Dat blijkt uit het rapport De Nederlandse markt voor recreatiewoningen – jaaroverzicht 2025 van NVM en brainbay. In 2025 werden 4.273 recreatiewoningen verkocht, een stijging van 2,9 procent ten opzichte van een jaar eerder. De gemiddelde verkoopprijs bleef vrijwel stabiel op ongeveer 247.000 euro. Over een periode van vijf jaar zijn recreatiewoningen gemiddeld wel ongeveer 40 procent duurder geworden. “De recreatiewoningmarkt is duidelijk een fase ingegaan waarin vraag en aanbod meer in balans komen,” zegt Anneke Haak-Bronsema, bestuurslid NVM Wonen. “Maar onder de oppervlakte zien we grote verschillen per regio ontstaan. Dat maakt deze markt minder voorspelbaar dan ooit.”
Sterk gestegen aanbod
Die beweging naar meer evenwicht hangt samen met het sterk gestegen aanbod. In 2025 werden via NVM-makelaars meer dan 2.700 recreatiewoningen te koop gezet, het hoogste aantal in vijftien jaar. Kopers hebben daardoor meer keuze en betalen gemiddeld 3,4 procent onder de vraagprijs. Overbieden komt in deze markt minder vaak voor dan bij reguliere koopwoningen: slechts bij 15 procent van de aankopen werd boven de vraagprijs geboden. Recreatiewoningen stonden bovendien gemiddeld 84 dagen te koop, tegenover 32 dagen bij bestaande koopwoningen. “Het is geen oververhitte markt meer,” aldus Haak-Bronsema. “Kopers nemen weer de tijd en onderhandelen scherper. Dat is gezond, maar vraagt ook realisme van verkopers.”
Fiscaal minder aantrekkelijk
Volgens NVM verschuift de markt bovendien van belegging naar gebruik. Wijzigingen in box 3, hogere btw op verhuur en stijgende lasten maken recreatiewoningen minder aantrekkelijk voor beleggers. En particuliere kopers worden kritischer. De vraag verschuift daardoor zichtbaar naar kopers die de woning zelf, al dan niet deels, willen gebruiken. “De recreatiewoning wordt weer vaker gekocht vanuit emotie en gebruik, minder vanuit rendement,” zegt Haak-Bronsema. “Dat maakt de markt stabieler, maar ook minder speculatief.”
Ook de discussie over permanente bewoning speelt een rol. Die zorgt volgens NVM vooral voor onzekerheid en een afwachtende houding in de markt. De brancheorganisatie stelt dat het vraagstuk nadrukkelijk vraagt om maatwerk van lokale overheden. “De recreatiewoning wordt steeds vaker onderwerp van beleid,” zegt Haak-Bronsema. “Dat maakt het speelveld complexer. Duidelijkheid vanuit de overheid is essentieel om vertrouwen te behouden.”
Landelijke verschillen
Achter de landelijke cijfers gaan ondertussen grote regionale verschillen schuil. Drenthe kende met 435 verkopen de grootste stijging in transacties, terwijl ook Twente/Salland een sterke groei liet zien. In die regio’s wordt bovendien relatief vaak boven de vraagprijs geboden. “Betaalbare regio’s winnen terrein,” aldus Haak-Bronsema. “Daar zie je dat vraag en dynamiek toenemen.”
Zeeland laat juist een ander beeld zien. Daar nam het aanbod met 28 procent toe, terwijl het aantal transacties daalde en de prijzen met 9 procent terugliepen. “Zeeland is een van de eerste regio’s waar een kopersmarkt ontstaat,” zegt Haak-Bronsema. “Dat komt door een combinatie van afnemende vraag en snel groeiend aanbod, met name in het hogere segment.”
De Waddeneilanden blijven de duurste regio van Nederland, met een gemiddelde verkoopprijs van 519.000 euro, een stijging van 11 procent. Limburg biedt volgens het rapport juist de meeste vierkante meters voor het geld, met een gemiddelde vierkantemeterprijs van 2.616 euro. In de Friese en Overijsselse meren stegen de prijzen het hardst, met 13 procent. Brabant blijft ondanks een ruimer aanbod de krapste regionale markt.
Vooruitblik
Vooruitkijkend zijn NVM-makelaars voorzichtig. Zij beoordelen de verkoopbaarheid van recreatiewoningen in 2025 met een 5,6. Meer dan de helft verwacht voor 2026 een daling van het aantal verkopen. Voor de prijsontwikkeling voorziet een kleine meerderheid een lichte daling, terwijl een derde uitgaat van stabilisatie en 11 procent nog een lichte stijging verwacht. “De recreatiemarkt blijft aantrekkelijk, zeker door de groei van het toerisme,” zegt Haak-Bronsema. “Maar het succes zal steeds meer afhangen van locatie, kwaliteit en duidelijk beleid.”


Geef een reactie