Daarmee valt de straf een jaar hoger uit dan de twee jaar cel die de rechtbank Rotterdam in 2022 oplegde. Wel spreekt het hof de verdachte vrij van een aantal feiten waarvoor het Openbaar Ministerie (OM) ook in hoger beroep nog een veroordeling had geëist.
De eigenaar van het boekhoud- en administratiekantoor speelde volgens het OM jarenlang een centrale rol bij uiteenlopende witwasconstructies en financiële dienstverlening buiten het toezicht om. De rechtbank omschreef hem eerder als de “spreekwoordelijke spin in het web”. Het hof sluit zich daarbij aan en noemt hem “een onmisbare schakel” binnen verschillende witwasconstructies.
Wwft-verplichtingen structureel genegeerd
Volgens het hof kwalificeerde de eigenaar van het administratiekantoor als een “instelling” in de zin van de Wwft. Uit het dossier blijkt dat het kantoor honderden cliënten had, terwijl de verdachte de werkzaamheden grotendeels aan medewerkers overliet. Hij gaf zelf toe dat binnen het kantoor normaal gesproken geen volledig cliëntenonderzoek werd verricht.
Dat achteraf alsnog identificatiestukken zijn overgelegd, maakt volgens het hof niet aannemelijk dat tijdens de ten laste gelegde periode aan de wettelijke verplichtingen was voldaan. Het hof wijst erop dat binnen het kantoor “geen richtlijnen of anderszins beleid aanwezig was gericht op naleving van de Wwft”. Ook ontbrak “enig risicoprofiel van de door [het kantoor] aangeboden diensten en van hun cliënten” en was “van enige opleiding in het kader van de Wwft geen sprake”. Onder die omstandigheden heeft de verdachte volgens het hof ten minste bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat de wettelijke verplichtingen niet werden nageleefd. Daarmee is sprake van voorwaardelijk opzet. Omdat deze werkwijze jarenlang werd gevolgd bij honderden cliënten, acht het hof bewezen dat hij daarvan een gewoonte heeft gemaakt. Van een ondernemer mag bovendien worden verwacht dat hij zich op de hoogte stelt van de wettelijke verplichtingen die op hem rusten.
Ook voor het niet melden van ongebruikelijke transacties verwerpt het hof de verweren. Zo hadden onder meer omvangrijke contante stortingen bij een cliënt, betalingen met een link naar Irak en verschillende grote kastransacties volgens het hof onverwijld bij de Financial Intelligence Unit moeten worden gemeld. Daarbij benadrukt het hof dat de meldplicht ruim is. “Niet behoeft te worden vastgesteld dát sprake is van witwassen.” Een melding is al verplicht wanneer een transactie “verband kán houden met witwassen”. Ook hoeft geen sprake te zijn van een strafrechtelijke verdenking; het ongebruikelijke karakter van een transactie is volgens het hof al voldoende. Dat werknemers sommige transacties behandelden, ontsloeg de verdachte als ondernemer niet van zijn verantwoordelijkheid. Hun kennis kan aan hem worden toegerekend.
Zonder vergunning trustdiensten
Het hof bevestigt ook dat de verdachte zonder vergunning als trustkantoor heeft geopereerd. Hij stelde cliënten niet alleen een postadres ter beschikking, maar verzorgde ook hun administratie en belastingaangiften. Volgens het hof is voor overtreding van de Wet toezicht trustkantoren niet van belang dat dit volgens de verdachte vooral uit praktische overwegingen gebeurde. “De bedoeling waarmee deze werkzaamheden werden uitgevoerd is hiervoor niet relevant”, aldus het hof. Omdat cliënten gedurende drieënhalf jaar structureel gebruik konden maken van het kantooradres, heeft de verdachte daarvan volgens het hof bovendien een gewoonte gemaakt. Daarvoor is volgens het hof niet vereist dat de gedraging steeds bewust werd verricht terwijl hij wist dat deze constructie niet was toegestaan.
Onmisbare schakel in witwasconstructies
Een belangrijk deel van de uitspraak betreft verschillende witwasconstructies rond grote contante geldbedragen en Rotterdams vastgoed.
In een bankkluis werd in totaal euro 316.500 aan contanten aangetroffen. Anders dan de rechtbank spreekt het hof de verdachte vrij voor een deel van dat bedrag. Daarbij verwijst het hof naar de vaste rechtspraak van de Hoge Raad dat niet hoeft vast te staan uit welk concreet misdrijf geld afkomstig is; voldoende is dat “het niet anders kan zijn” dan dat het uit enig misdrijf afkomstig is. Voor euro 20.000 had de verdachte volgens het hof een voldoende concrete en verifieerbare verklaring gegeven en voor euro 43.000 legde een getuige een verklaring af die het OM niet nader heeft onderzocht. Voor het resterende bedrag van euro 246.000 acht het hof witwassen wel bewezen, omdat de verdachte geen controleerbare verklaring wilde geven over de herkomst van het geld.
Daarnaast acht het hof bewezen dat de verdachte een wezenlijke rol speelde bij de financiering van Rotterdams vastgoed met crimineel geld. Grote contante bedragen werden via hem bij een advocaat afgeleverd om de aankoop van een woning mogelijk te maken. Uit afgeluisterde gesprekken leidt het hof af dat de verdachte deel uitmaakte van een “team” dat dergelijke constructies organiseerde. Zijn rol ging volgens het hof aanzienlijk verder dan die van een eenvoudig doorgeefluik. Hij voelde zich medeverantwoordelijk voor de afwikkeling nadat een transport van euro 201.500 door de politie was onderschept en sprak zelf over het “bedrijfsmatig” regelen van leningen en aktes. Daarmee was sprake van een nauwe en bewuste samenwerking en wist hij ten minste in voorwaardelijke zin dat het geld uit misdrijf afkomstig was.
Ook bij twee vastgoedtransacties waarbij Surinaamse vennootschappen appartementen aankochten met financiering vanuit de Verenigde Arabische Emiraten, speelde de boekhouder volgens het hof een actieve rol. Hij bracht partijen met elkaar in contact, controleerde leningsovereenkomsten, onderhield contact met de financier en zou een provisie ontvangen. Het hof ziet daarbij meerdere witwastypologieën terug. Zo stonden de transacties volgens het hof niet in verhouding tot de bekende inkomsten van de uiteindelijke gebruiker van de woning, werden grote contante bedragen fysiek vervoerd en werd gebruikgemaakt van kortlopende hypothecaire leningen tegen een rente van 10 procent. Volgens het hof betrof de financiering “een constructie om te verhullen dat de woning in werkelijkheid met contante gelden” werd bekostigd.
Vrijspraak voor belastingfraude en valsheid in geschrift
Op meerdere onderdelen komt het hof juist tot een gunstiger oordeel voor de verdachte dan de rechtbank. Zo volgt vrijspraak voor verschillende verdenkingen van btw-fraude rond luxe BMW’s en een Mercedes. Volgens het hof ontbreekt het bewijs dat de verdachte wist dat onjuiste aangiften omzetbelasting werden ingediend of dat de auto’s met crimineel geld waren gefinancierd. Ook voor een valselijk opgemaakte inkomensverklaring volgt vrijspraak. Weliswaar was die verklaring volgens het hof feitelijk onjuist, maar uit het dossier blijkt onvoldoende dat de verdachte op de hoogte was van de uiteindelijke inhoud ervan.
Hogere straf ondanks termijnoverschrijding
Het OM eiste in hoger beroep een gevangenisstraf van 36 maanden én een beroepsverbod van vijf jaar. Het hof ziet voor zo’n beroepsverbod echter geen aanleiding. Er zijn geen aanwijzingen dat de verdachte na zijn aanhouding met vergelijkbare feiten is doorgegaan en gelet op het aanzienlijke tijdsverloop acht het hof zo’n maatregel niet meer opportuun.
Volgens het hof rechtvaardigen de ernst van de feiten in beginsel zelfs een gevangenisstraf van 40 maanden. Daarbij weegt mee dat de verdachte als zelfstandig boekhouder en belastingconsulent een essentiële rol vervulde binnen meerdere witwasconstructies, waarmee hij “de integriteit van het financiële stelsel heeft ondermijnd”. Juist vanwege zijn beroep rustte op hem volgens het hof een maatschappelijke verantwoordelijkheid om witwassen tegen te gaan. In plaats daarvan stelde hij zijn deskundigheid beschikbaar aan verschillende witwasconstructies. Dat hij daarbij samenwerkte met een advocaat rekent het hof hem extra zwaar aan. Omdat zowel in eerste aanleg als in hoger beroep de redelijke termijn van artikel 6 EVRM met in totaal ongeveer drie jaar is overschreden, verlaagt het hof de straf uiteindelijk tot 36 maanden.
Gerechtshof Den Haag, ECLI:NL:GHDHA:2026:1914


Geef een reactie