengsten uit afvalstoffenheffing en rioolheffing stijgen beide met ongeveer 5 procent.
Opvallend is de sterke groei van secretarieleges, die met 15,7 procent toenemen. Dit hangt samen met het verlopen van reisdocumenten die sinds 2014 tien jaar geldig zijn. Ook de toeristenbelasting stijgt, met 9 procent tot 654 miljoen euro, waarbij Amsterdam goed is voor ruim 40 procent van de totale opbrengst.
Volgens het CBS lagen de werkelijke gemeentelijke heffingsinkomsten in 2024 overigens 3,6 procent hoger dan begroot, de meest recente cijfers uit jaarrekeningen van gemeenten.


Geef een reactie