De Zorgeloosch Groep richt zich op advies bij echtscheidingen en boert goed. Dat wekt de interesse van investeerder Lucio Fontana – niet de beeldend kunstenaar, maar een naar hem genoemde BV van zorgondernemer Marius Touwen, oprichter van zorgbedrijf Zorg van de Zaak. Die wil ruim € 9 miljoen neertellen voor het bedrijf, dat tussen midden 2017 en 2019 wordt overgenomen.
Miljoenen afgewaardeerd
In het traject wordt al snel duidelijk dat de administratie te wensen overlaat: zo worden de posten debiteuren en vooruitgefactureerde omzet over 2017 en 2018 met € 7,4 miljoen afgewaardeerd.
En dat valt Lucio Fontana nogal tegen. Daarom worden de accountants van Zorgeloosch voor de tuchtrechter gedaagd: die hadden een stokje moeten steken voor de rammelende rapportages. De accountant wist dat Zorgeloosch een snelgroeiende onderneming was en dat de administratie van 2016 onjuistheden bevatte. Het debiteurenbeheer binnen het bedrijf was inefficiënt: er werd gewerkt met spreadsheets die handmatig werden bijgehouden. Juist voor de post debiteuren gold een groot frauderisico. ,”Een hoge debiteurenpositie helpt om extra financiers binnen te halen. Bij een frauderisico moeten alle registers opengaan”, zo betoogde de klager bij de zitting eind vorig jaar.
De OKB’er die het werk rond deze jaarrekening controleerde, is ook voor de tuchtrechter gedaagd vanwege een te weinig kritische houding.
Vooraf factureren, achteraf innen
De tuchtrechter neemt in de uitspraak allereerst het verdienmodel onder de loep: Zorgeloosch hanteert een vast bedrag voor de dienstverlening, dat vooruit wordt gefactureerd, maar pas wordt geïnd via de notaris bij de levering van de woning van de ex-echtelieden. Voor tussentijds beëindigde opdrachten werd minimaal 50% in rekening gebracht. Die werkwijze heeft gevolgen voor het bepalen van de post vooruitgefactureerde omzet, aldus de Accountantskamer. In de geconsolideerde jaarrekening 2017 is opgenomen dat die door de directie is geschat op basis van een verdeling van de werkzaamheden over de looptijd van een dossier. “De verdeling is gebaseerd op de gemiddelde doorlooptijd van een dossier waarbij 84% van de werkzaamheden worden uitgevoerd in de eerste maand, 9% van de werkzaamheden in de derde maand (tekenen convenant) en 7% van de werkzaamheden in de achtste maand (afsluiting en passering).”
In de geconsolideerde balans is per ultimo 2017 een post Debiteuren verantwoord van
€ 4.691.834 en een post Vooruitgefactureerde omzet van € 160.858. Bij de controle van de jaarrekening 2019 is vanwege onjuistheden in eerdere jaren de post debiteuren bijgesteld van € 6,3 miljoen naar € 1,6 miljoen en de post vooruitgefactureerde omzet van € 271.000 naar € 3,1 miljoen.
Schattingsmethodiek
De investeerder klaagt onder meer dat de schattingsmethodiek voor de post onderhanden werk in 2017 is veranderd: een red flag. Maar daar is de tuchtrechter het niet mee eens, omdat de methodiek al een jaar eerder is aangepast. Daarnaast brengt een schattingsonzekerheid niet per se een significant risico met zich mee.
De Accountantskamer merkt op dat de accountant wel moet inspelen op het risico dat de vooruitgefactureerde omzet te laag en de opbrengsten te hoog worden “gelet op mogelijke tendentie bij het management de omzet te flatteren”. Daarom worden zwaardere eisen gesteld aan de controlewerkzaamheden.
Onvoldoende toetsing en vastlegging
De accountant heeft weliswaar aan Zorgeloosch gevraagd de doorlooptijd van dossiers te analyseren, maar het aangeleverde overzicht is door hem getoetst aan slechts één dossier dat bovendien in 2017 is aangemaakt en gesloten én door het management is verstrekt. “Deze toetsing is, gegeven het significante risico, naar het oordeel van de Accountantskamer onvoldoende.”
Een controle op correctie invoer van gegevens is niet in het controledossier vastgelegd. De RA heeft wel vastgesteld dat sprake was van functiescheiding tussen de backoffice en de frontoffice, maar hij heeft de effectieve werking ervan niet vastgesteld en ook gecontroleerd niet of de functiescheiding gedurende het gehele controlejaar 2017 bestond. “En ook deze vaststelling is niet vastgelegd in het controledossier.”
Verder heeft de RA te weinig gedaan om te controleren of de verdeling van werkzaamheden wel deugdelijk was. “De Accountantskamer komt tot de slotsom dat [de RA], mede in het licht van het significante risico op een afwijking van materieel belang ten gevolge van fraude ten aanzien van de post vooruitgefactureerde omzet, geen voldoende en geschikte controle-informatie heeft verkregen.”
Steekproef
De RA heeft door middel van een steekproef van 135 verkoopfacturen de post debiteuren gecontroleerd. Hij heeft vastgesteld dat van die 135 dossiers een schriftelijke opdrachtbevestiging en een factuur aanwezig zijn en dat deze op elkaar aansluiten. Ook heeft hij vastgesteld dat van de 135 facturen er 11 in 2018 zijn betaald. Alleen heeft hij niet gecontroleerd of de openstaande dossiers in 2017 nog actief waren, klaagt de investeerder.
De RA heeft in zijn controle-opzet geen werkzaamheden gepland en uitgevoerd ten aanzien van de post debiteuren die de overeenkomst tussentijds hebben beëindigd, zo stelt de tuchtrechter vast. “[Zorgeloosch] had in dat geval contractueel recht op betaling van minimaal 50% van het factuurbedrag, maar betaling vond niet meer plaats via de notariële afrekening. De tussentijdse opzegging heeft daarmee gevolgen voor de post debiteuren.”
Bovendien geven de opgezette en uitgevoerde controlewerkzaamheden geen redelijke mate van zekerheid over het bestaan van de debiteuren, aldus de tuchtrechter. “De Accountantskamer overweegt dat de aansluiting van de opdrachtbevestiging op de factuur onvoldoende controlebewijs oplevert voor het bestaan van de debiteuren. Zoals [de RA] ter zitting zelf heeft verklaard is van belang dat wordt gecontroleerd of in de 135 dossiers – en zeker in de 124 dossiers waarin in 2018 geen betaling was ontvangen – waarin een factuur was verzonden, werkzaamheden hadden plaatsgevonden, bijvoorbeeld correspondentie met de opdrachtgever.” Maar dat is achterwege gebleven.
De RA had ten aanzien van debiteuren uit 2016 en 2017 aanvullende werkzaamheden moeten verrichten en niet moeten volstaan met inlichtingen van het management. Daarmee heeft hij het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid geschonden.
Te licht geoordeeld
De OKB’er die de opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordeling bij de controle van de jaarrekening 2017 heeft uitgevoerd, heeft niet volgens de NVKS-voorschriften gehandeld. “De accountant is in redelijkheid tot het oordeel gekomen: oordeelonthouding wegens geen controle vergelijkende cijfers”, luidde zijn conclusie. Hij wees terecht op de ontbrekende kwantitatieve onderbouwing van de gehanteerde percentages. “Maar [de OKB’er] had hier niet mee mogen volstaan. Zijn bevinding maakt onbegrijpelijk dat [de RA] komt tot zijn conclusie.”
De OKB’er heeft ook te licht geoordeeld over het verminderen van het risico dat de omzet hoger wordt weergegeven dan in werkelijkheid. “Zo heeft [de OKB’er] geen bevindingen kunnen waarnemen in het controledossier dat het risico op niet betalen door de debiteuren laag is, omdat de facturen ‘vrijwel altijd’ betaald worden. [De RA] heeft daarop immers geen werkzaamheden verricht en vastgelegd in het controledossier. Ook valt niet in te zien waarop de conclusie dat [de RA] zekerheid heeft verkregen over de juistheid van de omzet, gelet op de steekproef, is gebaseerd. Die steekproef liet zien dat van de 135 facturen uit de steekproef slechts 11 betaald waren in 2018.”
Daarom heeft ook de OKB’er gehandeld in strijd met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid.
Privésores geen excuus
De RA wordt doorgehaald voor de duur van één maand. Dat hij kampte met moeilijke privé-omstandigheden, kan hem niet baten. “Dat zijn geen omstandigheden die de Accountantskamer in het voordeel van betrokkene laat meewegen. […]. Betrokkene is openbaar accountant. Die titel komt met verantwoordelijkheden gelet op het grote belang dat het publiek heeft en mag hebben bij het juist en volledig verrichten van de werkzaamheden door een accountant die als vertrouwenspersoon in het maatschappelijk verkeer fungeert.” Een verzachtende omstandigheid is wel dat de RA zijn fouten heeft ingezien.
De OKB’er krijgt een berisping. In zijn voordeel wegen mee dat de OKB als kwaliteitsinstrument in 2018 nog verdere doorontwikkeling en aanscherping onderging en dat hij wel kritische bevindingen heeft gerapporteerd aan het controleteam.
Rechtszaak
Met de uitspraak van de Accountantskamer is de strijd nog niet gestreden, want Lucio Fontana heeft nog een procedure lopen tegen de accountant. De investeerder vordert € 7,6 miljoen wegens schending van de zorgplicht.


Geef een reactie