De discussie draait om de vraag of moet worden gekozen voor een vermogensaanwasbelasting, waarbij jaarlijks belasting wordt geheven over waardestijgingen, of voor een vermogenswinstbelasting, waarbij pas wordt afgerekend zodra winst daadwerkelijk wordt gerealiseerd, bijvoorbeeld bij verkoop van aandelen of vastgoed.
In het huidige wetsvoorstel wordt gekozen voor een vermogensaanwasbelasting vanaf 2028. Daarbij betalen beleggers jaarlijks belasting over het werkelijke rendement, inclusief niet-gerealiseerde waardestijgingen van bijvoorbeeld aandelen of vastgoed. Het kabinet kondigde tegelijkertijd aan zo snel mogelijk te willen “doorontwikkelen” naar een vermogenswinstbelasting. Tegenstanders van het huidige voorstel willen liever meteen een vermogenswinstbelasting, waarbij pas belasting wordt geheven zodra winst daadwerkelijk wordt gerealiseerd, bijvoorbeeld bij verkoop.
Twijfel bij coalitiepartijen
Het wetsvoorstel is door de Tweede Kamer al aangenomen, maar steun in de Eerste Kamer is nog allerminst vanzelfsprekend. Met name coalitiepartijen VVD en CDA lijken te twijfelen over de tussenstap die het kabinet voorstelt. Minister Eelco Heinen van Financiën kondigde eerder al aan opnieuw naar het voorstel te kijken en uiteindelijk toe te willen naar een vermogenswinstbelasting.
CDA-senator Janny Bakker-Klein verwoordde dinsdag het dilemma in de senaat. Volgens haar lijkt alles erop gericht dat we “over drie tot vijf jaar alsnog een vermogenswinstbelasting” krijgen. Maar als de huidige wet wordt aangenomen, vroeg zij zich af, “wat is dan nog de prikkel voor het kabinet om nog die juiste richting op te gaan?”
Voorstel verwerpen
Hoogleraar fiscale economie Edwin Heithuis pleitte voor het verwerpen van het wetsvoorstel. Volgens hem is “de race gelopen” en komt er uiteindelijk toch een vermogenswinstbelasting. Als de senaat de wet wegstemt, ontstaat vanaf 2028 een gat van circa 2,4 miljard euro in de begroting, doordat de huidige tijdelijke herstelwet dan blijft gelden. Volgens Heithuis is dat “de beste prikkel om een vermogenswinstbelasting meteen in 2028 in te voeren”.
Ondernemersorganisaties en belastingadviseurs waarschuwden tijdens de bijeenkomsten voor de gevolgen van belastingheffing over papieren winsten. Gijs Strijker van VNO-NCW stelde dat Nederland daarmee uitstraalt “not open for business” te zijn. Robert van der Jagt van de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs vreest “zeer grote verstoringen” en een “verslechtering van het vestigingsklimaat”.
Ook ondernemersorganisatie ONL riep de senaat op het voorstel te verwerpen. Volgens ONL-voorman Erik Ziengs is “belasting heffen over papieren winsten absurd” en zullen ondernemers anders uitwijken naar bv-structuren of investeringen in het buitenland.
Vermogensaanwasbelasting
Daartegenover staan economen die juist vinden dat een vermogensaanwasbelasting economisch beter werkt. Hoogleraar Bas Jacobs noemde die variant bij BNR “veruit superieur” aan een vermogenswinstbelasting. Volgens hem voorkomt jaarlijkse belastingheffing dat beleggers belastingbetaling eindeloos kunnen uitstellen.
Niet iedereen wil het huidige wetsvoorstel daarom loslaten. Cor Overduin van Vastgoed Belang waarschuwde de senaat juist de wet niet weg te stemmen. Onder de huidige tijdelijke regeling kunnen vastgoedbeleggers bepaalde kosten namelijk niet aftrekken, waardoor sommigen meer belasting betalen dan hun daadwerkelijke inkomsten uit beleggingen.
De Eerste Kamer heeft het wetsvoorstel voorlopig met “potlood” ingepland voor behandeling op 23 juni. Ondertussen werkt staatssecretaris Eelco Eerenberg aan mogelijke aanpassingen, waaronder ruimere verliesverrekening. Daardoor groeit in de senaat de twijfel of behandeling vóór de zomer nog wel zinvol is.


In Box 3 moet de inflatiecomponent onbelast blijven zoals dat oorspronkelijk was bedoeld bij de introductie van Box 3.
Gekeken is naar de 3 voorbeelden op blad 44 van de “Nota naar aanleiding van het verslag Wet werkelijk rendement Box 3 van 24 april 2026″.
Daarin staat :
Stel iemand legt 2.400 Euro per jaar in ( 200 Euro per maand), bij een rendement van nominaal 4%. Onder een vermogensaanwas-belasting zou dit na 30 jaar resulteren in een vermogen van 109.103 Euro en onder een vermogenswinstbelasting zou dit na dertig jaar resulteren in een vermogen van 115.512 Euro. In deze berekening is geen rekening gehouden met het heffingsvrije resultaat. Ter vergelijking, in box 1 waar pensioensparen fiscaal wordt gestimuleerd resulteert een inleg van 2.400 Euro per jaar in een pensioenvermogen van 176.385 Euro (uitgaande van een tarief van 50% waartegen de pensioenpremie wordt afgetrokken en een tarief van 37% waartegen de pensioenuitkering wordt belast). Een nominaal rendement van 4% ligt in de orde van grootte waarvan bij de fiscale premiegrens is uitgegaan in de Wet toekomst pensioenen (namelijk 1,5% reëel).
Er moet echter niet worden gekozen voor een vermogensaanwasbelasting en ook niet voor een vermogenswinstbelasting. Dat is veel te ingewikkeld.
Een nadere analyse van het voorbeeld van de vermogensaanwasbelasting op blad 44 van de Nota over de Wet werkelijk rendement Box 3 van 24 april 2026 maakt duidelijk dat na 30 jaar vrijwel geen koopkracht rendement resteert.
Bij een jaarlijkse netto-inleg van 2.400 Euro bedraagt de ingeleverde koopkracht na 30 jaar 108.001 Euro. Het eindvermogen na belasting bedraagt volgens de Nota 109.103 Euro. Het netto koopkracht rendement is daarmee slechts 1.102 Euro, oftewel 1,0% over de gehele periode.
Dat komt met name doordat het wetsvoorstel uitgaat van het nominale werkelijke rendement. Daardoor wordt economisch gezien niet alleen het reële werkelijke rendement belast, maar ook de inflatiecomponent.
In de Memorie van Toelichting wordt onderkend dat het belasten van het reële werkelijke rendement het beste aansluit bij het draagkrachtbeginsel. Echter om met name budgettaire redenen is daar niet voor gekozen.
Zoals eerder toegepast wordt ook nu als eindresultaat gebruik gemaakt van het “Resulterend belastingpercentage” voor een meerjarige periode. Voor situaties waarbij in meer jaren bedragen worden ingelegd wordt uitgegaan van de totale koopkracht waarden op het eind van de periode. Het “Resulterend belastingpercentage” is het percentage van de door de Box 3 belastingheffing veroorzaakte verlaging van het resulterende netto koopkracht rendement op de einddatum gedeeld door het mogelijke netto koopkracht rendement zonder Box 3 belastingheffing.
Bij een resulterend belastingpercentage van 100% bedraagt het netto koopkracht rendement na belasting 0% op het eind van de periode. Boven 100% is er sprake van verlies aan koopkracht ten opzichte van de inleg.
Een Belastingwet moet in de eerste plaats rechtvaardig zijn en dat ook als een aanpassing, om daaraan te gaan voldoen, minder budget oplevert binnen hetzelfde onderdeel van de wet.
Alle vergeleken varianten vragen zijn gebaseerd op dezelfde ingeleverde koopkracht van 108.001 Euro.
De volgende 3 varianten komen uit het resulterend belastingpercentage van 36%:
1 Een Vermogensaanwasbelasting met een belastingtarief van 12,2% op basis van het nominale werkelijke rendement
2 Een Vermogensaanwasbelasting met een belastingtarief van 32,6% op basis van het reële werkelijke rendement
3 Een belastingheffing van 0,49% op basis van de 1 januari vermogens
Voor deze varianten blijkt het resulterende “Netto koopkracht rendement na belasting” 20.472 Euro oftewel 19,0%.
Zelfs daarbij is het nog steeds slechts een fractie van het Netto koopkracht rendement van Pensioensparen en -beleggen. Dat levert 68.384 Euro op.
In het advies van de Raad van State van 2 december 2024 wordt geadviseerd om de budgettaire neutraliteit als uitgangspunt los te laten waardoor box 3-alternatieven mogelijk worden. Ook wordt aangegeven dat binnen de eisen van artikel 14 EVRM
en 1 EP EVRM en de Hoge Raad arresten een forfaitair stelsel gebaseerd op laagrisico rendementen kan worden overwogen.
De reële rendementen vóór belasting zijn vaak veel lager dan verondersteld.
Ook moet het niet steeds ingewikkelder worden maar juist eenvoudiger.
De variant op basis een belastingheffing van 0,49% op basis van de 1 januari vermogens kan worden gekozen voor beleggingen.
Aangezien sparen al jaren op een negatief reëel rendement uitkomt kan daarvoor een belastingheffing van 0% worden aangehouden. Daarmee ontstaan twee eenvoudige tarieven op basis van het vermogen per 1 januari: 0% voor sparen en 0,49% voor beleggingen.
Een jaarlijks bij te stellen mogelijkheid is om terug te gaan naar de oorsprong van Box 3 met één forfaitair rendement voor alle Box 3 posten. Dat is op basis van de reële rendementen van de jongste tienjarige Nederlandse staatsobligaties minus 1% kosten.
Dat kan bijvoorbeeld ook elk belastingjaar gemiddeld worden over de voorgaande 10 jaar.
Er is dan in feite gemiddeld budget neutraliteit met een deel van de staatsschuld. Als de rente op de staatsschuld stijgt, stijgen ook de inkomsten uit Box 3 en omgekeerd. Dat geldt ook reëel. Het is ook niet redelijk dat de staat een hoger reëel forfaitair
rendement kiest voor haar burgers dan dat zijzelf uitkeert op staatsobligaties.
Belasten met één forfaitair rendement voor beleggen sluit ook aan op de plannen van de Europese Unie om investeringen door particulieren aan te moedigen en het door haar genoemde voorbeeld van de Zweedse “Investment Savings Account” (ISK).
Het geeft de belastingbetaler voorspelbaarheid en rust. Dat geldt ook voor de belastingontvanger.
Kan er op grond van de genoemde bevindingen worden gezocht naar oplossingen die simpel zijn en rekening houden met de gevolgen van de belastingheffing op met name de koopkracht van de belastingbetaler met sparen en beleggen over een periode van meer jaren?
Nederland (en op den duur zelfs heel de EU) is niet langer “normaal” leefbaar.
Stel je bent zelf al accountant en net 80 geworden,zelf nog OK van geest maar je gezondheid tanende, en wellicht geen (of minder financieel onderlegde) familie – dan zul je aan een extern accountant geraken (!!!!) om je vermogen(pand/effecten, nalatenschap etc) tegen de Staat’s “Capital raids”, te laten beveiligen.
Zo – Wil – niemand toch leven, in een “eerste wereld land”! 😂
Je kunt dan beter verkassen naar de low tax States in de VS of een v d andere 0 tax commonwealth territories v het VK.
Dan Kun je tenminste op een respectable manier, in een echte eerste wereld land, oud worden en dood gaan.
De EU is een Sovjet achtig landschap aan het worden (waar de Staat alles afroomt) . Maar dan, *zonder* de voordelen uit de Sovjet tijd: van zeer goedkoop lokaal geproduceerd voedsel,(prijzen worden aktief -door de Staat- laag gehouden, wist u dat?) en zwaar gesubsidieerde huisvesting en vrijwel gratis maar kwalitatief uitmuntende gezondheidszorg producten (zie China).
Kijk, en een EU’s Sovjet achtige “u zult niks bezitten” omgeving, zonder:
de voordelen van goedkoop in te kunnen kopen/wonen…..
Dat is dan toch wel de allerslechtste deal voor elk redelijk denkend mens?
En waarom? Alleen omdat het budgettair “niet anders kon”, en daar gaat alleen de ambtenaren klasse over!!!! … want de EU moest en zal:
een waterhoofd v een ambtelijk apparaat gaande houden, dmv exorbitant hoge taxen op de populatie! Dat is niet nodig, zie daar: Zwitserland.
De ondergang v h romeinse rijk, verging het precies zo.
Vermogenden vluchtten weg. En je had vooral een goed leven, als je ambtenaar was.
Is nu ook zo: ambtenaren pensioen (inleg aftrek, uitbetaling belast), iets waar de niet-ambtenaar alleen v kan dromen met zn “zelf be leggen I house pandjes/Effekten pensioen” wat vooral NIET afgetrokken mag worden maar WEL “over” belast zal worden en wel TIJDENS de opbouw fase,.. en zeker NIET “pas bij UITKERING” , want o wee als je een vermogen “zelf pensioen” zou willen beheren/opbouwen!
En of er liquiditeit is of NIET, voor de te betalen tax? Dat boeit ze niet!!!
Probeer dat, nu eens.. met een ambtenaren pensioen te doen.. Dan staat heel nederland op zn kop.
Ambtenaren hebben al NUL risiko op werkloosheid, ook nog een “WW+” bovenwettelijke uitkering (ipv gewone gemaximeerde WW voor de plebs), ze hebben wel een middelloon of eind loon pensioen, voorrang op Middenhuur waardoor huis kopen voor hen waazin is… En nog…. is het niet genoeg!!
Over decennia zul je meelevend horen:
(van zowel mensen uit China, als die uit Amerika)
Je zal er maar moeten leven…. in de EU! The worst socialist experiment of all.
Laat u niet langzaam dood koken in de pan. Verkas, nu het nog kan,en
“Go, where you are treated best”
Volledig mee eens, het belasten van de inflatiecomponent voelt niet alleen onrechtvaardig maar is dat ook.
Vraagje: waarom zou voor burgers en buitenlui de nog niet eens gerealiseerde winst al wel belast (gaan) worden en voor -bepaalde soorten- ondernemers, de boeren, zelfs de wél gerealiseerde winsten niet belast worden?
Omdat, er ook “bijzondere groepen, bijv EU ambtenaren” net zo goed, belastingvrij hun loon mogen ontvangen?
In Afrika heet zoiets nepotism/favouritism/State institutionalized corruption.
In de EU, is het gewoon gelegaliseerde distributie van algemene middelen( en onderdeel v het runnen v d machine v d “Democratie”, zoals Kaag dat zo mooi noemt)
“Some people are more Equal than others”(the Animal Farm)
Herkent u die nog?
U weet hoe u het M formulier moet invullen.
Want het wordt alleen erger, zie de EU White paper over Wealth taxation and Exit tax v 2026. Er zijn grote plannen met uw vermogen!!