Klein reageert op de steeds stelliger uitspraken van topbestuurders uit de technologiesector. Zo waarschuwde Anthropic-topman Dario Amodei dat binnen vijf jaar mogelijk de helft van alle startersbanen voor kantoorwerkers verdwijnt. Ook Mustafa Suleyman voorspelde dat een groot deel van het kantoorwerk binnenkort volledig geautomatiseerd kan worden. Volgens Klein zit achter die voorspellingen echter een denkfout.
Niet wat verdwijnt
Centraal in zijn betoog staat het werk van econoom Alex Imas. Die stelt dat discussies over AI zich te veel richten op de vraag welke banen kunnen verdwijnen, terwijl economen volgens hem juist moeten kijken naar wat in de toekomst schaars blijft. Door technologische vooruitgang zijn in het verleden telkens andere zaken schaars geworden. Eerst voedsel, later industriële goederen en daarna specialistische kennis. Nu dreigt AI ook kennis overvloedig beschikbaar te maken. Dat betekent volgens Klein echter niet automatisch dat menselijke arbeid overbodig wordt. Integendeel: naarmate technologie meer taken overneemt, groeit volgens hem juist de vraag naar menselijke aandacht, ervaring en sociale interactie.
Relationele economie
Klein verwijst naar wat Imas de ‘relationele sector’ noemt: beroepen waarbij persoonlijk contact en menselijke betrokkenheid centraal staan. Naarmate mensen rijker worden, geven zij volgens die theorie juist meer geld uit aan diensten met een menselijke component. Hij noemt voorbeelden als therapeuten, personal trainers, privéleraren en artsen die aan huis komen. Ook luxeproducten ontlenen hun waarde volgens deze redenering vaak juist aan authenticiteit en menselijke verhalen.
Koffiebars
Volgens Klein verklaart dat waarom automatisering niet altijd leidt tot minder werkgelegenheid. Hij wijst bijvoorbeeld op koffiebars. Koffie zetten is technisch eenvoudiger dan ooit door apparaten als Nespresso-machines, maar toch zijn er tegenwoordig meer barista’s en gespecialiseerde koffiezaken dan vroeger. Juist doordat koffie als basisproduct goedkoop en overal beschikbaar werd, ontstond meer vraag naar koffie als ervaring.
Meer accountants
Een tweede belangrijk argument in de column is de zogenoemde Jevons-paradox: efficiëntie leidt niet noodzakelijk tot minder werk, maar kan juist nieuwe vraag creëren. Klein haalt daarbij het voorbeeld aan van het elektronische spreadsheetprogramma VisiCalc, dat eind jaren zeventig op de markt kwam. Destijds werd gevreesd dat boekhouders massaal overbodig zouden worden. In werkelijkheid verviervoudigde het aantal accountants in de decennia daarna.
Volgens accountancyhoogleraar Eldar Maksymov verlaagden spreadsheets de kosten van financiële analyse zodanig dat bedrijven juist méér behoefte kregen aan financieel inzicht. Dat patroon zag je volgens Klein ook bij computers in bredere zin: ze namen wel specifieke taken over, maar vernietigden niet het totale beroep.
Illusie van efficiëntie
Klein plaatst tegelijk vraagtekens bij de productiviteitsclaims rond AI. Veel gebruikers voelen zich volgens hem efficiënter, maar dat betekent niet automatisch dat hun werk beter wordt. Hij noemt voorbeelden uit zijn eigen werk als columnist en podcastmaker. Dankzij AI kan hij sneller informatie verzamelen en ideeën toetsen, maar uiteindelijk leidt dat volgens hem juist tot méér overleg met menselijke redacteuren, artsen en therapeuten — niet minder. Ook verwijst hij naar onderzoek waaruit blijkt dat AI-tools soms vooral de indruk van productiviteit geven. Snel AI-samenvattingen lezen levert volgens hem niet noodzakelijk dezelfde diepgang op als langzaam een moeilijk boek bestuderen.
Sociale risico’s
Hoewel Klein sceptisch is over massale technologische werkloosheid, ziet hij wel andere gevaren. Volgens hem dreigt AI sociale vaardigheden juist uit te hollen doordat technologie een kunstmatige vorm van vriendschap en intimiteit kan aanbieden. Hij wijst op cijfers waaruit blijkt dat jongeren minder tijd met vrienden doorbrengen, minder daten en minder sociale contacten hebben dan eerdere generaties. AI zou die ontwikkeling kunnen versterken door menselijke relaties gedeeltelijk te vervangen door digitale interactie. Daarmee ontstaat volgens Klein een paradox. Juist in een economie waarin menselijke vaardigheden waardevoller worden, dreigen diezelfde vaardigheden af te nemen.
Geen totale ramp
De columnist sluit een zware ontwrichting van delen van de arbeidsmarkt niet uit. Vooral specifieke beroepsgroepen kunnen volgens hem hard worden geraakt. Maar hij denkt niet dat AI automatisch tot een totale economische implosie leidt. Zijn centrale gedachte is juist dat nieuwe technologie vaak méér menselijke activiteit creëert in plaats van minder. Hoe meer routinetaken worden geautomatiseerd, hoe waardevoller menselijke creativiteit, empathie en sociale interactie worden.
Bron: NY Times / De Morgen


Geef een reactie