Volgens de tuchtrechter heeft de accountant in strijd gehandeld met de fundamentele beginselen van integriteit en vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. Met name de integriteitsschending noemt de Accountantskamer ‘ernstig’. In principe zou een doorhaling dan ook gepast zijn, maar vanwege het tijdsverloop en de grote persoonlijke gevolgen voor de RA houdt de tuchhtrechter het bij een minder vergaande maatregel.
Zaak nr: 25/588 Wtra AK
European Credit Partners (ECP) ging in 2014 van start en richtte zich voornamelijk op factoring en incasso. De zaken leken bijzonder goed te gaan, en dat trok al snel allerlei particuliere investeerders en NIBC aan. De inmiddels overgenomen zakenbank verstrekte het ECP-concern een kredietfaciliteit van eerst 20 miljoen euro, en na een verhoging in 2019 in totaal 40 miljoen euro.
Maar al snel daarna gaat het mis: de meeste ECP-vennootschappen worden begin 2020 failliet verklaard. Dat gebeurt nadat NIBC de lening van 40 miljoen stopzet. Bij de bank kwam namelijk op 30 september 2019 een anonieme brief binnen, waarin de briefschrijver beweerde dat het ECP-concern er financieel veel minder goed voor stond dan was voorgespiegeld. NIBC heeft daarna naar eigen zeggen nog een vordering van 31 miljoen euro, particuliere beleggers voor 13,7 miljoen euro.
Het geschil tussen NIBC en de accountant draait nu om de kredietfaciliteit die NIBC aan ECP verstrekte. Binnen die financieringsstructuur konden alleen zogenoemde ‘eligible’ vorderingen worden aangemeld: onbetwiste, voldoende verzekerde en overdraagbare vorderingen die aan strikte voorwaarden voldeden. De accountant zou bewust onjuiste rapportages aan NIBC hebben laten verstrekken toen hij adviseur en financieel directeur bij ECP was.
Eerder oordeelde de rechtbank Den Haag al dat binnen het concern cijfers zijn gemanipuleerd en dat NIBC daardoor is misleid. Parallel aan de tuchtzaak loopt nog een civiele procedure waarin de bank de accountant persoonlijk aansprakelijk houdt voor een deel van de schade. De bank vordert in die procedure 9 miljoen euro van de accountant.
Opknippen van vorderingen
Op dat punt ging het inderdaad mis, oordeelt de Accountantskamer nu. De tuchtrechter stelt vast dat de accountant eraan heeft meegewerkt dat vorderingen in kleinere delen werden opgesplitst. Daardoor leek het alsof deze vorderingen binnen de grenzen van de financieringsvoorwaarden vielen, terwijl dat feitelijk niet het geval was. Daarmee werd volgens de Accountantskamer een onjuist beeld gegeven van de kredietwaardigheid van de portefeuille die aan NIBC werd gepresenteerd.
Daarnaast was de accountant “niet steeds zorgvuldig” bij het rapporteren van vorderingen die voor financiering werden aangeboden. In sommige gevallen ging het om vorderingen die niet rechtsgeldig konden worden overgedragen of verpand, terwijl dat wel een harde voorwaarde was binnen de kredietfaciliteit. Toch werden deze posten in de rapportages opgenomen alsof zij daarvoor in aanmerking kwamen.
Waardering en verzwegen transactie
De Accountantskamer rekent het de accountant verder aan dat hij vorderingen waarop NIBC een pandrecht had, voor de nominale waarde rapporteerde terwijl deze in werkelijkheid aanzienlijk minder waard waren. Ook heeft hij volgens de uitspraak een aandelentransactie met een klant van de factoringmaatschappij voor de bank verzwegen.
Daar komt bij dat de administratie van het factoringconcern niet op orde was en dat de accountant er niet in is geslaagd die situatie afdoende te verbeteren. Dat punt speelde ook in de eerdere berichtgeving rond het faillissement van ECP, waarin al werd gesproken van een “administratieve puinhoop”.
Schending fundamentele beginselen
Op basis van deze gedragingen concludeert de Accountantskamer dat de accountant heeft gehandeld in strijd met het beginsel van integriteit. Hij heeft immers meegewerkt aan een presentatie van vorderingen die geen getrouw beeld gaf van de werkelijkheid. Daarnaast is het beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid geschonden, omdat hij onvoldoende kritisch en nauwgezet heeft gehandeld bij het samenstellen en rapporteren van financiële informatie die direct van belang was voor de kredietverstrekker.
De klacht van NIBC dat de accountant haar belangen heeft geschaad door het toelaten van niet-eligible vorderingen en het onvoldoende waarborgen van een deugdelijke administratie, wordt daarmee in essentie gevolgd, zij het niet op alle onderdelen.
Berisping
Ondanks de geconstateerde schendingen legt de Accountantskamer geen zwaardere maatregel op dan een berisping. “Daarbij is in aanmerking genomen dat betrokkene de fundamentele beginselen van integriteit en van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid heeft geschonden. De Accountantskamer volstaat, hoewel met name het gegronde verwijt van schending van integriteit ernstig is en in de regel leidt tot een (tijdelijke) doorhaling, in dit geval met een berisping vanwege de inmiddels verstreken tijd tussen de feiten die aan de gegrond verklaarde klachtonderdelen ten grondslag liggen (2019) en de indiening van de klacht (2025) en omdat de gevolgen van het handelen en nalaten van betrokkene voor hemzelf en zijn vennootschap ernstig zijn. Beiden zijn tot betaling van € 9 mln. schadevergoeding aangesproken en er heeft beslaglegging plaatsgevonden waardoor betrokkene in een financieel lastig parket terecht is gekomen. Betrokkene zelf kan geen aanspraak maken op dekking vanuit een beroepsaansprakelijkheidsverzekering. Alleen zijn persoonlijke vennootschap. Ook de gezondheid van betrokkene lijdt onder de kwestie. Dat alles is reden om in dit geval met een berisping te volstaan.”


Geef een reactie