Dat schrijft hij in een Kamerbrief, waarin hij reageert op drie recente adviezen van de Commissie toezicht financiën politieke partijen (Ctfpp).
De commissie had, mede naar aanleiding van publieke aandacht voor transacties tussen BBB en ReMarkAble – beide (mede)opgericht door Wim Groot Koerkamp – geadviseerd om nader onderzoek te verrichten. Hoewel de commissie vaststelt dat niet in strijd met de Wet financiering politieke partijen (Wfpp) is gehandeld, werden er wel vraagtekens geplaatst bij de governance-aspecten en de schijn van belangenverstrengeling.
Accountant leidend
Minister Rijkaart wijst in zijn brief nadrukkelijk op de rol van de controlerend accountant. Gelet op de goedkeurende controleverklaring bij de subsidieverantwoording van BBB ziet zijn ministerie “geen aanleiding tot nader onderzoek”. Wel meldt de minister dat BBB is geselecteerd voor een review door de Auditdienst Rijk (ADR) over de jaren 2022 en 2023. Daarmee wordt gebruikgemaakt van de bestaande toezichtsinstrumenten binnen het stelsel.
De commissie had daarnaast geadviseerd om richtlijnen voor good governance te delen om situaties te voorkomen die de schijn van belangenverstrengeling oproepen. Dat advies neemt de minister over: hij zal de kaders en richtlijnen voor Rijksinkoop onder de aandacht brengen bij politieke partijen.
Herstelwerkzaamheden en terugvordering subsidie BIJ1
In het bredere adviestraject over het verantwoordingsjaar 2024 constateert de Ctfpp dat 19 van de 20 partijen tijdig een volledige verantwoording hebben ingediend. Uiteindelijk voldeden alle partijen – met uitzondering van BIJ1 – aan de wettelijke vereisten, al moest het merendeel herstelwerkzaamheden uitvoeren.
Voor BIJ1 wordt de subsidie over 2024 vastgesteld op nihil en wordt het volledige voorschot teruggevorderd. De partij overschreed de wettelijke aanlevertermijn, hield zich niet aan daaropvolgende hersteltermijnen en diende uiteindelijk een aanvraag in met gebreken. BIJ1 kan nog bezwaar maken tegen het besluit.
Meldplicht substantiële giften en boetebevoegdheid
In de Kamerbrief wordt verder onder meer ook ingegaan op substantiële giften van € 10.000 of meer, die binnen drie werkdagen moeten worden gemeld bij BZK. Verschillende partijen hebben deze termijn recent overschreden.
De minister wijst erop dat bij overtreding een bestuurlijke boete tot € 25.000 kan worden opgelegd. Bij een eerste overtreding volgt doorgaans een waarschuwing; bij herhaling is hij “voornemens een proportionele boete op te leggen”. Daarbij weegt hij naar eigen zeggen omstandigheden en uitvoeringslasten mee. In het wetsvoorstel Wet op de politieke partijen (Wpp) wordt voorgesteld de meldtermijn te verlengen naar tien werkdagen.
UBO-verplichting: eerste jaar met coulance
Sinds 2024 moeten politieke partijen bij giften van rechtspersonen de naam en het adres van de uiteindelijk belanghebbende (UBO) registreren. Meerdere partijen voldeden hier aanvankelijk niet aan. De minister stelt dat hij, omdat het om het eerste jaar van toepassing gaat, coulant is geweest. Op BIJ1 na hebben alle partijen de ontbrekende gegevens alsnog verstrekt.
De brief gaat ook in op de openbaarmaking van UBO-gegevens. Wanneer het vestigingsadres van een rechtspersoon samenvalt met het woonadres van de UBO, kan indirect het volledige woonadres van een natuurlijk persoon openbaar worden. De commissie adviseert in die gevallen alleen naam en woon-/vestigingsplaats te publiceren. Volgens de minister biedt de huidige Wfpp daarvoor geen grondslag; volledige afscherming kan alleen bij een concrete dreiging. Hij onderzoekt of dit in de Wpp kan worden aangepast.
Registratie van giften
De Ctfpp constateert constateert meermaals dat politieke partijen verschillend omgaan
met de kwalificatie en verwerking van giften en giften in natura. De commissie doet enkele voorstellen voor een uitgebreidere registratie van giften in natura, en stelt voor om bij deze giften tevens de aard van de dienst te registeren.
Dit advies neemt BZK niet over, “aangezien de wet hiervoor geen grondslag biedt. Er wordt immers geen onderscheid gemaakt tussen geldelijke giften en giften in natura wat betreft de mate van transparantie.” Ook adviseert de Ctfpp onderscheid te maken tussen afdrachten van volksvertegenwoordigers en bestuurders en giften van anderen. Rijkaart: “Ook daar biedt de wet geen grondslag voor. Ik begrijp de wens van de commissie vanuit het oogpunt van toegankelijkheid. Ik ziewegens het ontbreken van een wettelijke grondslag echter geen mogelijkheid om een afdracht van een politieke ambtsdrager anders te behandelen dan een andere vorm van bijdrage aan een politieke partij.”
Sanctieregime en accountantsprotocol
Op verzoek van de commissie wordt gewerkt aan een uitgewerkt sanctieregime, vooruitlopend op de inwerkingtreding van de nieuwe Wet op de politieke partijen (Wpp). De minister kondigt aan een beleidsregel onder de huidige Wfpp uit te werken, met als doel invoering vóór 1 juli 2026. Deze beleidsregel moet duidelijkheid geven over de sancties bij niet-naleving.
Verder is op 19 maart 2025 een accountantsprotocol gepubliceerd, afgestemd met de betrokken beroepsorganisatie. Omdat het protocol pas na afloop van het verantwoordingsjaar 2024 in werking trad, konden partijen nog de oude werkwijze hanteren. Voor een gedegen evaluatie wil de minister de volledige implementatie over 2025 afwachten. Aandachtspunten van de commissie – zoals verduidelijking van giften in natura, een separaat toetsingskader voor neveninstellingen en een geactualiseerde uitleg van subsidiabele uitgaven – worden in die evaluatie meegenomen.
Kamerbrief reactie op adviezen Commissie toezicht financiën politieke partijen in 2025


Geef een reactie