De RA kreeg in 2015 al een tuchtklacht van de NBA aan de broek in verband met een kantoortoetsing. Die is toen gegrond verklaard; hij werd voor 18 maanden doorgehaald.
In november 2022 kreeg de RA opnieuw te maken met een kantoortoetsing – bij zijn nieuw opgezette kantoor en opnieuw was het oordeel dat het interne stelsel van kwaliteitsbeheersing van de praktijk in opzet en in werking niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen en verbetering behoeft. Een daarna opgesteld verbeterplan werd afgekeurd door de Raad van Toezicht van de NBA.
Eén dossier onvoldoende
In maart 2024 kondigt de NBA een hertoetsing aan; de RA vraagt om vrijstelling omdat het kantoor in de opbouwfase zit en volgens hem maar een beperkt aantal assuranceopdrachten heeft verricht. Dat verzoek wordt afgewezen. Bij de hertoetsing in juli wordt één van de drie bekeken dossiers als onvoldoende beoordeeld. Uteindelijk volgt in oktober opnieuw het verdict dat het kwaliteitssysteem van de accountantspraktijk in opzet en werking niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Bovendien reageert de RA niet op herhaalde verzoeken om de monitoringsvragenlijsten 2025 in te vullen en af te ronden.
Vooral accountant in business
Bij de Accountantskamer volgt voor de tweede keer een tuchtklacht. De RA verweert zich daartegen door onder meer te stellen dat het niet mogelijk is om conclusies te trekken over de opzet en werking van het stelsel van kwaliteitsbeheersing op basis van drie dossiers. Hij vindt dat een test van de effectieve werking met de juiste frequentie over de gehele periode waarover een uitspraak wordt gedaan, moet worden uitgevoerd. Bovendien haalt hij het grootste deel van zijn omzet uit activiteiten als accountant in business. Maar dat maakt geen indruk: “Dat laat onverlet dat betrokkene ook accountantsopdrachten uitvoert die vallen onder de NVKS. Op grond van deze regelgeving is betrokkene gehouden te waarborgen dat NVKS-opdrachten worden uitgevoerd conform de van toepassing zijnde wet- en regelgeving.”
Klachten
De NBA voert aan dat de RA wel een algemene onafhankelijkheidsverklaring heeft getekend ten aanzien van de onafhankelijkheid van de opdrachtgevers van het kantoor, maar geen verklaring per opdracht heeft getekend en in de onderliggende dossiers heeft opgenomen, waardoor zijn onafhankelijkheid van het object van controle en de opstellers daarvan niet zichtbaar is vastgesteld.
Verder sluiten de inrichtingsjaarrekeningen over 2023 en 2022 van het kantoor niet aan op de (te laat) gedeponeerde jaarrekeningen: debet is niet gelijk aan credit. “Juist van een accountant mag worden verwacht dat hij controleert of de stukken die hij openbaart en/of publiceert, kloppen en dat hij zich houdt aan de termijnen die gelden voor het publiceren van jaarrekeningen”, aldus de NBA.
Andere klachtpunten zijn dat er over het jaar 2023 geen evaluatie van het stelsel van kwaliteitsbeheersing heeft plaatsgevonden en dat de RA structureel zijn complianceverklaring twee maanden te laat afgeeft.
Voor een accountant onaanvaardbaar
De RA belooft de fouten in de inrichtings- en gedeponeerde jaarrekeningen recht te zetten, maar dat is te laat: “Dat laat onverlet dat vaststaat dat betrokkene voor zijn onderneming onjuiste jaarrekeningen heeft opgesteld en dat hij deze niet tijdig heeft gedeponeerd. Dat is, zeker voor een accountant, onaanvaardbaar. Het verwijt is dan ook terecht voorgedragen.”
Volledig regime niet van toepassing
Omdat hij een eenpitter is, valt hij onder het verlichte NVKS-regime, zo stelt de RA. En aan die verplichtingen heeft hij voldaan. De NBA krijgt niet gelijk met de klacht dat de RA vrijwillig heeft gekozen voor het volledige NVKS-regime, omdat hij onverkort het SRA kantoorhandboek heeft geïmplementeerd. Want dat kan de Accountantskamer niet vaststellen. “Het SRA kantoorhandboek is niet overgelegd en ambtshalve is het de Accountantskamer bekend dat SRA vijf versies van het kantoorhandboek heeft opgesteld. Wat er van zij, het opnemen van aanvullende kwaliteitseisen in een kantoorhandboek brengt niet mee dat de praktijk van betrokkene enkel om die reden onder het volledige NVKS-regime zou vallen en dat betrokkene dus op die grond gehouden zou zijn de jaarlijkse evaluatie te houden met de kwaliteitsmanager.”
De Accountantskamer acht het wel tuchtrechtelijk verwijtbaar dat hij nog niet met zijn PE-portfolio klaar was, terwijl hij wel een PE-complianceverklaring heeft afgegeven.
Weinig verweer
Met betrekking tot het afgekeurde dossier stelt de NBA dat de planning van de werkzaamheden niet deugde: zo is de specifieke vragenlijst met betrekking tot de onafhankelijkheid pas opgemaakt na afgifte van de verklaring en de nadere beschrijving van de administratieve organisatie/interne beheersing ontbreekt. Ook is een controleverklaring afgegeven voordat het dossier compleet was.
Verder is met betrekking tot een gevolgde cursus onvoldoende gecontroleerd of de facturen overeenstemmen met aanwezigheid bij de cursus – die facturen waren opgesteld op blanco papier. Ook is er geen bewijs van registratie in het UBO-register opgevraagd voordat de klant, een uitzendbureau, was geaccepteerd.
Op veel klachten heeft de RA geen of onvoldoende verweer, zodat de tuchtrechter die gegrond verklaart. Met betrekking tot de weigering om de monitoringsvragenlijsten 2025 in te vullen stelt de Accountantskamer vast dat die lijsten inmiddels zijn aangeleverd, maar te laat. Daarom is ook dat klachtonderdeel gegrond.
Gewaarschuwd man
De RA wordt deze keer voor vijf jaar doorgehaald. “De Accountantskamer heeft meegewogen dat betrokkene eerder een tijdelijke doorhaling is opgelegd voor de duur van 18 maanden, […]. Betrokkene was dus een gewaarschuwd man en wist dat bij het herleven van de inschrijving in 2019 het van groot belang was om orde op zaken te stellen. Deze recidive weegt de Accountantskamer daarom zwaar mee.”
Verder weegt de Accountantskamer mee dat “betrokkene laat zien weinig op te hebben met de regels van de beroepsgroep: monitoringsvragenlijsten en complianceverklaringen worden structureel niet of te laat ingediend. Betrokkene handelt daarmee in strijd met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. Veelzeggend is dat betrokkene zich niet toetsbaar opstelt in deze procedure. Betrokkene is er herhaaldelijk op gewezen dat hij een verweerschrift mag indienen, maar desondanks heeft betrokkene pas negen dagen voor de zitting – dus buiten de geldende termijn – van die gelegenheid gebruik gemaakt. Betrokkene heeft zelfs de eigen jaarrekeningen te laat gedeponeerd en deze bevatten fouten en zijn bovendien afwijkend van de inrichtingsjaarrekeningen.”
De maatregel is uitvoerbaar bij voorraad, dus ook in geval van een eventueel hoger beroep blijft de doorhaling gedurende die procedure staan.


Levenslang royeren zo’n waardeloze accountant