Een man werkt sinds 2000 en, na een korte onderbreking in 2004, sinds 2007 onafgebroken als directeur voor een concern. De enig aandeelhouder van de houdstervennootschap schenkt op 17 juni 2022 alle aandelen aan de directeur. De schenking en levering van de aandelen is vastgelegd in een notariële akte. In de akte zijn ontbindende voorwaarden opgenomen en een doorgeefverplichting voor de directeur om de aandelen te zijner tijd om niet door te leveren aan zijn eigen opvolger(s). Een adviesbureau waardeert de aandelen op € 7.800.000,-. De inspecteur is van mening dat de schenking van de aandelen als loon aangemerkt dient te worden.
Omdat de inspecteur van mening is dat er sprake is van loon bij de verkrijging van de aandelen legt hij een aanslag IB/PVV 2022 op naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van ruim € 8 miljoen. In geschil voor de rechtbank Noord-Nederland is of de waarde van de geschonken aandelen (€ 7.800.000,-) als loon uit dienstbetrekking moet worden aangemerkt.
Causale verband met dienstbetrekking ontbreekt
De directeur stelt dat sprake is geweest van (louter) een schenking van aandelen in het kader van een reële bedrijfsopvolging. De directeur stelt verder dat het voor de kwalificatie als loonvoordeel vereiste causale verband ontbreekt tussen het ‘voordeel’ en de dienstbetrekking en dat er geen bedoeling was om hem te bevoordelen of te belonen voor zijn werkzaamheden. Hij heeft de aandelen verkregen omdat hij de meest geschikte bedrijfsopvolger was. Bovendien heeft hij de aandelen gekregen onder de voorwaarde om deze ook weer (om niet) door te leveren aan zijn toekomstige opvolger(s) en zou anders de continuïteit van de onderneming in gevaar kunnen komen.
De inspecteur is van mening dat er wel sprake is van een causaal verband tussen het voordeel en de dienstbetrekking. Volgens hem is de reden voor het verkrijgen van de aandelen gelegen in de sfeer van de dienstbetrekking. De directeur had immers geen bijzondere, persoonlijke band met de schenker en kreeg de aandelen omdat hij in de uitoefening van zijn functie had bewezen een waardige opvolger te zijn van de schenker.
De rechtbank overweegt dat het in dit geval niet om de vraag gaat of er sprake is van een verstrekking ‘in het kader van de dienstbetrekking’, zoals de inspecteur aanvoert, maar om de vraag of de (waarde van de) aandelen loon uit dienstbetrekking vormen. De rechtbank merkt daar bij op dat tot het begrip loon niet alleen behoort wat de eigenlijke (formele) werkgever verstrekt, maar het kan onder omstandigheden ook omvatten wat uit hoofde van de dienstbetrekking wordt ontvangen van derden. De rechtbank is van oordeel dat de inspecteur er niet in is geslaagd aannemelijk te maken dat de schenking een voordeel betreft dat als loon (al dan niet van derden) uit dienstbetrekking in aanmerking moet worden genomen.
Geen compensatie bij verarming
De rechtbank stelt voorop dat de aandelen voorafgaand aan de schenking behoorden tot het privévermogen van de schenker en niet tot het vermogen van de werkgever van de directeur. Gesteld noch gebleken is dat de schenker op de een of andere manier door de werkgever van de directeur of anderszins is gecompenseerd voor de verarming die bij hem is opgetreden als gevolg van de levering van de aandelen aan de directeur. De inspecteur heeft weliswaar gewezen op het causale verband tussen het verkregen voordeel en de dienstbetrekking, maar een dergelijk verband alleen betekent nog niet dat de werkgever dit voordeel aan de werknemer als zodanig heeft verstrekt.
De rechtbank leidt uit de getuigenverklaringen van de schenker af dat hij de aandelen uit eigen beweging, als natuurlijke persoon en aandeelhouder, en onder naar eigen wens en inzicht opgemaakte voorwaarden, heeft overgedragen aan de directeur. Het motief om de aandelen te schenken kwam voort uit de diepgewortelde wens van de schenker dat de onderneming zijn karakter en zelfstandigheid zou behouden. Daarbij wees de schenker op de meer dan honderdjarige historie van dit (van oorsprong) familiebedrijf. De rechtbank acht het daardoor waarschijnlijker dat de schenker bij zijn beslissing om de aandelen te schenken vooral zijn aandeelhouderspet op had en niet zozeer zijn bestuurders-/werkgeverspet.
Geen sprake van loon van derden
De rechtbank overweegt dat er ook sprake van loon kan zijn als het voordeel door een ander dan de werkgever is verstrekt. Het komt er dan op neer dat er alleen dan sprake kan zijn van belast loon, als het voordeel is verstrekt in opdracht van en voor rekening van de werkgever. De inspecteur heeft geen feiten gesteld, laat staan aannemelijk gemaakt, die erop wijzen dat de werkgever uiteindelijk de rekening heeft betaald (bijvoorbeeld door de schenker in privé te compenseren).
Naar het oordeel van de rechtbank houdt de stelling van de inspecteur dat sprake is van loon van derden ook geen stand. De rechtbank verwijst naar de Hoge Raad die gevallen heeft waarin binnen een concern een voordeel met medeweten van de werkgever wordt verstrekt door een andere concernmaatschappij dan die waarbij de werknemer in dienstbetrekking is en dat voordeel niet aan de werkgever wordt doorberekend. Die gevallen werden op één lijn gesteld met de situatie waarin het voordeel in opdracht en voor rekening van de werkgever wordt verstrekt.
Naar het oordeel van de rechtbank is hier geen sprake van omdat de schenker een natuurlijke persoon is en geen andere concernmaatschappij. De beslissing over de toekenning van het voordeel worden niet ergens binnen het concern genomen en de kosten van het verstrekte voordeel worden uiteindelijk niet ook op het niveau van het concern als geheel gedragen. Het concern heeft geen (financiële) bemoeienis gehad met de levering van de aandelen en heeft er ook geen last van gehad; alleen de schenker is er armer door geworden. Het zou in de ogen van de rechtbank te ver gaan om door ook de aandeelhouder-natuurlijk persoon als concernmaatschappij aan te merken.
Geen sprake van fooien
Tenslotte is de rechtbank van oordeel dat er ook geen sprake is van fooien en dergelijke prestaties van derden. Daarvoor is vereist dat sprake is van prestaties die kunnen worden beschouwd als vergoeding, in ruime zin, voor hetgeen de werknemer als zodanig heeft verricht. De inspecteur heeft niet aannemelijk gemaakt dat hiervan sprake is geweest en dat de aandelen dus de vergoeding zijn voor werkzaamheden die de directeur heeft verricht. Dat de directeur in dienstbetrekking is bij het concern en geen nauwe, persoonlijke relatie met de schenker heeft, maakt op zichzelf niet dat daardoor de schenking een vergoeding vormt voor bepaalde prestaties die de directeur heeft verricht.
Het beroep is gegrond en de aanslag wordt vastgesteld overeenkomstig de ingediende aangifte.
Rechtbank Noord-Nederland, ECLI:NL:RBNNE:2026:213


Geef een reactie