De tuchtrechter oordeelt dat de accountant fundamenteel tekort is geschoten in zowel zijn frauderisicoanalyse als de uitvoering van controlewerkzaamheden. De klacht van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) is op alle onderdelen gegrond verklaard.
Uitspraak: 25/1311 Wtra AK
Goudhandel
De zaak draait om de controle van de jaarrekening 2020 van een onderneming die naast schroot ook goud verhandelde. Die activiteit nam in korte tijd een enorme vlucht: ruim 65 miljoen euro omzet werd gerealiseerd met ‘precious metals’ binnen een totale omzet van circa 249 miljoen euro. Ondanks deze materialiteit bleef de controleaanpak volgens de Accountantskamer steken op een niveau dat onvoldoende was toegesneden op de specifieke risico’s van de goudhandel.
De accountant gaf uiteindelijk een controleverklaring met oordeelonthouding af. Maar die keuze ontslaat hem niet van zijn verplichting om voldoende en geschikte controle-informatie te verkrijgen, benadrukt de Accountantskamer. Wie zich onvoldoende inspant en vervolgens een oordeelonthouding afgeeft, schendt het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid.
Frauderisico’s onvoldoende onderkend
De Accountantskamer oordeelt dat de accountant de aard van de goudhandel onvoldoende heeft doorgrond. Waar de controle primair was ingericht op schrootstromen, werd de goudhandel feitelijk op dezelfde wijze behandeld. Dat is volgens de tuchtrechter een wezenlijke miskenning van de risico’s.
De tuchtrechter wijst expliciet op sectorspecifieke kenmerken: goud vertegenwoordigt een hoge waarde bij geringe omvang, is eenvoudig verhandelbaar en kent een verhoogd risico op witwassen en fictieve transacties. Juist die eigenschappen vereisen een andere controleaanpak, met nadruk op bestaan, goederenbeweging en externe bevestigingen.
Uit het dossier blijkt dat de accountant die vertaalslag niet heeft gemaakt. Zo ontbrak inzicht in de specifieke bedrijfsprocessen rondom goud, waaronder opslag, transport en certificering. Dat goud volgens verklaringen in een kluis lag en soms in de kofferbak werd vervoerd, werd niet vertaald naar een verhoogd frauderisico of aanvullende controlewerkzaamheden.
Ook evidente signalen bleven onderbelicht. De handel werd uitgevoerd door één medewerker, er was geen sluitende goederenbeweging en documentatie zoals weegbonnen en zuiverheidsanalyses ontbrak. Dat alles had aanleiding moeten zijn om specifieke frauderisico’s te identificeren en daarop gerichte werkzaamheden te plannen.
Onvoldoende controle-informatie
De tekortkomingen werkten door in de uitvoering. De accountant beperkte zich grotendeels tot gegevensgerichte werkzaamheden zoals aansluitingen en beperkte steekproeven rond balansdatum. Die leveren volgens de Accountantskamer hooguit informatie op over afgrenzing, maar niet over het bestaan van omzet uit goudtransacties.
Essentiële controlemaatregelen bleven achterwege. Zo werd geen (vastgelegde) voorraadinventarisatie uitgevoerd, terwijl er volgens interne overzichten circa 267 kilo goud aanwezig had moeten zijn. Evenmin werden alternatieve procedures ingezet toen bleek dat de administratie tekortschiet.
De tuchtrechter is scherp: juist wanneer controle-informatie ontbreekt, moet de accountant aanvullende werkzaamheden plannen. Pas als dat redelijkerwijs niet mogelijk is, komt een oordeelaanpassing in beeld. In dit geval is de accountant te snel naar een oordeelonthouding gegaan.
Kritiek AFM
Tijdens de zitting werd al duidelijk dat de aanpak van de accountant vragen opriep. Zo bleek dat hij bij een bezoek aan het bedrijf geen goud aantrof, terwijl er op papier honderden kilo’s aanwezig moesten zijn. Ook ontbraken belangrijke brondocumenten in het dossier.
De AFM stelde dat meerdere ‘red flags’ zijn genegeerd, waaronder de explosieve omzetgroei, het gebruik van self-billing en de aanwezigheid van aanzienlijke contante geldstromen in eerdere jaren. Volgens de toezichthouder had de accountant bij uitstek bij een dergelijke risicocliënt een scherpere frauderisicoanalyse moeten uitvoeren.
De accountant erkende tijdens de procedure tekortkomingen en gaf aan lessen te hebben getrokken. Zijn kantoor nam afscheid van een deel van de risicovolle klantenportefeuille. De Accountantskamer waardeert die reflectie, maar acht de tekortkomingen te ernstig voor een lichtere maatregel.
Doorhaling zes maanden
De Accountantskamer kwalificeert het handelen van de accountant als “zeer zwak” en stelt vast dat hij op basale punten is tekortgeschoten. Hij heeft niet alleen de risico’s rond de goudhandel onvoldoende onderkend, maar ook nagelaten om voldoende controle-informatie te verkrijgen over een materiële post. Daarmee is sprake van een ernstige schending van het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid en een gebrek aan professioneel-kritische instelling. De maatregel van doorhaling voor de duur van zes maanden moet volgens de tuchtrechter het vertrouwen in de wettelijke controle waarborgen:
6.1. De klacht is geheel gegrond. De Accountantskamer legt aan betrokkene de maatregel van doorhaling op in de registers. Daarbij is in aanmerking genomen dat betrokkene bij de onderhavige wettelijke controle zeer zwak heeft gehandeld. Hij heeft ten aanzien van de handel in goud de risico’s onvoldoende geïdentificeerd en ingeschat en is onvoldoende professioneel kritisch geweest. Betrokkene is daarnaast op basale punten tekortgeschoten in het verkrijgen van voldoende en geschikte controle-informatie bij de uitvoering van zijn werkzaamheden op het voorkomen van omzet uit de handel in goud. De Accountantskamer overweegt dat betrokkene de controle van deze materiële post met onvoldoende diepgang heeft uitgevoerd. Betrokkene heeft daarmee het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid ernstig geschonden.
6.2. Betrokkene heeft zowel in zijn verweerschrift als ter zitting in eerlijkheid gedeeld welke fouten hij heeft gemaakt, welke lessen hij daaruit heeft getrokken en welke maatregelen hij en [accountantskantoor1] hebben getroffen om fouten als de onderhavige te voorkomen. Deze reflectie op een tuchtklacht laat zien dat betrokkene zich toetsbaar opstelt, verantwoording aflegt en maatregelen heeft getroffen. Maar de Accountantskamer ziet er geen reden in om een lichtere maatregel op te leggen. Het uitgangspunt moet immers zijn dat elke accountant voldoende maatregelen treft om de kwaliteit van de dienstverlening op het vereiste peil te brengen en te houden. De tekortkomingen in de risico-analyse en de controle-aanpak zijn zeer ernstig, terwijl de frauderisico’s evident aanwezig waren. In 2019 heeft de NBA een publiekscampagne (Nederland rekent op zijn accountants) gelanceerd waarbij de aandacht ook is gevestigd op de rol van de accountant ten aanzien van het ontdekken van fraude. Betrokkene had mede daarom extra alert kunnen en behoren te zijn.
6.3. Het maatschappelijk verkeer moet erop kunnen vertrouwen dat wettelijke controles worden uitgevoerd in overeenstemming met de vereisten. De Accountantskamer is er niet van overtuigd, ook niet na de beantwoording ter zitting, dat betrokkene wezenlijk is doordrongen van de eisen die aan het werk van een controlerend accountant worden gesteld. De Accountantskamer bepaalt daarom de termijn waarbinnen betrokkene zich niet opnieuw kan inschrijven op zes maanden.


Geef een reactie