Ruim zestig procent van de werknemers kon daar in de praktijk ook gebruik van maken. Daarmee is de situatie nagenoeg onveranderd ten opzichte van 2022, blijkt uit de CBS-publicatie Digitalisering en kenniseconomie. Het CBS rekent werken op afstand wel alleen mee wanneer werknemers buiten de bedrijfsvestiging toegang hebben tot bedrijfsdocumenten of -software, en niet uitsluitend tot e-mail.
Na de coronajaren
In de jaren voorafgaand aan de coronapandemie nam het werken op afstand juist sterk toe. In 2012 stond 59 procent van de bedrijven thuiswerken toe, oplopend tot 83 procent in 2021. Sindsdien is sprake van stabilisatie. Het FD berichtte vorige week dat kantoren klaar zijn met het afstoten van kantoorruimte. Ze zouden een balans hebben gevonden tussen thuiswerken en op kantoor, al zouden werkgevers wel worstelen met de zogeheten ‘DiDo-drukte’.
Beperkingen in het type werk
Niet elke functie leent zich voor werken buiten de bedrijfslocatie. In 2025 had 61 procent van de werknemers daadwerkelijk de mogelijkheid om op afstand te werken, tegenover 22 procent in 2012. Ook hier is sinds 2022 nauwelijks verandering zichtbaar. De grootste groei vond plaats tijdens de pandemie, toen organisaties versneld investeerden in digitale werkprocessen.
Grote verschillen tussen sectoren
De mate waarin werken op afstand mogelijk is, verschilt sterk per bedrijfstak. In de verhuur en handel van onroerend goed ondersteunt vrijwel elk bedrijf (98 procent) werken op afstand. Ook in de ICT en de financiële dienstverlening, zoals de accountancy, ligt dat aandeel hoog, met respectievelijk 95 procent. In sectoren waar fysieke aanwezigheid essentieel is, blijft de ruimte beperkt. In de horeca biedt slechts 58 procent van de bedrijven de mogelijkheid tot werken op afstand, terwijl slechts 20 procent van de werknemers hier daadwerkelijk gebruik van kan maken.
Schaalgrootte bepalend
Ook de omvang van bedrijven speelt een belangrijke rol. Grote organisaties bieden aanzienlijk vaker faciliteiten voor werken op afstand dan kleinere bedrijven. Van de bedrijven met meer dan 250 werknemers ondersteunt 96 procent deze werkvorm, tegenover 76 procent van de bedrijven met 10 tot 50 werknemers. Volgens het CBS hangt dit samen met schaalvoordelen in ICT-investeringen en organisatie-inrichting.


Geef een reactie