Maxx Vastgoed B.V. uit Zwolle had tijdens de eerste lockdown een voorschot van € 18.033 ontvangen op grond van de NOW-1-regeling. Bij de definitieve vaststelling oordeelde de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid echter dat de onderneming geen recht had op subsidie, omdat het omzetverlies onder de vereiste grens bleef. De rechtbank kreeg vervolgens de taak om te beoordelen of die conclusie stand kon houden.
Twistpunt
De kern van het geschil lag bij de berekening van de omzetdaling in de meetperiode van maart tot en met mei 2020. Voor NOW-1-steun gold dat ondernemingen minimaal 20% omzetverlies moesten aantonen. Volgens de minister bleef het verlies van Maxx Vastgoed beperkt tot ongeveer 10%. Maxx Vastgoed bestreed dat standpunt en stelde dat het omzetverlies wél boven de drempel uitkwam. Het verschil van inzicht had vooral betrekking op de vraag wanneer omzet moet worden toegerekend aan een bepaalde periode. Maxx Vastgoed voerde aan dat de factuurdatum bepalend moest zijn. De minister stelde daarentegen dat gekeken moet worden naar het moment waarop de prestaties daadwerkelijk zijn geleverd.
Externe accountant
Vanwege het specialistische karakter van de discussie besloot de rechtbank een onafhankelijk accountant in te schakelen. Die kreeg opdracht om de financiële gegevens, facturen en onderliggende stukken te analyseren. In zijn rapport concludeerde de accountant dat meerdere facturen correct waren toegerekend, terwijl enkele andere facturen aan een onjuiste periode waren verbonden. Daarnaast stelde de accountant vast dat een van de opgevoerde posten niet als omzet kon worden beschouwd, maar als inkoop. De minister nam de bevindingen over en handhaafde het standpunt dat het omzetverlies onder de 20% bleef. Maxx Vastgoed bleef het oneens met deze interpretatie.
Jaarrekeningenrecht
In haar oordeel sluit de rechtbank nadrukkelijk aan bij de systematiek van de NOW-1-regeling. Voor de definitie van omzet moet worden teruggevallen op het jaarrekeningenrecht. Dat betekent dat niet de factuurdatum doorslaggevend is, maar het moment waarop goederen of diensten zijn geleverd. Volgens de rechtbank volgt deze benadering rechtstreeks uit de wettelijke bepalingen en de toelichting op de regeling. De NOW is opgezet als noodmaatregel die eenvoudig en controleerbaar moest zijn. Een uniforme definitie van omzet moest daarbij voorkomen dat bedrijfsspecifieke factoren de uitvoerbaarheid zouden compliceren. De argumentatie van Maxx Vastgoed, waarin de factuurdatum centraal stond, werd daarom verworpen.
Correcties
Opvallend is dat de rechtbank erkent dat het besluit van de minister gebreken bevatte. Bepaalde facturen waren aanvankelijk onjuist verwerkt. Toch leidde dit niet tot een andere uitkomst. Met toepassing van artikel 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht passeerde de rechtbank het gebrek, omdat Maxx Vastgoed daardoor niet was benadeeld. Zelfs onder een voor de onderneming gunstige fictieve berekening bleef het omzetverlies onder de vereiste 20%. De rechtbank kwam uit op een omzetdaling van circa 16,4%. Daarmee stond vast dat geen recht op subsidie bestond en het voorschot moest worden terugbetaald.
Griffierecht vergoed
Hoewel Maxx Vastgoed inhoudelijk ongelijk kreeg, moet de minister wel het betaalde griffierecht van € 371 vergoeden. Dit volgt uit de constatering dat het besluit niet deugdelijk was gemotiveerd. Van proceskostenvergoeding was geen sprake.
Lees hier de uitspraak.


Makkelijke regeling? Dan had de overheid beter bij het kalenderjaar kunnen aansluiten (of dat als achterdeurtje in de wetgeving op kunnen nemen), zodat je op jaarbasis eenvoudiger kunt nagaan of er sprake is van verschuiving of niet.
Dit heeft de maatschappij een hoop geld gekost.