Inkopers vrezen tekorten en hogere prijzen en kopen daarom extra onderdelen en materialen in. De Nevi Inkoopmanagersindex voor de Nederlandse industrie steeg over mei van 54,4 naar 55,9, wat vooral het gevolg was van een sterke stijging van het aantal nieuwe orders. Ook de productie groeide sterk, in het hoogste tempo sinds ruim vier jaar.
Angst voor tekorten en hogere prijzen
De Nevi, beroepsvereniging van inkopers, zag vooral de vraag naar halffabricaten toenemen. “Vermoedelijk doordat afnemers extra onderdelen en materialen bestellen uit angst voor hogere prijzen en mogelijke tekorten op de relatief korte termijn. De binnenlandse vraag stijgt het sterkst, maar ook de vraag vanuit het buitenland neemt toe, zoals uit Duitsland, Azië en Australië. Vermoedelijk gaat het bijvoorbeeld om chemische producten, zoals kunststoffen.”
Bullwhip-effect
De sluiting van de Straat van Hormuz leidt tot tekorten aan onder meer chemische producten, kunststoffen en aluminium, met hogere inkoopprijzen tot gevolg. Sommige kunststoffen zijn al 70% duurder geworden. ABN Amro waarschuwt inkopers wel: “Ondernemingen die momenteel extra voorraden inkopen, moeten zich realiseren dat zij mogelijk met overtollige voorraden komen te zitten. Dit is zeker het geval wanneer eerder bestelde materialen pas na enige tijd worden geleverd, terwijl de vraag naar de nog te produceren eindproducten in de tussentijd is teruggevallen.” Grote schommelingen in voorraad en productie door een kleine verandering van de vraag worden ook wel het bullwhip-effect genoemd. “Uit de verscheidene Nevi-deelindicatoren rijst het beeld op van het grootste bullwhip-effect in ongeveer vier jaar tijd.”
De hogere inkoopkosten leiden tot een grotere behoefte aan werkkapitaal. “Zo is de inkoop van kunststof normaliter goed voor ongeveer de helft van de totale kosten van de kunststofverwerkende industrie, zo blijkt uit cijfers van het CBS. Ook brandstof, chemische producten en metalen worden snel duurder, met een nog grotere behoefte aan liquiditeit tot gevolg.”
Datacenters
Elektronische componenten worden ook duurder, maar dat komt vooral door de hoge vraag vanwege investeringen in datacenters voor AI-toepassingen. Die ontwikkeling speelt ook een grote rol bij de relatief snelle groei van de Nederlandse industrie. “Nederlandse chipmachinebouwers, waarvan marktleider ASML veruit de bekendste is, profiteren daarvan, en daarmee ook vele honderden Nederlandse toeleveranciers. De relatieve sterke binnenlandse vraag blijkt indirect uit het feit dat de voorlopige inkoopmanagersindices van S&P Global buiten Nederland juist verslechterden, zoals in Duitsland en in de eurozone.”
ABN Amro vraagt zich af of de groei aanhoudt: “Wanneer het hamstereffect afneemt, moet blijken hoe bestendig de vraag naar Nederlandse industriële producten is. Uit voorlopige inkoopmanagersindices van S&P Global blijkt dat vooral de dienstensector lijdt onder de snel oplopende inflatie, wat leidt tot krimp van de economie in de eurozone. Als dat te lang duurt, is dat waarschijnlijk slecht nieuws voor de vraag naar machines.”


Geef een reactie