De kern van het probleem? Niemand weet straks nog precies hoe het zit. De Belastingdienst niet, de adviseur niet en de belastingplichtige al helemaal niet. Dit blijkt uit een onlangs verschenen evaluatie. Hoe gaat de politiek dit oplossen?
De bedoeling was simpel, de uitkomst uiterst complex
De 30-jaarstermijn werd ingevoerd met drie doelen:
- Voorkomen eeuwigdurende renteaftrek
- Stimuleren aflossingen
- Beheersing inkomstenderving voor de Belastingdienst
Op papier helder en eenvoudig. In de praktijk zijn door verbouwingen, verhuizingen, huwelijken, echtscheidingen en overlijden stapelingen van hypotheekdelen ontstaan. Die hebben elk een eigen fiscale ‘houdbaarheidsdatum’. Het resultaat is een complexe puzzel waarbij bovendien door tijdsverloop vaak puzzelstukjes verloren zijn gegaan. De complexiteit wordt vergroot doordat twee op de drie huizenbezitters (deels) een aflossingsvrije hypotheek hebben (65-plussers zelfs meer dan 90 procent).
Rapport ministerie van Financiën
Zonder maatregelen staan de drie doelstellingen onder druk. Een werkgroep van het ministerie van Financiën heeft daarom de gevolgen van het vervallen van de 30-jaarstermijn onderzocht en verschillende oplossingsrichtingen uitgewerkt.
Een nationaal belastinginfarct
Neem een doorsnee situatie:
- een hypotheek uit 2001
- verbouwing in 2010
- huwelijk in 2013
- verhuizing in 2015
- overlijden partner in 2025
Elke stap beïnvloedt het recht op renteaftrek. De hamvraag is: voor welk bedrag is er recht op hypotheekrenteaftrek in 2031, 2040, 2045 en 2055? Hier komt een gewoon mens niet uit.
Kan men aankloppen bij de hypotheekverstrekker of de Belastingdienst? Door wettelijke bewaartermijnen is veel informatie niet meer voor handen, vooral van leningen van vóór 2013. Particulieren zijn niet verplicht om hun administratie 30 jaar te bewaren, maar moeten per 2031 wel aannemelijk kunnen maken dat geclaimde renteaftrek terecht is.
Kortom, de kans dat men in 2031 en later onjuist aangifte doet, is groot. De Belastingdienst kan het niet controleren en gaat informatie opvragen bij de belastingplichtigen. Pas dit toe op honderdduizenden huishoudens en een nationaal belastinginfarct dreigt.
Financiën schat dat door gebrekkige uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid jaarlijks ongeveer 100 miljoen euro aan belastinginkomsten verloren gaat. Men heeft dit niet heel precies bekeken, omdat men dit onbestaanbaar vindt. Niets doen is daarom geen optie en extra maatregelen moeten er komen.
De oplossingsrichtingen
Het probleem is het grootst bij hypotheken van vóór 2013 omdat er tot dat moment geen aflossingsverplichting bestond. Dit betreft meer dan één miljoen huishoudens.
Een oplossing is om per 2031 de hypotheekrente van alle hypotheken van vóór 2013 af te schaffen. Dit levert de staatskas geld op. Tegelijkertijd worden veel belastingplichtigen benadeeld doordat hun renteaftrek over 30 jaar wordt ontnomen. Een andere oplossing is om hypotheekrenteaftrek voor iedereen tot 2043 toe te staan en dan een streep te trekken. Dit kost de staatskas geld en leidt ertoe dat veel belastingplichtigen langer dan 30 jaar renteaftrek hebben.
Tussen deze uitersten zijn verschillende varianten mogelijk. De budgettaire gevolgen zijn met een plus van gemiddeld 1,4 miljard euro per jaar voor de schatkist dan wel een min van eveneens gemiddeld 1,4 miljard euro per jaar zeer fors.
Niets doen met een kostprijs van 100 miljoen euro per jaar is wellicht niet fraai, maar oogt qua budgettaire impact zo slecht nog niet?
Wat zegt de politiek?
De hypotheekrenteaftrek is al jaren een heet politiek hangijzer. Zet de evaluatie van de 30-jaarstermijn de boel verder op scherp? Vooralsnog niet. Staatssecretaris Eerenberg heeft aangegeven het rapport eerst te gaan bestuderen, waarna er een ‘politiek gesprek’ gevoerd moet worden in de ministerraad. Doelstelling is om ‘in deze regeerperiode’ een richting te kiezen. Het kan dus nog wel even duren voordat hierover meer bekend wordt.
Overigens wordt in 2027 de eigenwoningregeling opnieuw geëvalueerd. Volgens de huidige begrotingsregels moeten negatief geëvalueerde fiscale regelingen worden aangepast of afgeschaft. Hier hoeft echter niet veel van te worden verwacht; met de vorige evaluatie van de eigenwoningregeling is niets gedaan. De conclusies waren toen duidelijk en overigens nog steeds actueel.
De onverwachte escape: box 3
Financiën heeft het wetsvoorstel voor het nieuwe box 3-systeem vanaf 2028 overigens niet meegenomen in haar onderzoek. Dat nieuwe box 3-systeem is er drie jaar voor 2031 en lost ironisch genoeg het probleem deels op, als een schuld na 30 jaar naar box 3 verhuist. De betaalde rente komt dan in mindering op het inkomen in box 3. Feitelijk is er dan renteaftrek tegen het belastingtarief van box 3, ofwel 36 procent. Dat is maar een tikkeltje minder dan het aftrektarief in box 1 van 37,56 procent. En zonder hypotheekschuld in box 1 is er de komende jaren nog een korting op het te belasten eigenwoningforfait van ongeveer 50 procent. Dit is de ‘Hillen-aftrek’, die weliswaar jaarlijks wordt afgebouwd, maar voorlopig zijn de vermogenden in 2031 en latere jaren misschien wel beter af!
Een rekenvoorbeeld
Hoe pakt een en ander uit in de praktijk? We berekenen de gevolgen bij verschillende hypotheekbedragen en 3,5 procent rente. We gaan uit van renteaftrek in box 1 tegen 37,5 procent. Voor AOW-gerechtigden met een beperkt aanvullend pensioen kan dit te hoog zijn. Voor de overzichtelijkheid is het eigenwoningforfait buiten beschouwing gelaten.
| Aflossingsvrije hypotheek | Netto last in 2030 | Netto last in 2031 | Mogelijk voordeel box 3 | Netto last icm box 3 |
| € 1.000.000 | € 21.875 | € 35.000 | € 12.600 | € 22.400 |
| € 500.000 | € 10.937 | € 17.500 | € 6.300 | € 11.200 |
| € 250.000 | € 5.468 | € 8.750 | € 3.150 | € 5.600 |
| € 100.000 | € 2.187 | € 3.500 | € 1.260 | € 2.240 |
Bij een aflossingsvrije hypotheek van 500.000 euro neemt de netto last in 2031 toe van 10.937 euro naar 17.500 euro. Komt de rente in mindering op inkomen van box 3? Dan neemt de netto last af tot € 11.200. Het vervallen van de renteaftrek in box 1 heeft dan een minimaal effect.
In 2031 geldt door de Hillen-aftrek nog een korting op het eigenwoningforfait. Hoe groot dat voordeel is, hangt af van de WOZ-waarde van de woning. Dit effect is niet meegenomen in de berekening. Samen met renteaftrek in box 3 kan de netto last daardoor enkele jaren lager uitvallen dan nu.
Doelstellingen uit beeld
Deze constatering leidt tot een aantal aandachtspunten:
- Mensen met voldoende inkomen in box 3 hebben geen last van het eindigen van de hypotheekrenteaftrek en mensen zonder inkomen in box 3 wel. Dit vergroot de ongelijkheid tussen deze groepen.
- De doelstelling om schulden te verminderen komt minder goed uit de verf. Wel hebben banken inmiddels maatregelen genomen om aflossingsvrije hypotheken te verminderen.
- De 30-jaarstermijn moet extra belastinginkomsten opleveren. De ‘brug’ naar box 3 zet dat onder druk.
De politieke uitdaging
Periodiek laait de discussie over de hypotheekrenteaftrek op. Die staat niet los van de problemen op de woningmarkt. Qua budgettaire impact en het aantal mensen dat het raakt, zijn dit wellicht de grootste politieke dossiers van dit moment. De evaluatie van de 30-jaarstermijn zet deze problematiek opnieuw op de agenda.
Een integrale oplossing is waarschijnlijk het best. Woningmarkt, hypotheekrenteaftrek, box 3, vermogensongelijkheid, intergenerationele ongelijkheid; deze dossiers zijn allemaal aan elkaar verbonden. Gaat deze uitdaging de politiek verbinden of juist verdeeld houden? De politiek houdt de boot nog af. De klok tikt rustig door en brengt 2031 steeds dichterbij.
Tjarko Denekamp en Peter Beets, beide expert vermogensplanners ABN AMRO MeesPierson.


Geef een reactie